Boek I. - Personen - Titel XI. - Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman

Hoofdstuk Ibis. - Voorlopig bewind over de goederen toebehorend aan een meerderjarige

Art. 488bis


J. De vordering tot nietigverklaring op grond van het voorgaand artikel verjaart door verloop van vijf jaren.
  Deze termijn loopt, tegen de beschermde persoon, vanaf het tijdstip waarop hij van de betwiste handeling kennis heeft gekregen, of vanaf de betekening die hem ervan is gedaan na afloop van de opdracht van de voorlopige bewindvoerder.

  Hij loopt, tegen zijn erfgenamen, vanaf het tijdstip waarop zij kennis ervan hebben gekregen of vanaf de betekening die hun ervan is gedaan na het overlijden van hun rechtsvoorganger.

  De verjaring die tegen deze laatste is beginnen lopen, loopt verder tegen de erfgenamen.

  De beschermde persoon of zijn erfgenamen kunnen echter, ook na verloop van die termijn, vergoeding voor geleden schade vorderen van een medecontractant die te kwader trouw was.