Bekwaamheid en subjectieve rechten bij voorlopig bewind anno 2007

Volgens art. 1123 BW wordt elke burger vermoed bekwaam te zijn om geldige rechtshandelingen te stellen. Alleen de wet kan iemand onbekwaam maken.

De voorlopige bewindvoerder beheert het vermogen
Art. 488 bis F par. 1 BW

De voorlopige bewindvoerder vertegenwoordigt de beschermde persoon
Art. 488 bis F par. 3 BW


Uitoefening van persoonlijke rechten
Bevoegdheden inzake de staat van de persoon (toestemming tot huwelijk, verzoek tot echtscheiding), persoonlijke rechten (vrijheid van meningsuiting, vrijheid om zich te verplaatsen, vrijheid om mensen te ontvangen, keuze van woonplaats) en extra patrimoniale rechten vallen niet binnen het voorlopige bewind.

Zakgeld
Het beheer van zijn eigen zakgeld komt steeds toe aan de beschermde persoon. Het valt buiten het voorlopig bewind.

Relatieve nietigheid van rechtshandelingen
Rechtshandelingen in overtreding van de wettelijke regeling gesteld door de beschermde persoon, zullen toch bindend zijn tegenover iedereen. Alleen de beschermde persoon zelf of zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen de nietgheid ervan vragen. Deze vordering tot nietigverklaring verjaar na vijf jaar (art. 448 bis J BW)

Buitencontractuele aansprakelijkheid
Het voorlopig bewind heeft geen invloed op de burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Indien de toepassingvoorwaarden vervuld zijn kan artikel 1386bis BW worden ingeroepen.