Internationaal verdrag tot regeling van de voogdij van minderjarigen

Ondertekend te 's-Gravenhage op 12 juni 1902 en goedgekeurd bij W. 27 juni 1904 (B.S., 10 juli 1904). De Nederlandse tekst is een vertaling.

Artikel 1
De voogdij van eenen minderjarige wordt beheerscht door zijne nationale wet.

Artikel 2

Indien de nationale wet de voogdij in het eigen land van den minderjarige niet regelt, voor het geval dat deze zijn gewoon verblijf in den vreemde heeft, kan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger, daartoe bevoegd verklaard door den Staat, waartoe de minderjarige behoort, in de voogdij voorzien overeenkomstig de wet van dien Staat, indien de Staat, waar de minderjarige zijn gewoon verblijf heeft, zich daartegen niet verzet.