law - divorce - act : Brussel II bis
Hoofdstuk III. Erkenning en tenuitvoerlegging

Afdeling 2. Verzoek om uitvoerbaarverklaring

Art. 28 Uitvoerbare beslissingen

Art. 29 Relatief bevoegd gerecht

Art. 30 Procedure

Art. 31 Beslissing van de rechterlijke instantie

Art. 32 Kennisgeving van de beslissing

Art. 33 Rechtsmiddelen

Art. 35 Aanhouding van de uitspraak

Art. 36 Gedeeltelijke tenuitvoerlegging


Verordening Brussel II bis van 27 november 2003 (P.B., L. 338, 23 december 2003)
Wettekst anno januari 2009:

AFDELING 2

Verzoek om uitvoerbaarverklaring

Artikel 28
Uitvoerbare beslissingen
1. Beslissingen betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind, die in een lidstaat zijn gegeven en aldaar uitvoerbaar zijn, en die betekend zijn, zijn in een andere lidstaat uitvoerbaar nadat zij aldaar op verzoek van een belanghebbende uitvoerbaar zijn verklaard.
2. In het Verenigd Koninkrijk zijn zodanige beslissingen in Engeland en Wales, in Schotland of in Noord-Ierland echter eerst uitvoerbaar na op verzoek van een belanghebbende in het betrokken gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk voor tenuitvoerlegging te zijn geregistreerd.

Artikel 29
Relatief bevoegd gerecht
1. Het verzoek om uitvoerbaarverklaring wordt ingediend bij het gerecht dat in de overeenkomstig artikel 68 door elke lidstaat aan de Commissie toegezonden lijst is genoemd.
2. Het relatief bevoegde gerecht is dat van de gewone verblijfplaats van de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, of van de gewone verblijfplaats van een kind waarop het verzoek betrekking heeft.
Wanneer geen van de in de eerste alinea genoemde plaatsen zich in de lidstaat van tenuitvoerlegging bevindt, is het relatief bevoegde gerecht dat van de plaats van tenuitvoerlegging.

Artikel 30
Procedure
1. De vereisten voor indiening van het verzoek worden beheerst door de wetgeving van de lidstaat van tenuitvoerlegging.
2. De verzoeker moet woonplaats kiezen binnen het rechtsgebied van het gerecht dat van het verzoek kennis neemt. Kent de wetgeving van de lidstaat van tenuitvoerlegging echter geen woonplaatskeuze, dan wijst de verzoeker een procesgemachtigde aan.
3. De in de artikelen 37 en 39 bedoelde documenten worden bij het verzoek gevoegd.

Artikel 31
Beslissing van de rechterlijke instantie
1. De rechterlijke instantie waarbij het verzoek is ingediend, doet daarover onverwijld uitspraak. Noch de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, noch het kind wordt in deze stand van de procedure in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
2. Het verzoek kan slechts om een van de in de artikelen 22, 23 en 24 genoemde redenen worden afgewezen.
3. In geen geval wordt de juistheid van de beslissing onderzocht.

Artikel 32
Kennisgeving van de beslissing
De op het verzoek gegeven beslissing wordt door de griffier onverwijld ter kennis van de verzoeker gebracht, op de in de wetgeving van de aangezochte lidstaat bepaalde wijze.

Artikel 33
Rechtsmiddelen
1. Elke partij kan tegen de beslissing over het verzoek om uitvoerbaarverklaring een rechtsmiddel instellen.
2. Het verzoek om uitvoerbaarverklaring wordt ingediend bij de rechterlijke instantie genoemd in de overeenkomstig artikel 68 door elke lidstaat aan de Commissie toegezonden lijst.
3. Het rechtsmiddel wordt behandeld volgens de regels van de procedure op tegenspraak.
4. Indien het rechtsmiddel wordt ingesteld door de partij die om uitvoerbaarverklaring verzoekt, wordt de partij tegen wie tenuitvoerlegging wordt gevraagd, opgeroepen voor het gerecht waarbij het rechtsmiddel is ingesteld. Indien deze partij niet verschijnt, is artikel 18 van toepassing.
5. Het rechtsmiddel tegen de beslissing tot uitvoerbaarverklaring moet worden ingesteld binnen een maand na de betekening daarvan. Indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, gewoonlijk in een andere lidstaat verblijft dan die waar de beslissing tot uitvoerbaarverklaring is gegeven, bedraagt de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de betekening aan deze partij in persoon of op zijn adres. De termijn kan niet op grond van de afstand worden verlengd.

Artikel 34
Hogere voorziening en terzake bevoegde rechterlijke instanties
Tegen de op het rechtsmiddel gegeven beslissing kunnen slechts de rechtsmiddelen worden aangewend die worden genoemd in de overeenkomstig artikel 68 door elke lidstaat aan de Commissie toegezonden lijst.

Artikel 35
Aanhouding van de uitspraak
1. Het gerecht waarbij overeenkomstig artikel 33 of artikel 34 een rechtsmiddel wordt ingesteld, kan op verzoek van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, zijn uitspraak aanhouden indien in de lidstaat van herkomst een gewoon rechtsmiddel is ingesteld of de termijn daartoe nog niet is verstreken. In dit laatste geval kan de rechterlijke instantie een termijn vaststellen binnen welke het rechtsmiddel moet worden ingesteld.
2. Indien de beslissing in het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gegeven, wordt elk rechtsmiddel dat in de lidstaat van herkomst kan worden ingesteld, voor de toepassing van lid 1 als een gewoon rechtsmiddel beschouwd.

Artikel 36
Gedeeltelijke tenuitvoerlegging
1. Indien in de beslissing uitspraak is gedaan over meer dan een onderdeel van het verzoek en de tenuitvoerlegging niet voor het geheel kan worden toegestaan, staat het gerecht de tenuitvoerlegging voor één of meer van die onderdelen toe.
2. De verzoeker kan om gedeeltelijke tenuitvoerlegging vragen.