law - divorce - act : Brussel II bis
Hoofdstuk III. Erkenning en tenuitvoerlegging
Afdeling 4. Uitvoerbaarheid van bepaalde beslissingen omtrent het omgangsrecht en bepaalde beslissingen die de terugkeer van het kind met zich brengen

Art. 40 Toepassingsgebied

Art. 41 Omgangsrecht

Art. 42 Terugkeer van een kind

Art. 43 Verbetering van het certificaat

Art. 44 Rechtsgevolgen van het certificaat

Art. 45 Stukken


Verordening Brussel II bis van 27 november 2003 (P.B., L. 338, 23 december 2003)
Wettekst anno januari 2009:

AFDELING 4
Uitvoerbaarheid van bepaalde beslissingen omtrent het omgangsrecht en bepaalde beslissingen die de terugkeer van het kind met zich brengen

Artikel 40
Toepassingsgebied
1. Deze afdeling is van toepassing op:
a) het omgangsrecht,
en
b) de terugkeer van een kind die voortvloeit uit een beslissing als bedoeld in artikel 11, lid 8.
2. De bepalingen van deze afdeling vormen voor een persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt geen beletsel om overeenkomstig de bepalingen van de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk om erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing te vragen.

Artikel 41
Omgangsrecht
1. Het in artikel 40, lid 1, onder a), bedoelde omgangsrecht, wordt wanneer het is toegekend bij een in een lidstaat gegeven uitvoerbare beslissing, in een andere lidstaat erkend en is aldaar uitvoerbaar zonder dat een uitvoerbaarverklaring behoeft te worden verkregen en zonder dat men zich tegen de erkenning kan verzetten, indien met betrekking tot die beslissing in de lidstaat van herkomst overeenkomstig lid 2 van dit artikel een certificaat is afgegeven.
Ook indien het nationale recht niet bepaalt dat een beslissing waarbij een omgangsrecht is toegekend van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad is, kan het gerecht dat de beslissing heeft gegeven de beslissing bij voorraad uitvoerbaar verklaren.
2. De rechter van de lidstaat van herkomst geeft het in lid 1 bedoelde certificaat, met gebruikmaking van het in bijlage III opgenomen modelformulier (certificaat betreffende het omgangsrecht), slechts af, indien:
a) in geval van procedure bij verstek, het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn verdediging nodig was, aan de niet-verschenen persoon is betekend of medegedeeld, of, wanneer het is betekend of medegedeeld zonder dat deze voorwaarden werden nageleefd, het niettemin vaststaat dat deze ondubbelzinnig met de beslissing instemt;
b) alle betrokken partijen in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord;
en
c) het kind in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, tenzij dit vanwege zijn leeftijd of mate van rijpheid niet raadzaam werd geacht.
Het certificaat wordt in de taal van de beslissing gesteld.
3. Indien het omgangsrecht betrekking heeft op een geval dat zodra de beslissing is uitgesproken een grensoverschrijdend karakter heeft, wordt het certificaat ambtshalve afgegeven wanneer de beslissing uitvoerbaar wordt, ook indien zij slechts bij voorraad uitvoerbaar wordt. Indien de situatie pas nadien een grensoverschrijdend karakter krijgt, wordt het certificaat op verzoek van een van de partijen afgegeven.

Artikel 42
Terugkeer van een kind
1. De in artikel 40, lid 1, onder b), bedoelde terugkeer van een kind, die voortvloeit uit een in een lidstaat gegeven uitvoerbare beslissing, wordt in een andere lidstaat erkend en is aldaar uitvoerbaar zonder dat een uitvoerbaarverklaring behoeft te worden verkregen en zonder dat men zich tegen de erkenning kan verzetten, indien met betrekking tot de beslissing in de lidstaat van herkomst een certificaat overeenkomstig lid 2, is afgegeven.
Ook indien het nationale recht niet bepaalt dat een overeenkomstig artikel 11, lid 8, gegeven beslissing die de terugkeer van het kind met zich brengt van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad is, kan het gerecht in de lidstaat van herkomst de beslissing bij voorraad uitvoerbaar verklaren.
2. De rechter van de lidstaat van herkomst geeft het in artikel 40, lid 1, onder b), bedoelde certificaat slechts af indien:
a) het kind in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, tenzij zulks vanwege zijn leeftijd of mate van rijpheid niet raadzaam werd geacht,
b) de partijen in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord, en
c) het gerecht bij het geven van de beslissing rekening heeft gehouden met de redenen en het bewijs op grond waarvan de beslissing ingevolge artikel 13 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1980 is gegeven.
Indien het gerecht of enige andere autoriteit maatregelen treft ter bescherming van het kind na diens terugkeer naar de staat van zijn gewone verblijfplaats, vermeldt het certificaat de bijzonderheden van die maatregelen.
De rechter van de lidstaat van herkomst geeft het certificaat ambtshalve af, met gebruikmaking van het in bijlage IV opgenomen modelformulier (certificaat betreffende de terugkeer).
Het certificaat wordt in de taal van de beslissing gesteld.

Artikel 43
Verbetering van het certificaat
1. Het recht van de lidstaat van herkomst is van toepassing op een eventuele verbetering van het certificaat.
2. Voor het overige staat tegen de afgifte van een certificaat overeenkomstig artikel 41, lid 1, of artikel 42, lid 1, geen rechtsmiddel open.

Artikel 44
Rechtsgevolgen van het certificaat
Het certificaat heeft alleen gevolg binnen de grenzen van de uitvoerbaarheid van de uitspraak.

Artikel 45
Stukken
1. De partij die om de tenuitvoerlegging van een beslissing vraagt, legt over:
a) een afschrift van de beslissing dat voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan;
en
b) het in artikel 41, lid 1, of artikel 42, lid 1, bedoelde certificaat.
2. Voor de toepassing van dit artikel,
- gaat het in artikel 41, lid 1, bedoelde certificaat vergezeld van een vertaling van punt 12 inzake de modaliteiten van uitoefening van het omgangsrecht;
- gaat het in artikel 42, lid 1, bedoelde certificaat vergezeld van een vertaling van punt 14 inzake uitvoering van de maatregelen die zijn genomen met het oog op de terugkeer van het kind.
De vertaling wordt gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de aangezochte lidstaat of in enige andere taal die de aangezochte lidstaat uitdrukkelijk aanvaardt. De vertaling wordt gewaarmerkt door een persoon die in een van de lidstaten daartoe gemachtigd is.