Belgisch Gerechtelijk Wetboek

Deel 4. - Burgerlijke rechtspleging - Boek 4. - Bijzondere rechtsplegingen

Hoofdstuk XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen.

Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming

Art. 1287. Regeling wederzijdse rechten

tot en met

Art. 1304 Uitwerking tussen echtgenoten en tegenover derden

Wetsgeschiedenis

Bij wet van Wet van 27 april 2007 werden volgende wijzigingen aangebracht inzake de burgerlijke rechtspleging bij echtscheiding door onderlinge toestemming:

Art. 34. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1291bis ingevoegd, luidende :
« Art. 1291bis. Indien de echtgenoten aantonen dat ze op het ogenblik waarop de vordering wordt ingediend al meer dan zes maanden feitelijk gescheiden zijn, worden ze vrijgesteld van de verschijning waarin voorzien wordt in artikel 1294.
In dat geval worden de artikelen 1295 en volgende toegepast. »
Art. 35. In artikel 1294, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juni 1994, worden de woorden ", of vertegenwoordigd door een advocaat of door een notaris," ingevoegd tussen de woorden "verschijnen de echtgenoten samen en in persoon" en de woorden "voor de voorzitter van de rechtbank".
Art. 36. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1294bis ingevoegd, luidende :
« Art. 1294bis. § 1. Indien een van de partijen niet verschijnt tijdens de zitting waarin artikel 1294 voorziet of in de loop van de procedure meedeelt dat ze die niet wenst voort te zetten, kan de meest gerede partij om de toepassing van artikel 1255 verzoeken. In dit geval neemt de termijn van een jaar voor het bepalen van de zitting waarin artikel 1255, § 2, tweede lid, voorziet een aanvang op de dag van de in artikel 1289 bedoelde verschijning.
§ 2. Indien afstand wordt gedaan van de procedure, verbinden de in artikel 1287 bepaalde overeenkomsten de partijen voorlopig, tot wanneer de artikelen 1257 of 1280 worden toegepast. Indien de overeenkomsten niet de vorm van een uitvoerbare titel hebben, wordt, op verzoek van de meest gerede partij, de zaak bepaald op de rechtsdag van kort geding, in overeenstemming met artikel 1256. Indien een van de partijen daarom verzoekt, spreekt de voorzitter een voorlopige beschikking uit, in overeenstemming met de overeenkomsten. »


Wetteksten voorzien:
Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming