Onderhoudsgeld in 2001 een examenvraag

eye.gif (4900 bytes)

IV.4.    De heer en Mevrouw Pieter Vluggeman - Odette Traagkind zijn sedert zes jaar gehuwd, zonder huwelijkscontract. Zij wensen nu uit de echt te scheiden bij onderlinge toestemming en raadplegen notaris Trifon Vannootenbril, in dewelke zij veel vertrouwen hebben. Zij wensen geen beroep te doen op advocaten.
    Zij verklaren aan de notaris dat zij geen onroerende goederen of rechten bezitten, dat al hun roerende goederen, inbegrepen de bankrekeningen reeds onder mekaar verdeeld zijn, dat zij geen schulden hebben, dat zij geen kinderen, geadopteerde kinderen of afstammelingen hebben, en dat zij overeengekomen zijn dat de heer Vluggeman, vanaf de ondertekening van de regelingsakte, aan Mevrouw Traagkind een maandelijks onderhoudsgeld van 20.000 BEF zal betalen.
    Zij vragen de notaris een ontwerp van akte op te stellen en rekenen er op dat de notaris hun overeenkomsten, voornamelijk wat betreft het onderhoudsgeld, zo evenwichtig mogelijk zou formuleren.
A.    Welke bijkomende vragen moet de notaris stellen om de clausule omtrent het onderhoudsgeld te kunnen opstellen ?
B.    Stel een duidelijke en sluitende formulering op voor de regeling van het onderhoudsgeld :

------------------------------------

Antwoord:

Moet het onderhoudsgeld ge´ndexeerd worden?

- Wat over de kapitalisatie van het onderhoudsgeld?

- Moet er een interestclausule voorzien worden ingeval van laattijdige betaling?

-  Hoe moet de betaling gebeuren? Op rekening nr. ....

- Moet er een clausule voorzien worden van aanpasbaarheid ingeval van gewijzigde inkomsten en of werksituatie (werkonbekwaamheid, werkloosheid, ...)

- bij overlijden van de uitkeringsplichtige: gaat de plicht over op de erfgenamen?

- Op pensioenleeftijd?

- wordt er zekerheid gegeven of meor er een overdracht van loon voorzien worden?