Echtscheding en de overeenkomst

In het Gerechtelijk wetboek staat dat men een onderlinge regeling moet treffen als men uit de recht wilt gaan scheiden.

10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385undecies)

Familiaal rechtelijke overeenkomst: artikel 1288 Gerechtelijk Wetboek

"Zij zijn ertoe gehouden hun overeenkomst omtrent de volgende punten bij geschrift vast te leggen:
1° de verblijfplaats van elk van beide echtgenoten gedurende de proeftijd;
2° (het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de kinderen en het recht op persoonlijk contact zoals bedoeld in artikel 374, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek) wat betreft de kinderen bedoeld in artikel 1254, zowel gedurende de proeftijd als na de echtscheiding;
3° (de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen, onverminderd de rechten hen door Hoofdstuk V van Titel V van Boek I van het Burgelijk Wetboek toegekend;)
4° (het bedrag van de eventuele uitkering te betalen door de ene echtgenoot aan de andere, gedurende de proeftijd en na de echtscheiding, de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud, de omstandigheden waaronder dit bedrag na de echtscheiding kan worden herzien en de nadere bepalingen ter zake.)

Wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen, kunnen de beshikkingen bedoeld in het 2° en het 3° van het voorgaande lid na de echtscheiding worden herzien door de bevoegde rechter."

Vermogensrechtelijke overeenkomst

Naast familiaal rechtelijke aspecten, moeten de echtgenoten ook een regeling maken die hun vermogenrechtelijke belangen regelt.

.

Belgium