divorce - court

Een echtscheidingsprocedure

Een echtscheiding bekom je niet zomaar op een rechtbank. Er zijn regels te volgen. Er zijn natuurlijk algemene regels op de rechtbank, maar inzake echtscheiding zijn er ook bijzondere regels die moeten gevolgd worden.

De procedureregels inzake echtscheiding staan als volgt beschreven in het Belgisch Gerechtelijk wetboek anno 2009:

HOOFDSTUK XI : ECHTSCHEIDING, SCHEIDING VAN TAFEL EN BED EN SCHEIDING VAN GOEDEREN

Afdeling I : De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting Art. 1254-1286bis

Hierna volgt de volledige wettekst stand begin 2009:

HOOFDSTUK XI Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen

Afdeling I De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting

---------------
Opschrift afdeling I vervangen bij art. 21, 1°, W 27.04.2007 (B.S.,
07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.

Artikel 1254

§ 1. Tenzij ze is gegrond op artikel 229, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, kan de vordering wegens onherstelbare ontwrichting worden ingesteld bij verzoekschrift zoals bepaald in de artikelen 1034bis en volgende.

Naast de gewoonlijke vermeldingen waaronder de identiteit van de betrokken partijen bevat de gedinginleidende akte in voorkomend geval de vermelding van de identiteit van de minderjarige ongehuwde en niet ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, van de kinderen die zij hebben geadopteerd, van de kinderen van een van hen die de andere heeft geadopteerd, van elk kind van elk van de echtgenoten waarvan de afstamming is vastgesteld, evenals van elk kind dat ze samen opvoeden.

De gedinginleidende akte bevat, in voorkomend geval, een gedetailleerde beschrijving van de feiten en, in de mate van het mogelijke, alle verzoeken met betrekking tot de gevolgen van de echtscheiding, onverminderd § 5.

De gedinginleidende akte kan ook de eventuele vorderingen bevatten inzake de voorlopige maatregelen met betrekking tot de persoon, het levensonderhoud en de goederen, van zowel de partijen als de minderjarige ongehuwde en niet ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, de kinderen die zij hebben geadopteerd en de kinderen van een van hen die de andere heeft geadopteerd. Als de eiser wenst dat die vorderingen onmiddellijk in kort geding worden ingeleid, dan wordt de vordering bij gerechtsdeurwaardersexploot ingeleid met dagvaarding om te verschijnen voor de voorzitter, zitting houdend in kort geding, zoals bepaald in artikel 1280, en voor de rechtbank.

Bij de gedinginleidende akte dienen voor ieder van de echtgenoten en de eventuele kinderen, hiervoor opgesomd, door de verzoekende partij te worden toegevoegd :

1° een bewijs van identiteit, van nationaliteit en van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;

2° de akten van geboorte van de hierboven vermelde kinderen;

3° een voor eensluidend verklaard afschrift van de laatste huwelijksakte en van de laatste huwelijksovereenkomst;

4° indien deze verschilt met de verblijfplaats die in het Rijksregister is vermeld, het bewijs van de huidige verblijfplaats of, in voorkomend geval, een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden.

Indien de voorgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgemaakt, kan de griffie om een voor eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.

§ 2. De betrokkenen worden ervan vrijgesteld de diverse in § 1 vermelde bewijzen van identiteit, van nationaliteit en van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister over te leggen, voor zover de respectieve betrokkenen op de datum van de gedinginleidende akte zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. De in dit register opgenomen gegevens gelden tot bewijs van het tegendeel. De griffier van de rechtbank controleert in dat geval de identiteitsgegevens aan de hand van het Rijksregister en voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.

Er geldt tevens vrijstelling van het overleggen van :

1° de in § 1 vermelde geboorteakten voor zover de betrokken kinderen in België geboren zijn;

2° de huwelijksakte, indien het huwelijk in België plaatsvond.

In beide gevallen vraagt de griffie van de rechtbank zelf afschrift van de akte op bij de houder van het register. Hetzelfde geldt wanneer de akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de overschrijving ervan kent.

§ 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op een vordering in kort geding. Ze zijn evenmin van toepassing op personen die zijn ingeschreven in het wachtregister.

§ 4. Als de vermeldingen van de akte van rechtsingang onvolledig zijn of indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit de nodige inlichtingen te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen. Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen.

§ 5. Tot aan de sluiting van de debatten kunnen de partijen of een van de partijen de zaak of het voorwerp van de vordering uitbreiden of wijzigen, tegenvorderingen of aanvullende vorderingen inleiden, en dit aan de hand van op tegenspraak genomen conclusies of door conclusies die aan de andere echtgenoot worden meegedeeld bij gerechtsdeurwaarders-exploot of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.

Art. 1254 : Vervangen bij art. 2, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
§ 2 en § 3, lid 1, 3° gewijzigd en § 3, lid 2 ingevoegd bij art. 2, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Gewijzigd bij art. 55, W 03.08.1992 (B.S., 31.08.1992).
Vervangen bij art. 22, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



Artikel 1255


 

§ 1. Indien de echtscheiding door de partijen gezamenlijk gevorderd wordt op grond van artikel 229, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, wordt het verzoekschrift ondertekend door iedere echtgenoot of ten minste door een advocaat of een notaris.



Als vaststaat dat de partijen sinds meer dan zes maanden feitelijk gescheiden zijn, spreekt de rechter de echtscheiding uit.



Als de partijen niet langer dan zes maanden feitelijk gescheiden zijn, stelt de rechter een nieuwe zitting vast. Deze heeft plaats op een datum die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van zes maanden, of drie maanden na de eerste verschijning van de partijen. Tijdens deze zitting spreekt de rechter de echtscheiding uit indien de partijen hun wil hiertoe bevestigen.



Wanneer de rechter de echtscheiding uitspreekt, homologeert hij desgevallend de tussen de partijen gesloten akkoorden.



§ 2. Indien de echtscheiding gevorderd wordt door één van de echtgenoten met toepassing van artikel 229, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, spreekt de rechter de echtscheiding uit als hij vaststelt dat de partijen sinds meer dan één jaar feitelijk gescheiden zijn.



Als de partijen niet langer dan een jaar feitelijk gescheiden zijn, stelt de rechter een nieuwe zitting vast. Deze heeft plaats op een datum die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van een jaar, of een jaar na de eerste zitting. Tijdens deze zitting spreekt de rechter de echtscheiding uit indien een van de partijen erom verzoekt.



§ 3. Indien de echtscheiding gevorderd wordt door één van de echtgenoten en de andere echtgenoot in de loop van de procedure zich met die vordering akkoord verklaart, wordt de echtscheiding uitgesproken, mits het respecteren van de in § 1 bedoelde termijnen.



§ 4. De feitelijke scheiding van de echtgenoten kan aangetoond worden door alle wettelijke middelen, met uitzondering van de bekentenis en de eed, en onder andere door voorlegging van een getuigschrift van woonplaats waaruit inschrijvingen op verschillende adressen blijken.



§ 5. Indien de echtscheiding door een van de partijen gevorderd wordt met toepassing van artikel 229, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, en het bewijs van de onherstelbare ontwrichting geleverd is, kan de rechter de echtscheiding dadelijk uitspreken.



§ 6. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden is de persoonlijke verschijning van de partijen vereist in geval van een gezamenlijke vordering gebaseerd op artikel 229, § 2 van het Burgerlijk Wetboek, in de andere gevallen is de persoonlijke verschijning van de verzoekende partij vereist.



De zitting heeft in elk geval plaats in raadkamer.



Onverminderd artikel 1734 poogt de rechter de partijen te verzoenen. Hij verstrekt hen alle nuttige inlichtingen over de rechtspleging en met name over het nut een beroep te doen op de bemiddeling waarin het zevende deel van dit Wetboek voorziet. Hij kan de schorsing van de procedure bevelen teneinde de partijen de mogelijkheid te bieden alle nuttige inlichtingen dienaangaande in te winnen. De duur van de schorsing mag niet meer bedragen dan één maand.



§ 7. Als een echtgenoot zich in een toestand van krankzinnigheid of van diepe geestesgestoordheid bevindt, wordt hij als verweerder vertegenwoordigd door zijn voogd, zijn voorlopige bewindvoerder of, bij gebreke van dezen, door een beheerder ad hoc die vooraf door de voorzitter van de rechtbank aangewezen wordt op verzoek van de eisende partij.

 
-------------------- 
Art. 1255 : Vervangen bij art. 3, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994 en bij art. 23, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1256


 

Op ieder ogenblik kunnen de partijen de rechter verzoeken hun overeenkomsten te homologeren over de voorlopige maatregelen met betrekking tot de persoon, het levensonderhoud en de goederen van de echtgenoten of van hun kinderen.



Hij kan weigeren de overeenkomst te homologeren als deze duidelijk in strijd is met het belang van de kinderen.



Bij gebrek aan een overeenkomst of in geval van een gedeeltelijke overeenkomst wordt de zaak, op verzoek van één van de partijen, verwezen naar de eerst nuttige zitting van de zaken in kort geding, voor zover deze nog niet is ingeschreven op de rol van de zaken in kort geding. Artikel 803 is van toepassing.

 
-------------------- 
Art. 1256 : Opgeheven bij art. 4, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Opnieuw ingevoegd bij art. 24, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1257


 

Onverminderd artikel 302 van het Burgerlijk Wetboek zijn de tijdens de echtscheidingsprocedure gehomologeerde overeenkomsten of de maatregelen bevolen in kort geding voorlopig in de zin van artikel 1039, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.



Niettemin kunnen de partijen, na het verstrijken van een termijn van drie maanden volgend op de homologatie van hun overeenkomst of de beschikking in kort geding, om de bekrachtiging van de maatregelen door de feitenrechter vragen, dit keer definitief en ook voor de periode die volgt op de echtscheiding.



De gedeeltelijke akkoorden inzake de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel die zijn gesloten gedurende de echtscheidingsprocedure, blijven gesloten onder de opschortende voorwaarden van de definitieve uitspraak van de echtscheiding en van hun bekrachtiging tijdens de procedure van vereffening en verdeling.

 
-------------------- 
Art. 1257 : Opgeheven bij art. 4, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Opnieuw ingevoagd bij art. 25, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1258


 

Behoudens andersluidende overeenkomst worden de kosten verdeeld onder de partijen wanneer de echtscheiding is uitgesproken op grond van artikel 229, §§ 1 en 2, van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de echtscheiding uitgesproken is op grond van artikel 229, § 1, kan de rechter echter anders beslissen, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak.



Ze worden ten laste gelegd van de eisende partij wanneer de echtscheiding wordt uitgesproken op grond van artikel 229, § 3, van het Burgerlijk Wetboek.

 
-------------------- 
Art. 1258 : Vervangen bij art. 5, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994, err., B.S., 21.01.1995), met ingang van 01.10.1994.
§ 2 gewijzigd bij art. 3, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Gewijzigd bij art. 55, W 03.08.1992 (B.S., 31.08.1992).
Vervangen bij art. 26, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1259


 

...

 
-------------------- 
Art. 1259 : Opgeheven bij art. 6, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Opnieuw opgenomen bij art. 9, W 19.02.2001 (B.S., 03.04.2001), met ingang van 01.10.2001.
Gewijzigd bij art. 1, W 19.02.1993 (B.S., 08.05.1993).
Opgeheven bij art. 27, 1°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1260


  ...

 
-------------------- 
Art. 1260 : Opgeheven bij art. 6, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 2, W 19.02.1993 (B.S., 08.05.1993).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1260bis


  ...

 
-------------------- 
Art. 1260bis :  Ingevoegd bij enig art., W 10.02.1976 (B.S., 11.03.1976) en opgeheven bij art. 6, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1261


  Wanneer de partijen of een van hen een woonplaats heeft gekozen, worden de betekeningen aan die woonplaats gedaan.

 



[Tekst van toepassing op de zaken waarvoor op 01.09.2007 een rechtsdag of een kalender voor de rechtspleging is vastgesteld, of waarvoor een verzoek tot vaststelling werd ingediend:
Wanneer de partijen of een van hen een woonplaats heeft gekozen, worden de betekeningen aan die woonplaats gedaan.



De dossiers worden op de griffie neergelegd ten minste acht dagen vóór de zitting die voor de pleidooien is vastgesteld.]

 
-------------------- 
Art. 1261 : Gewijzigd bij art. 6, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 56, W 03.08.1992 (B.S., 31.08.1992).
Lid 2 opgeheven bij art. 29, W 26.04.2007 (B.S., 12.06.2007), van toepassing op de zaken waarvoor op 01.09.2007 geen rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld, of waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1262


  ...

 
-------------------- 
Art. 1262 : Opgeheven bij art. 7, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1263


  Wanneer de rechtbank de persoonlijke verschijning van de partijen heeft gelast, kan de echtgenoot die niet verschijnt, van zijn rechtsvordering vervallen worden verklaard.

 
-------------------- 
Art. 1263 : Vervangen bij art. 8, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1264


  Partijen verschijnen persoonlijk op het getuigenverhoor, in voorkomend geval bijgestaan door hun advocaat. Ze kunnen zich eveneens door hem laten vertegenwoordigen.

 
-------------------- 
Art. 1264 : Vervangen bij art. 9, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1265


  ...

 
-------------------- 
Art. 1265 : Opgeheven bij art. 10, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1266


  ...

 
-------------------- 
Art. 1266 : Opgeheven bij art. 10, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 1, W 01.07.1969 (B.S., 04.07.1969) en bij art. 2, W 03.05.1990 (B.S., 23.06.1990).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1267


 

...

--------------------
Art. 1267 : Opgeheven bij art. 27, 2°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
 
 



--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1268


 

...

 
-------------------- 
Art. 1268 : Vervangen bij art. 11, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994 en gewijzigd bij art. 4, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Gewijzigd bij art. 30, W 24.06.1970 (B.S., 21.08.1970).
Opgeheven bij art. 27, 3°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1269


 

Het beschikkend gedeelte van de vonnissen of arresten waarbij echtscheiding wordt uitgesproken , vermeldt de volledige identiteit van de partijen alsmede de plaats en de datum van de voltrekking van hun huwelijk.

 
-------------------- 
Art. 1269 : Gewijzigd bij art. 10, W 01.07.1974 (B.S., 17.08.1974), bij art. 5, W 28.10.1974 (B.S., 29.11.1974) en bij art. 12, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 27, 4°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1270


  Weergave van de debatten door middel van de pers is verboden op straffe van geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro en van gevangenis van acht dagen tot zes maanden of van een van die straffen alleen.



Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op dit misdrijf.

 
-------------------- 
Art. 1270 : Gewijzigd bij art. 2, W 26.06.2000 (B.S., 29.07.2000), met ingang van 01.01.2002.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1270bis


 

...

 
-------------------- 
Art. 1270bis :  Ingevoegd bij art. 2, W 01.07.1974 (B.S., 17.08.1974), vervangen bij art. 13, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994 en gewijzigd bij art. 3, W 16.04.2000 (B.S., 19.05.2000).
Gewijzigd bij art. 2, W 02.12.1982 (B.S., 21.12.1982).
Opgeheven bij art. 27, 5°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1271


  ...

 
-------------------- 
Art. 1271 : Opgeheven bij art. 14, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1272


  ...

 
-------------------- 
Art. 1272 : Opgeheven bij art. 14, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1273


  ...

 
-------------------- 
Art. 1273 : Opgeheven bij art. 3, W 03.05.1990 (B.S., 23.06.1990).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1274


 

De termijn om zich in cassatie te voorzien tegen een beslissing die de echtscheiding uitspreekt, wordt vastgesteld op één maand. Deze termijn en de voorziening in cassatie schorsen de tenuitvoerlegging.

 
-------------------- 
Art. 1274 : Gewijzigd bij art. 15, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Vervangen bij art. 28, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1275


  § 1 Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest waarbij de echtscheiding is uitgesproken, wordt onmiddellijk in afschrift medegedeeld aan de griffier.
§ 2 Wanneer het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, stuurt de griffier, binnen een maand, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of het arrest bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken is of, wanneer het huwelijk niet in België voltrokken is, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel .
  Het ontvangstbewijs wordt door de griffier aangezegd aan de partijen.
  Binnen een maand na de kennisgeving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, schrijft deze het beschikkende gedeelte over in zijn registers; er wordt melding van gemaakt op de kant van de akte van huwelijk, indien deze in België is opgemaakt of overgeschreven.
  Na de overschrijving geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld daarvan kennis aan de procureur des Konings bij de rechtbank die op de vordering heeft beslist.
 
-------------------- 
Art. 1275 : Vervangen bij art. 16, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
§ 1 gewijzigd bij art. 29, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
§ 2 gewijzigd bij art. 5, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Gewijzigd bij art. 3, W 01.07.1974 (B.S., 17.08.1974).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1276


  Ten aanzien van vonnissen gaat de termijn bedoeld in artikel 1275 § 2, eerste lid, eerst in na het verstrijken van de termijn van hoger beroep wanneer het vonnis op tegenspraak is gewezen; en na het verstrijken van de termijn van verzet wanneer het vonnis bij verstek is gewezen ten aanzien van arresten gaat die termijn eerst in na het verstrijken van de termijn van voorziening in cassatie of, in voorkomend geval, na de uitspraak van het arrest waarbij de voorziening wordt verworpen.

 
-------------------- 
Art. 1276 : Vervangen bij art. 17, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 2, W 01.07.1969 (B.S., 04.07.1969).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1277


  ...

 
-------------------- 
Art. 1277 : Opgeheven bij art. 18, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1278


  Het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken , heeft ten aanzien van de persoon van de echtgenoten gevolg vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is getreden, en heeft ten aanzien van derden zijn gevolgen vanaf de dag van de overschrijving.



Ten aanzien van de echtgenoten, wat hun goederen betreft, werkt het terug tot op de dag waarop de vordering is ingesteld en, wanneer er meer dan één vordering is, tot op de dag waarop de eerste is ingesteld, ongeacht of zij werd toegewezen of niet.



Ingeval een van de echtgenoten overlijdt voor de echtscheiding is overgeschreven doch nadat het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, worden de echtgenoten tegenover derden als uit de echt gescheiden beschouwd, onder de opschortende voorwaarde van overschrijving overeenkomstig artikel 1275.



De rechtbank kan, op vordering van één van de echtgenoten, indien zij dit wegens uitzonderlijke omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, billijk acht, in het vonnis waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, beslissen dat bij de vereffening van de gemeenschap geen rekening zal worden gehouden met sommige goederen die zijn verworven of met sommige schulden die zijn aangegaan sedert het tijdstip dat de echtgenoten feitelijk gescheiden leefden.



De partijen kunnen dergelijke vordering ook instellen in de loop van de vereffening van de gemeenschap.

 
-------------------- 
Art. 1278 : Vervangen bij art. 7, W 01.07.1974 (B.S., 17.08.1974), gewijzigd bij art. 19, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994 en bij art. 6, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1279


  ...

 
-------------------- 
Art. 1279 : Opgeheven bij art. 16, W 13.04.1995 (B.S., 24.05.1995).
Gewijzigd bij art. 83, W 31.03.1987 (B.S., 27.05.1987) en bij art. 20, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1280


  De voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt , rechtsprekend in kort geding, neemt, in iedere stand van het geding tot de ontbinding van het huwelijk op verzoek van de partijen of van een van de partijen of van de procureur des Konings , kennis van de voorlopige maatregelen die betrekking hebben op de persoon, op het levensonderhoud en op de goederen, zowel van de partijen als van de kinderen.



De rechter houdt, in voorkomend geval, rekening met de meningen van de kinderen die werden geuit op de wijze bepaald bij artikel 931, derde tot zevende lid.



De procureur des Konings kan, door bemiddeling van de bevoegde sociale dienst alle dienstige inlichtingen betreffende de zedelijke en stoffelijke toestand van de kinderen inwinnen.



De voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt kan de procureur des Konings verzoeken de in vorig lid bedoelde informatie te verrichten.



Van de informatie wordt in alle gevallen aan partijen kennis gegeven.



De voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt kan gebruik maken van dezelfde bevoegdheden als bij artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek aan de vrederechter zijn toegekend. In dit geval kan zijn beschikking ingeroepen worden tegen alle tegenwoordige of toekomstige derden-schuldenaars, nadat zij hun, op verzoek van een van de partijen, door een gerechtsdeurwaarder zal zijn betekend. Wanneer zij ophoudt haar gevolgen te hebben, krijgen de derden-schuldenaars op dezelfde wijze daarvan bericht ten verzoeke van de meest gerede partij.



Indien een echtgenoot zich tegenover de andere schuldig gemaakt heeft aan een feit als bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek, of heeft gepoogd een feit te plegen als bedoeld in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek, of indien er ernstige aanwijzingen voor dergelijke gedragingen bestaan, zal de echtgenoot die het slachtoffer is, behalve bij uitzonderlijke omstandigheden, het genot toegewezen krijgen van de echtelijke verblijfplaats indien hij daarom verzoekt.



De artikelen 1253sexies, § 1, 1253septies, eerste lid, en 1253octies zijn van toepassing wanneer verbod is gevorderd of uitgevaardigd om voor hypotheek vatbare goederen te vervreemden of met hypotheek te bezwaren; artikel 224 van het Burgerlijk Wetboek is mede van toepassing.



De zaak blijft tot de ontbinding van het huwelijk , tijdens de hele echtscheidingsprocedure, aanhangig bij de voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt.



Onverminderd een nieuwe dagvaarding of een vrijwillige verschijning der partijen, kan de zaak binnen 15 dagen voor de rechter worden gebracht doordat één van de partijen haar conclusies op de griffie neerlegt.

 
-------------------- 
Art. 1280 : Gewijzigd bij art. 4 (art. 30), W 14.07.1976 (B.S., 18.09.1976, err., B.S., 06.10.1977), bij art. 35, W 02.02.1994 (B.S., 17.09.1994), bij art. 21, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994, bij art. 8, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997) en bij art. 6, W 28.01.2003 (B.S., 12.02.2003 (eerste uitg.)).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1281


  Elke partij is gehouden het bewijs te leveren van haar verblijf in het aangewezen huis, zo dikwijls als zulks van haar gevorderd wordt. Bij gebreke van dat bewijs of van geldige reden, kan de andere echtgenoot vorderen dat de voorlopige uitkering tot onderhoud wordt opgeheven of herzien en, indien hij de verweerder is, dat de voortzetting van de vordering door de eiser niet toegestaan is .

 
-------------------- 
Art. 1281 : Gewijzigd bij art. 22, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1282


 

De eiser of de verweerder in het geding tot echtscheiding kan, te rekenen van de datum waarop de vordering wordt ingeleid, in iedere stand van het geding, tot bewaring van zijn rechten vorderen dat alle roerende goederen van elke echtgenoot worden verzegeld. Ontzegeling geschiedt niet dan onder boedelbeschrijving en onder verplichting voor de partijen om de voorwerpen in de inventaris beschreven weer op te leveren of als gerechtelijk bewaarder voor de waarde daarvan in te staan.



In ieder geval hebben de partijen de mogelijkheid om een inventaris te laten opstellen overeenkomstig hoofdstuk II van boek IV.

 
-------------------- 
Art. 1282 : Vervangen bij art. 23, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Gewijzigd bij art. 9, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Lid 1 gewijzigd bij art. 30, 1°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
Lid 2 ingevoegd bij art. 30, 2°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1283


  Iedere verbintenis ten laste van het gemeenschappelijk vermogen door één van de echtgenoten aangegaan na het instellen van de vordering tot echtscheiding, wordt nietig verklaard indien bewezen wordt dat zij aangegaan is met bedrieglijke benadeling van de rechten van de andere echtgenoot onverminderd de rechten van de te goeder trouw zijnde derden .



Het bewijs van goede trouw moet worden geleverd door de contracterende derde.

 
-------------------- 
Art. 1283 : Vervangen bij art. 24, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994 en gewijzigd bij art. 10, W 20.05.1997 (B.S., 27.06.1997).
Vervangen bij art. 30, W 14.07.1976 (B.S., 18.09.1976).



 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1284


 

...

--------------------
Art. 1284 : Opgeheven bij art. 31, 1°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
 
 


 




--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1285


 

...

--------------------
Art. 1285 : Opgeheven bij art. 31, 1°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
 
 



--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1286


 

...

--------------------
Art. 1286 : Opgeheven bij art. 31, 1°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.
 
 



--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1286bis


 

...

 
-------------------- 
Art. 1286bis :  Ingevoegd bij art. 11, W 01.07.1974 (B.S., 17.08.1974) en gewijzigd bij art. 25, W 30.06.1994 (B.S., 21.07.1994), met ingang van 01.10.1994.
Opgeheven bij art. 31, 2°, W 27.04.2007 (B.S., 07.06.2007), met ingang van 01.09.2007.