Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Titel 4: Burgerlijke rechtspleging :Boek IV.  Bijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en beden scheiding van goederen

Eerste afdeling.  Echtscheiding op grond van bepaalde feiten

...
Wettekst anno 2006:

  Art. 1278. Het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, heeft ten aanzien van de persoon van de echtgenoten gevolg vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is getreden, en heeft ten aanzien van derden zijn gevolgen vanaf de dag van de overschrijving.
  Ten aanzien van de echtgenoten, wat hun goederen betreft, werkt het terug tot op de dag waarop de vordering is ingesteld en, wanneer er meer dan één vordering is, tot op de dag waarop de eerste is ingesteld, ongeacht of zij werd toegewezen of niet.

  Ingeval een van de echtgenoten overlijdt voor de echtscheiding is overgeschreven doch nadat het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, worden de echtgenoten tegenover derden als uit de echt gescheiden beschouwd, onder de opschortende voorwaarde van overschrijving overeenkomstig artikel 1275.

  De rechtbank kan, op vordering van één van de echtgenoten, indien zij dit wegens uitzonderlijke omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, billijk acht, in het vonnis waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, beslissen dat bij de vereffening van de gemeenschap geen rekening zal worden gehouden met sommige goederen die zijn verworven of met sommige schulden die zijn aangegaan sedert het tijdstip dat de echtgenoten feitelijk gescheiden leefden.

  De partijen kunnen dergelijke vordering ook instellen in de loop van de vereffening van de gemeenschap.

Rechtsleer

2007 : Verrekening van onderhoudsgeld en woonstvergoeding