Gerechtelijk wetboek

Afdeling II. _ Echtscheiding door onderlinge toestemming.
Art. 1287. (De echtgenoten die besloten hebben tot echtscheiding door onderlinge toestemming over te gaan, moeten hun wederzijdse rechten waaromtrent het hun evenwel vrijstaat een vergelijk te treffen, vooraf regelen.
Zij kunnen voraf een boedelbeschrijving doen opmaken overeenkomstig Hoofdstuk II - Boedelbeschrijving van Boek IV.
In dezelfde akte moeten zij vaststellen wat zij zijn overeengekomen met betrekking tot de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 745bis en 915bis van het Burgerlijk Wetboek, voor het geval n van hen zou overlijden vr het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding definitief wordt uitgesproken.) <W 1994-06-30/33, art. 26, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
Deze overeenkomsten hebben geen gevolg, indien afstand wordt gedaan van de procedure) <W 14-5-1983, art. 32>
(Een letterlijk uittreksel van de akte, waaruit het bestaan van die overeenkomsten blijkt, moet, voor zover zij betrekking heeft op onroerende goederen, overgeschreven worden op het hypotheekkantoor van het rechtsgebied, waarbinnen de goederen gelegen zijn, op de wijze en binnen de termijnen bepaald bij artikel 2 van de hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1913). <W 1-7-1972, art. 1>
Art. 1288. <W 1-7-1972, art. 2> Zij zijn (...) ertoe gehouden hun overeenkomst omtrent de volgende punten bij geschrift vast te leggen: <W 1994-06-30/33, art. 27, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
1 de verblijfplaats van elk van beide echtgenoten gedurende de proeftijd;
2 (het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de kinderen en het recht op persoonlijk contact zoals bedoeld in artikel 374, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek) wat betreft de kinderen bedoeld in artikel 1254, zowel gedurende de proeftijd als na de echtscheiding; <W 1995-04-13/37, art. 17, 031; Inwerkingtreding : 03-06-1995>
3 (de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen, onverminderd de rechten hen door Hoofdstuk V van Titel V van Boek I van het Burgelijk Wetboek toegekend;) <W 1994-06-30/33, art. 27, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
4 (het bedrag van de eventuele uitkering te betalen door de ene echtgenoot aan de andere, gedurende de proeftijd en na de echtscheiding, de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud, de omstandigheden waaronder dit bedrag na de echtscheiding kan worden herzien en de nadere bepalingen ter zake.) <W 1994-06-30/33, art. 27, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
((Wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen), kunnen de beshikkingen bedoeld in het 2 en het 3 van het voorgaande lid na de echtscheiding worden herzien door de bevoegde rechter.) <W 1994-06-30/33, art. 27, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> <W 1997-05-20/47, art. 11, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Art. 1288bis. <ingevoegd bij W 1994-06-30/33, art. 28, Inwerkingtreding : 1994-10-01> De vordering wordt ingeleid bij verzoekschrift.
Het wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, naar keuze van de echtgenoten.
Naast de andere verplichte vermeldingen (verwijst het verzoekschrift op straffe van nietigheid naar de als bijlage opgenomen overeenkomsten) die worden vereist door de artikelen 1287 en 1288. <W 1997-05-20/47, art. 12, 1, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Als bijlagen bij het verzoekschrift worden neergelegd :
1 de overeenkomsten opgesteld met toepassing van de artikelen 1287 en 1288;
2 in voorkomend geval, de boedelbeschrijving die in artikel 1287, tweede lid, wordt bedoeld;
3 een uittreksel uit de akten van geboorte en uit de akte van huwelijk van de echtgenoten;
4 een uittreksel uit de akten van geboorte (van de kinderen bedoeld in artikel 1254, 2, eerste lid). <W 1997-05-20/47, art. 12, 2, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
(5 een bewijs van nationaliteit van elk van de echtgenoten.) <W 1997-05-20/47, art. 12, 3, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Van het verzoekschrift en de bijlagen worden een origineel en twee afschriften neergelegd. Wanneer de echtgenoten geen kinderen hebben, volstaat n afschrift.
Het origineel van het verzoekschrift wordt door beide echtgenoten of door ten minste een advocaat of notaris ondertekend.
Art. 1288ter. <ingevoegd bij W 1994-06-30/33, art. 29, Inwerkingtreding : 1994-10-01> Binnen acht dagen te rekenen van de neerlegging, zendt de griffie aan de procureur des Konings twee afschriften van het verzoekschrift en de bijlagen.
Art. 1289. <W 1994-06-30/33, art. 30, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Binnen een maand te rekenen van de dag van de neerlegging van het verzoekschrift, verschijnen de echtgenoten samen en in persoon voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of voor de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt.
Zij geven hem hun wil te kennen.
Art. 1289bis. <ingevoegd bij W 1994-06-30/33, art. 31, Inwerkingtreding : 1994-10-01> In uitzonderlijke omstandigheden kan de voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt, na inzage van het verzoekschrift en de bijlagen, bij gemotiveerde beschikking vrijstelling verlenen van persoonlijke verschijning zoals bepaald in de artikelen 1289 en 1294, en aan een echtgenoot toestemming verlenen om zich te laten vertegenwoordigen door een bijzondere gemachtigde, advocaat of notaris.
Art. 1289ter. <ingevoegd bij W 1994-06-30/33, art. 32, Inwerkingtreding : 1994-10-01> De procureur des Konings brengt schriftelijk advies uit over de vormvereisten, de toelaatbaarheid van de echtscheiding en over de inhoud van de overeenkomsten tussen de echtgenoten met betrekking tot hun minderjarige kinderen.
Het advies wordt ter griffie neergelegd ten laatste op de dag vr de verschijning van de echtgenoten bedoeld in artikel 1289, tenzij het wegens de omstandigheden van de zaak terstond op de zitting van de verschijning van de echtgenoten schriftelijk of mondeling wordt uitgebracht, in welk geval dit op het zittingsblad wordt vermeld.
Kan het advies niet tijdig worden uitgebracht, dan wordt de voorzitter van de rechtbank of de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt daarvan ten laatste op de dag vr de zitting verwittigd en wordt de oorzaak van de vertraging op het zittingsblad vermeld.
Art. 1290. De rechter houdt aan beide echtgenoten samen en aan ieder van hen in het bijzonder, (...) zodanige bedenkingen en vermaningen voor als hij gepast oordeelt hij brengt hun alle gevolgen onder het oog, waartoe hun stap zal leiden. <W 1-7-1972, art. 4>
(Onverminderd artikel 931, derde tot zevende lid, kan hij aan de partijen voorstellen de beschikkingen van de overeenkomsten met betrekking tot hun minderjarige kinderen te wijzigen wanneer die hem strijdig lijken met de belangen van deze laatsten.
De rechter kan, ten laatste bij de verschijning van de echtgenoten waarin artikel 1289 voorziet, ambtshalve beslissen tot het horen van de kinderen, zoals bepaald in artikel 931, derde tot zevende lid.
(De rechter bepaalt, wanneer hij toepassing maakt van het tweede of het derde lid, binnen een maand na de neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van de eerste verschijning of van het onderhoud bedoeld in het vorige lid, een nieuwe datum voor de verschijning van de echtgenoten.) <W 1997-05-20/47, art. 13, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Tijdens deze verschijning kan de rechter de beschikkingen die kennelijk strijdig zijn met de belangen van de minderjarige kinderen laten schrappen of wijzigen.) <W 1994-06-30/33, art. 33, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
Art. 1291. <W 1994-06-30/33, art. 34, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Indien de aldus voorgelichte echtgenoten in hun voornemen volharden, verleent de rechter hun ervan akte dat zij de echtscheiding aanvragen en daarin onderling toestemmen.
Art. 1292. <W 1-7-1971, art. 6> De griffier maakt een omstandig proces-verbaal op van al hetgeen gezegd en gedaan is ter uitvoering van de artikelen 1289 tot 1291; de overgelegde stukken blijven gevoegd bij het proces-verbaal.
Hij zendt, binnen vijftien dagen, aan de procureur des Konings een eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal van de verschijning (...). <W 1997-05-20/47, art. 14, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Art. 1293. <W 1994-06-30/33, art. 35, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Wanneer de echtgenoten of n van hen nieuwe en onvoorzienbare omstandigheden aanvoeren waardoor hun toestand, de toestand van n van hen of die van hun kinderen ingrijpend wordt gewijzigd en indien daarvan naar behoren het bewijs wordt geleverd, kunnen zij gezamenlijk een voorstel tot wijziging van hun oorspronkelijke overeenkomsten ter beoordeling aan de rechter voorleggen.
Nadat de rechter kennis heeft genomen van het advies van de procureur des Konings of na toepassing van artikel 931, derde tot zevende lid, kan hij de partijen oproepen indien hij zulks wenselijk acht, ten einde hen voor te stellen de voorstellen tot wijziging van de overeenkomsten met betrekking tot hun minderjarige kinderen aan te passen, wanneer die hem strijdig lijken met de belangen van deze laatsten.
De rechter kan, ten laatste bij de verschijning van de echtgenoten waarin artikel 1294 voorziet, ambtshalve beslissen tot het horen van de kinderen, zoals bepaald in artikel 931, derde tot zevende lid.
(De rechter bepaalt, wanneer hij toepassing maakt van het tweede of derde lid, binnen een maand na de neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van de verschijning bedoeld in het tweede lid of van het onderhoud bedoeld in het derde lid, een nieuwe datum voor de tweede verschijning waarin artikel 1294 voorziet.
Tijdens deze verschijning kan de rechter de beschikkingen die kennelijk strijdig zijn met de belangen van de minderjarige kinderen laten schrappen of wijzigen.) <W 1997-05-20/47, art. 15, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Art. 1294. <W 1994-06-30/33, art. 36, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Behoudens in geval van toepassing van artikel 1293, verschijnen de echtgenoten samen en in persoon voor de voorzitter van de rechtbank of voor de rechter die het ambt van voorzitter waarneemt, binnen een maand nadat drie maanden verlopen zijn te rekenen van het proces-verbaal bedoeld in artikel 1292.
Zij hernieuwen hun verkaring en verzoeken de magistraat, ieder afzonderlijk, maar in elkaars tegenwoordigheid, de echtscheiding uit te spreken.
(De termijn van drie maanden wordt geschorst zolang, in voorkomend geval, de rechtspleging bepaald in artikel 931, derde tot zevende lid, of in artikel 1290, vierde lid, niet tot een einde is gebracht.) <W 1997-05-20/47, art. 16, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Art. 1295. Nadat de rechter aan de echtgenoten zijn opmerkingen heeft gemaakt, wordt hun, indien zij volharden, akte verleend van hun verzoek (...): de griffier van de rechtbank maakt een proces-verbaal op, dat getekend wordt door de rechter en de griffier, alsmede door de partijen, tenzij dezen verklaren niet te kunnen tekenen of daartoe niet in staat te zijn, in welk geval daarvan melding wordt gemaakt. <W 1-7-1972, art. 9>
Art. 1296. De rechter plaatst terstond, onderaan op het proces-verbaal, zijn beschikking inhoudende dat over een en ander door hem binnen drie dagen aan de rechtbank in raadkamer verslag zal worden uitgebracht, op de schriftelijke conclusie van de procureur des Konings, aan wie de griffier de stukken te dien einde meedeelt.
Art. 1297. <W 1994-06-30/33, art. 37, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Indien de procureur des Konings vaststelt dat aan de wettelijke voorwaarden, naar vorm en inhoud, is voldaan, geeft hij zijn conclusie in de volgende bewoordingen : " De wet laat toe ".
In het tegenovergestelde geval met zijn conclusie van ontoelaatbaarheid gemotiveerd zijn.
Art. 1298. De rechtbank kan, wanneer het verslag wordt uitgebracht, geen andere punten onderzoeken dan die welke in artikel 1297 zijn vermeld. Blijkt daaruit dat, naar het oordeel van de rechtbank, de partijen aan de voorwaarden hebben voldaan en de formaliteiten hebben in acht genomen die door de wet bepaald zijn, dan (spreekt zij de echtscheiding uit) (en homologeert zij de overeenkomsten met betrekking tot de minderjarige kinderen); in het tegenovergestelde geval verklaart de rechtbank dat er geen grond bestaat om (de echtscheiding uit te spreken) en geeft de redenen van de beslissing op. <W 1994-06-30/33, art. 38, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> <W 1997-05-20/47, art. 17, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Art. 1299. Hoger beroep tegen het vonnis waarbij de echtscheiding is (uitgesproken) is slechts toegelaten indien het ingesteld wordt door het openbaar ministerie (binnen n maand) te rekenen van de uitspraak. Het wordt aan beide echtgenoten betekend. <W 1994-06-30/33, art. 39, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
Art. 1300. Hoger beroep tegen het vonnis waarbij beslist is dat er geen grond bestaat om de echtscheiding (uit te spreken), is slechts toegelaten indien het ingesteld wordt door beide partijen, afzonderlijk of gezamenlijk (binnen n maand) te rekenen van de uitspraak. Het wordt aan de procureur des Konings betekend. <W 1994-06-30/33, art. 40, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
Art. 1301. Binnen tien dagen na de betekening van het beroep doet de procureur des Konings aan de procureur-generaal bij het hof van beroep de uitgifte toekomen van het vonnis en de stukken waarop dit is gewezen.
De procureur-generaal geeft schriftelijk zijn conclusie binnen tien dagen na ontvangst van de stukken; de voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, brengt verslag uit aan het hof van beroep, in raadkamer, en de eindbeslissing wordt genomen binnen tien dagen na het overleggen van de conclusie van de procureur-generaal.
Het arrest is niet vatbaar voor verzet.
Art. 1302. <W 1994-06-30/33, art. 41, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> De termijn om zich in cassatie te voorzien tegen het arrest van het hof van beroep is drie maanden te rekenen van de uitspraak.
Voorziening in cassatie door de prtijen is slechts toegestaan indien ze ingesteld wordt door de beide echtgenoten afzonderlijk of gezamenlijk.
Voorziening in cassatie tegen een arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, schorst de tenuitvoerlegging.
Art. 1303. (Wanneer de echtscheiding is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier, binnen n maand, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte (en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden) van het vonnis of het arrest bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken is of, wanneer het huwelijk niet in Belgi voltrokken is, aan (de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel).) <W 1994-06-30/33, art. 42, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> <W 1997-05-20/47, art. 18, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Ten aanzien van vonnissen, (gaat die termijn van n maand eerst in) na het verstrijken van de termijn van hoger beroep en ten aanzien van arresten, na het verstrijken van de termijn van voorziening in cassatie. <W 1994-06-30/33, art. 42, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
(lid 3 opgeheven) <W 1994-06-30/33, art. 42, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01>
(Binnen n maand na de ontvangst van het uittreksel van het vonnis of het arrest), schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand het beschikkend gedeelte over in zijn register; er wordt melding van gemaakt op de kant van de akte van huwelijk, indien deze in Belgi is opgemaakt of overgeschreven.
Art. 1304. <W 1994-06-30/33, art. 43, 026; Inwerkingtreding : 1994-10-01> Het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, heeft ten aanzien van derden eerst gevolg vanaf de dag waarop het is overgeschreven. (Ingeval een van de echtgenoten overlijdt voor de echtscheiding is overgeschreven maar nadat het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, worden de echtgenoten tegenover derden als uit de echt gescheiden beschouwd, onder de opschortende voorwaarde van overschrijving overeenkomstig artikel 1303.) <W 1997-05-20/47, art. 19, 033; Inwerkingtreding : 07-07-1997>
Ten aanzien van de goederen van de echtgenoten heeft de beslissing echter gevolg vanaf het proces-verbaal opgemaakt ter uitvoering van artikel 1292.
Ten aanzien van de persoon van de echtgenoten heeft de echtscheiding gevolg vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde gaat.

Volgende bladzijde >>

rechtinbelgie@2747.com