Het ouderlijk gezag in de regelingsakte anno 2006

Co-ouderschap

OUDERLIJK GEZAG gezamenlijke uitoefening

De uitoefening van het gezag over de persoon en het be-heer van de goederen van beide gemeenschappelijke kinderen wordt zowel tijdens de proeftijd als na de echtscheiding door beide ouders gezamenlijk uitgeoefend.

Dit betekent dat alle beslissingen over de gezondheid van de kinderen, hun opvoeding, hun opleiding en hun ontspanning en over godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes, verder door beide ouders gezamenlijk worden genomen. Beide ouders zullen ook, overeenkomstig artikel 384 van het Burgerlijk Wetboek, het genot over de goederen van hun kinderen hebben tot aan de meerderjarigheid.

Ieder ouder wordt ten opzichte van derden ter goeder trouw geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een handeling stelt die met het gezag over de persoon verband houdt, of een daad van beheer over de goederen van het kind stelt, behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen.

Tijdens de periode waarin een kind bij één ouder verblijft, oefent die ouder evenwel alleen alle bevoegdheden uit met betrekking tot de dagdagelijkse opvoeding van en zorgen om het kind.

 
2747.com / law / .. Belgie

contact

Publiek recht

Fiscaal recht

Burgerlijk recht

Vennootschapsrecht