Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Titel 4: Burgerlijke rechtspleging :Boek IV.  Bijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en beden scheiding van goederen.

Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming

Artikel 1287 Ger. W. anno 2007:

De echtgenoten die besloten hebben tot echtscheiding door onderlinge toestemming over te gaan, moeten hun wederzijdse rechten waaromtrent het hun evenwel vrijstaat een vergelijk te treffen, vooraf regelen.

Zij kunnen vooraf een boedelbeschrijving doen opmaken overeenkomstig Hoofdstuk II – Boedelbeschrijving van Boek IV.

In dezelfde akte moeten zij vaststellen wat zij zijn overeengekomen met betrekking tot de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 745bis en 915bis van het Burgerlijk Wetboek, voor het geval één van hen zou overlijden vóór het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding definitief wordt uitgesproken.

Een letterlijk uittreksel van de akte, waaruit het bestaan van die overeenkomsten blijkt, moet voor zover zij betrekking heeft op onroerende goederen, overgeschreven worden op het hypotheekkantoor van het rechtsgebied, waarbinnen de goederen gelegen zijn, op de wijze en binnen de termijnen bepaald bij artikel 2 van de hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1913.

Wetsgeschiedenis

Wet van 27 april 2007
Art. 31. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :

artikel 1287, vierde lid, gewijzigd bij de wetten van 1 juli 1972, 14 mei 1981 en 30 juni 1994.