Koninklijk besluit van 22 maart 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S., 12 april 2006) ...Art. 4
   In afdeling IV, onderafdeling III, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt een artikel 36bis ingevoegd, luidende:
   (...)

Art. 36bis
   Voor de bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen medeëigendom van toepassing zijn of kunnen zijn, worden de postinterventiedossiers die door de coördinator-verwezenlijking overgedragen worden na 30 april 2006, door deze laatste onderverdeeld in een gedeelte dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen medeëigendom en gedeelten die betrekking hebben op de privatieve delen van deze bouwwerken.
   Elk deel van een postinterventiedossier dat betrekking heeft op een privatief deel omvat niet alleen de informatie over het betrokken privatief deel, maar ook de informatie over de elementen die andere privatieve delen bedienen of die tot de delen in gedwongen medeëigendom behoren en die onontbeerlijk is om, bij het uitvoeren van werken in het betrokken privatief deel, de veiligheid, de gezondheid of het comfort van de gebruikers van de privatieve delen niet in het gedrang te brengen, inzonderheid, de ligging van in de muren ingewerkte leidingen en kokers of het dragend karakter van een ligger of een muur.


   Ingevoegd bij art. 4 K.B. 22 maart 2006 (B.S., 12 april 2006).


Onderafdeling III. Het postinterventiedossier

Art. 34
   Het postinterventiedossier is verplicht op alle tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar de bepalingen van de afdelingen II, III en V op van toepassing zijn.

   Vervangen bij art. 28 K.B. 19 januari 2005 (B.S., 27 januari 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 27 januari 2005 (art. 42).


Art. 35
   Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in afdeling III, met uitzondering van deze vermeld in artikel 36, beantwoordt de inhoud van het postinterventiedossier aan de bijlage I, deel C, afdeling I.

   Vervangen bij art. 29 K.B. 19 januari 2005 (B.S., 27 januari 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 27 januari 2005 (art. 42).


Art. 36
   Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in de afdelingen II en V, alsook op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen van de afdeling III die tevens bouwplaatsen zijn bedoeld in artikel 26, § 3, beantwoordt de inhoud van het postinterventiedossier aan de bijlage I, deel C, afdeling II.

   Vervangen bij art. 30 K.B. 19 januari 2005 (B.S., 27 januari 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 27 januari 2005 (art. 42).


Art. 36bis
   Voor de bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen medeëigendom van toepassing zijn of kunnen zijn, worden de postinterventiedossiers die door de coördinator-verwezenlijking overgedragen worden na 30 april 2006, door deze laatste onderverdeeld in een gedeelte dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen medeëigendom en gedeelten die betrekking hebben op de privatieve delen van deze bouwwerken.
   Elk deel van een postinterventiedossier dat betrekking heeft op een privatief deel omvat niet alleen de informatie over het betrokken privatief deel, maar ook de informatie over de elementen die andere privatieve delen bedienen of die tot de delen in gedwongen medeëigendom behoren en die onontbeerlijk is om, bij het uitvoeren van werken in het betrokken privatief deel, de veiligheid, de gezondheid of het comfort van de gebruikers van de privatieve delen niet in het gedrang te brengen, inzonderheid, de ligging van in de muren ingewerkte leidingen en kokers of het dragend karakter van een ligger of een muur.

   Ingevoegd bij art. 4 K.B. 22 maart 2006 (B.S., 12 april 2006).

Uit de bijlagen bij het KB:

Deel C Inhoud van het postinterventiedossier gedefinieerd in artikel 3, 8°

Afdeling I. Inhoud bedoeld in artikel 35

   Het postinterventiedossier bevat ten minste de volgende elementen:
    1° de informatie betreffende de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;
    2° de informatie betreffende de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, inzonderheid ingewerkte nutsleidingen;
    3° de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;
    4° de architecturale, technische en organisatorische elementen in verband met de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk;
    5° de informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, inzonderheid de herstelling, vervanging of ontmanteling van installaties of constructie-elementen;
    6° de relevante verantwoording van de keuzen in verband met onder andere de toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen;
    7° de identificatie van de gebruikte materialen.


Afdeling II. Inhoud bedoeld in artikel 36

   Het postinterventiedossier bevat ten minste de volgende elementen:
    1° de informatie betreffende de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;
    2° de informatie betreffende de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, inzonderheid ingewerkte nutsleidingen;
    3° de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;
    4° de identificatie van de gebruikte materialen.