Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming

Titel II Definities, doelstellingen en algemene bepalingen

Hoofdstuk I. Definities
Artikel 2 anno 2007: In dit decreet wordt verstaan onder:

    1° bodem: vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater, en de andere bestanddelen en organismen die er zich in bevinden;

    2° waterbodem: waterbodem, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;

    3° OVAM: Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;

    4° bodemverontreiniging: aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem of opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;

    5° ernstige bodemverontreiniging: bodemverontreiniging die een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu.
Bij de evaluatie van de ernst van de bodemverontreiniging wordt in concreto rekening gehouden met:
    a) de kenmerken, functies, bestemmingen en eigenschappen van de bodem;
    b) de aard en de concentratie van de verontreinigingsfactoren;
    c) de mogelijkheid op verspreiding van de verontreinigingsfactoren;

    6° nieuwe bodemverontreiniging: bodemverontreiniging die tot stand gekomen is na 28 oktober 1995;

    7° historische bodemverontreiniging: bodemverontreiniging die tot stand gekomen is voor 29 oktober 1995;

    8° gemengde bodemverontreiniging: bodemverontreiniging die tot stand gekomen is gedeeltelijk voor 29 oktober 1995 en gedeeltelijk na 28 oktober 1995;

    9° grond: de bodem of de opstallen die zich op of in de bodem bevinden, met uitzondering van de opstallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald;

    10° verontreinigde gronden: gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam en gronden waar de verontreinigende stoffen of organismen zich hebben verspreid of waar de bodemverontreiniging schadelijke gevolgen heeft;

    11° grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam: grond waar een emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden die rechtstreeks of onrechtstreeks de bodem heeft verontreinigd;

    12° emissie: elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water;

    13° risicogrond: grond waarop een risico-inrichting gevestigd is of was;

    14° risico-inrichtingen: fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op een lijst die de Vlaamse Regering opstelt;

    15° site: verzameling van verontreinigde gronden of potentieel verontreinigde gronden, vastgesteld krachtens dit decreet;

    16° site-onderzoek: bodemonderzoek dat uitgevoerd wordt op een site om de bodemverontreiniging of potentiële bodemverontreiniging afkomstig van de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld in kaart te brengen en om de ernst ervan vast te stellen. Het site-onderzoek voldoet aan de doelstellingen van een orienterend en beschrijvend bodemonderzoek voor de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld;

    17° gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op een grond, met uitzondering van de eigenaar;

    18° overdracht van gronden:

    19° overeenkomsten betreffende de overdracht van gronden
  
 20° behandelen van bodemverontreiniging: wegnemen, neutraliseren, immobiliseren, isoleren of afschermen van de bodemverontreiniging;

    21° bodemsanering: behandelen van bodemverontreiniging door:
    a) het opstellen van een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject;
    b) het uitvoeren van bodemsaneringswerken;
    c) het uitvoeren van een eindevaluatieonderzoek;

    22° bodemsaneringswerken: werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject of van een beperkt bodemsaneringsproject;

    23° risicobeheer: beheersen van de risico's verbonden aan bodemverontreiniging door:
    a) het opstellen van een risicobeheersplan;
    b) het uitvoeren van risicobeheersmaatregelen;
    c) het opmaken van opvolgingsrapporten;

    24° voorzorgsmaatregelen: maatregelen om mens of milieu tijdelijk te beschermen tegen de risico's van de bodemverontreiniging in afwachting van bodemsaneringswerken;

    25° nazorg: maatregelen van bewaking, controle en zo nodig herstel om de mens of het milieu te blijven beschermen tegen de risico's van bodemverontreiniging na bodemsanering;

    26° schadegeval: onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging;

    27° rechtsvoorganger: rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met een andere rechtspersoon door wettelijke rechtsopvolging, via fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, inbreng of overdracht van een algemeenheid, inbreng of overdracht van een bedrijfstak, of enige gelijkaardige rechtsfiguur;

    28° gemandateerde: diegene die op grond van een lastgeving of een gerechtelijke beslissing bevoegd is om handelingen te stellen met betrekking tot het onroerend vermogen van de aangewezen persoon;

    29° code van goede praktijk: door de OVAM aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet;

    30° bodemsaneringsdeskundige: onafhankelijke deskundige erkend door de Vlaamse Regering.