Vlaamse Decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Art. 1 : Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2:  Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
    1° Bodem: het vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater, en de andere bestanddelen en organismen die er zich in bevinden.
    2° Bodemverontreiniging: de aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem of opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.
    3° Bodemverontreiniging die een ernstige bedreiging vormt:
    (1) bodemverontreiniging waarbij er contact is of kan zijn tussen de verontreinigende stoffen of organismen en mensen, planten of dieren en waarbij dit contact zeker of waarschijnlijk schadelijke gevolgen zal hebben voor de gezondheid van mensen, planten of dieren;
    (2) bodemverontreiniging die waterwinning nadelig kan beïnvloeden.
Bij de evaluatie van de ernst van de bedreiging door bodemverontreiniging, houdt men in concreto rekening met:
    – kenmerken van de bodem;
    – de aard en de concentratie van de stoffen of organismen;
    – de mogelijkheid op verspreiding ervan;
    – de functies die de bodem vervult;
    – het gevaar op blootstelling van mensen, planten of dieren en waterwinningen.
    4° Nieuwe bodemverontreiniging: verontreiniging die is tot stand gekomen na de inwerkingtreding van dit decreet.
    5° Historische bodemverontreiniging: verontreiniging die is tot stand gekomen voor de inwerkingtreding van dit decreet.
    6° Gemengde bodemverontreiniging: verontreiniging die is tot stand gekomen gedeeltelijk vóór en gedeeltelijk na de inwerkingtreding van dit decreet.
    7° Verontreinigde gronden: gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam en gronden waar de verontreinigende stoffen of organismen zich hebben verspreid of waar de bodemverontreiniging schadelijke gevolgen heeft.
    [7°bis Site: een verzameling van verontreinigde gronden en/of potentieel verontreinigde gronden, vastgesteld krachtens dit decreet.]
    8° Gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam: gronden waar de verontreinigende stoffen of organismen op of in de bodem zijn terechtgekomen.
    9° [Gebruiker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht op een grond.]
    10° [Emissie: elke inbreng op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water.]
    11° Behandelen van bodemverontreiniging: wegnemen, neutraliseren, immobiliseren, isoleren of afschermen van de bodemverontreiniging.
    12° Bodemsanering: het behandelen van bodemverontreiniging door:
    – het opstellen en uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek zoals bedoeld in artikel 13;
    – het opstellen van een bodemsaneringsproject zoals bedoeld in artikel 16;
    – het uitvoeren van bodemsaneringswerken;
    – het eventueel verzekeren van de nazorg.
    13° Bodemsaneringswerken: werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject als bedoeld in artikel 15.
    14° Voorzorgsmaatregelen: maatregelen om mens of milieu tijdelijk te beschermen tegen de gevaren van de bodemverontreiniging in afwachting van bodemsaneringswerken.
    15° Maatregelen die overeenstemmen met de stand van de techniek en die geen onredelijk hoge kosten meebrengen: de beste beschikbare technische oplossingen die met succes in de praktijk zijn toegepast en waarvan de kostprijs niet onredelijk is in verhouding tot het te bereiken resultaat op het vlak van de bescherming van de mens en het milieu, dit onafhankelijk van de financiële draagkracht van degene op wie de saneringsverplichting rust.
    16° Bodemsaneringsdeskundige: een onafhankelijke deskundige, erkend door de Vlaamse regering voor de uitvoering van de opdrachten die in dit decreet worden bepaald.
    17° Sluiting van een inrichting: de stopzetting van alle activiteiten, of alle substantiële activiteiten in een inrichting.
    [17°bis Grond: de bodem en/of de zich op de bodem bevindende opstallen.
Als grond wordt niet beschouwd, elk privatief gedeelte en/of de gemeenschappelijke bestanddelen waarin het betrokken privatieve gedeelte een aandeel heeft, van een onroerend geheel onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover in het betrokken privatieve gedeelte of in de gemeenschappelijke bestanddelen waarin het betrokken privatieve gedeelte een aandeel heeft, geen inrichting gevestigd is of was of geen activiteit wordt of werd uitgeoefend die opgenomen is in de lijst bedoeld in artikel 3, § 1 van dit decreet.]
    18° [Overdracht van gronden:
    a) de overdracht onder levenden van het eigendomsrecht op een grond;
    b) het vestigen onder levenden van een recht van vruchtgebruik, van een recht van gebruik en bewoning, van een erfpacht en van een opstalrecht op een grond, alsmede het onder de levenden beëindigen van deze op voormelde wijze gevestigde rechten;
    c) het aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op een grond voor een gecumuleerde duur van meer dan 9 jaar;
    d) het aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie voor een gecumuleerde duur van meer dan 1 jaar, op een grond waarop een inrichting gevestigd is of was of een activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    e) het aangaan van een onroerende leasing met betrekking tot een grond en de beëindiging van de onroerende leasing met of zonder lichting van de aankoopoptie;
    f) het overdragen onder de levenden van een recht bedoeld in b) tot en met e);
    g) de fusie van rechtspersonen, waarvan minstens één eigenaar is van grond, of de splitsing van een rechtspersoon die eigenaar is van grond;
    h) de inbreng van een algemeenheid of een bedrijfstak, voorzover daartoe een grond behoort;
    i) het opstellen van de statuten van het gebouw als bedoeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

In afwijking van de voorgaande bepalingen worden niet beschouwd als een overdracht van grond:
    a) de inbreng van een in het eerste lid a) tot en met e) bedoeld recht in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen;
    b) het aangaan, overdragen of beëindigen van een huur op een grond, voorzover deze huur door haar aard beheerst wordt bij de wet van 20 februari 1991 houdende wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake huishuur en voorzover op deze grond geen inrichting gevestigd is of was of geen activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    c) het aangaan of beëindigen van een huur op een grond, voorzover deze huur door haar aard geregeld wordt door het besluit van de Vlaamse regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd, in toepassing van artikel 80ter van de huisvestingscode en voorzover op deze grond geen inrichting gevestigd is of was of geen activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    d) de verlenging van huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op een grond, waardoor de gecumuleerde duur de negen jaar overschrijdt, voorzover een bodemattest werd aangevraagd bij het aangaan van de huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op de grond.]
    [18°bis Overeenkomsten betreffende de overdracht van gronden: alle overeenkomsten die een overdracht van grond in de zin van artikel 2, 18° tot voorwerp hebben, evenals
    a) de inbreng in éénhoofdige rechtspersoon van een in artikel 2, 18°, eerste lid a) tot en met e) bedoeld recht;
    b) het voorstel tot fusie van rechtspersonen, waarvan minstens één eigenaar is van grond of het voorstel tot splitsing van een rechtspersoon die eigenaar is van grond;
    c) het voorstel van inbreng van algemeenheid of van inbreng van een bedrijfstak;
    d) het opstellen van de statuten van het gebouw als bedoeld in artikel 577-4, van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577–3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting.]

    [18°ter Saneringswillige: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, zonder enige saneringsplicht, vrijwillig tot een bodemsanering onder toezicht van OVAM wenst over te gaan.]

    [18°quater Saneringsplichtige: de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie krachtens dit decreet een verplichting rust om tot bodemsanering over te gaan.]

    [18°quinquies Vrijwillige bodemsanering: de bodemsanering uitgevoerd door een saneringswillige.]

    19° OVAM: de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest, opgericht door het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, zoals herhaaldelijk gewijzigd.



Wetshistoriek
   Enig lid:
    – 7°bis ingevoegd bij art. 2 Decr. Vl. Parl. 18 mei 2001 (B.S., 19 juni 2001);
    – 9° vervangen bij art. 2 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 10° vervangen bij art. 3 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 17°bis ingevoegd bij art. 4 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 18° vervangen bij art. 5 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 18°bis ingevoegd bij art. 6 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 18°ter ingevoegd bij art. 7 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 18°quater ingevoegd bij art. 8 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37);
    – 18°quinquies ingevoegd bij art. 9 Decr. Vl. Parl. 26 mei 1998 (B.S., 25 juli 1998), met ingang van 25 juli 1998 (art. 37).

Uitvoeringsbesluiten

    – Besluit van de administrateur-generaal van 17 december 2001 tot vaststelling van het model van aanvraagformulier voor de erkenning als bodemsaneringsdeskundige