Het vermoeden van instemming van de andere ouder

Inzake ouderlijk gezag over de persoon van het kind

Ouders die samen leven oefenen het ouderlijk gezag over de persoon van hun kind gezamenlijk uit. In principe moeten zijn dus alles samen doen inzake het gezag over de persoon van hun kind.

Maar artikel 373 BW bevat een vermoeden van instemming van de andere ouder.

Leven de ouders niet samen dan wijzigt er in principe niets aan voormelde regeling inzake het gezag over de persoon van het minderjarige kind.

Maar in dat geval kan ingeval van betwisting tussen de ouders kan volgens artikel 374 BW het ouderlijk gezag exclusief worden opgedragen aan een van de ouders alleen door de rechter.

Inzake het beheer over de goederen van het kind

De regeling inzake het beheer van de goederen van het kind in artikel 376 BW loopt volledig parallel met de regeling inzake het ouderlijk gezag over de persoon van het kind.

Wel moet worden opgemerkt dat een notaris bij voorkeur steeds beide ouders zal laten optreden in een akte wanneer zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De notaris zal geen beroep doen op het vermoeden van instemming van de andere ouder.
Ouderlijk gezag 2007: topics - dialogen - clausules