In december 2006 is er een kleine reparatie gekomen aan de wet van 1 juli 2006.

TITEL XVII. - Justitie
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming
Art. 367. In artikel 312 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt vervangen als volgt :
« Tenzij het kind het bezit van staat heeft ten aanzien van de moeder, kan de op deze wijze vastgelegde afstamming van moederszijde betwist worden door alle wettelijke middelen, binnen het jaar van de ontdekking van het leugenachtige karakter van de afstamming van moederszijde, door de vader, het kind, de vrouw ten opzichte van wie de afstamming is vastgesteld en door de persoon die het moederschap van het kind opeist";
2° § 3 vervalt.
Art. 368. In artikel 318 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, tweede lid, wordt geschrapt;
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "De vordering van de moeder moet worden ingesteld binnen een jaar na de geboorte. » ingevoegd vóór de woorden "De vordering van de echtgenoot";
3° § 2, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "of binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat de echtgenoot zijn vader niet is".
Art. 369. Artikel 328bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006, wordt vervangen als volgt :
« Art. 328bis. De vorderingen bedoeld in de artikelen 318 en 329bis kunnen voor de geboorte ingesteld worden door de man die het vaderschap van het kind opeist. ».
Art. 370. Artikel 330, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006, wordt aangevuld met de woorden "of binnen een jaar na het ontdekken van het feit dat de persoon die het erkend heeft noch zijn vader, noch zijn moeder is. ».
Art. 371. In artikel 332quinquies, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006, worden in de laatste zin de woorden "het verzoek tot toelating van de erkenning" vervangen door de woorden "de vordering tot onderzoek naar het vaderschap".
Art. 372. In artikel 25 van de overgangsbepalingen van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan wordt een § 5 ingevoegd, luidende :
« § 5. De personen die de rechten bezitten die voortvloeien uit artikel 320 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 27 december 1994 en uit artikel 323 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987, zoals opgeheven bij deze wet, kunnen nog een vordering instellen binnen een termijn van een jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet. ».
Art. 373. Dezelfde wet wordt aangevuld met een hoofdstuk V, luidende :
« HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding
Art. 26. Deze wet treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 juli 2007. ».