Minderjarige
Titel VII. - Afstamming -  Hoofdstuk 3. - Gemeenschappelijke bepalingen nopens de wijze waarop de afstamming wordt vastgesteld

Afdeling 1. - Het tijdstip van de verwekking

Art. 326 :

Het kind wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed te zijn verwekt in het tijdvak van de 300e tot en met de 180e dag voor de geboortedag en op het tijdstip dat voor hem het gunstigst is, gelet op het onderwerp van de vordering dat het heeft ingesteld of van het verweermiddel dat het heeft voorgedragen.