Boek I. - Personen : Titel VII. - Afstamming
Hoofdstuk 1. - Vaststelling van de afstammming van moederszijde

Art. 312. <W 31-03-1987, art. 38> § 1. Het kind heeft als moeder de persoon die als zodanig in de akte van geboorte is vermeld.
  § 2. (Tenzij het kind het bezit van staat heeft ten aanzien van de moeder, kan de op deze wijze vastgelegde afstamming van moederszijde betwist worden door alle wettelijke middelen, binnen het jaar van de ontdekking van het leugenachtige karakter van de afstamming van moederszijde, door de vader, het kind, de vrouw ten opzichte van wie de afstamming is vastgesteld en door de persoon die het moederschap van het kind opeist.) <W 2006-12-27/32, art. 367, 031; Inwerkingtreding : zoals W 2006-07-01/75, en dus onbepaald, uiterlijk op 01-07-2007>
  § 3. (opgeheven) <W 2006-12-27/32, art. 367, 031; Inwerkingtreding : zoals W 2006-07-01/75, en dus onbepaald, uiterlijk op 01-07-2007>

Wetsgeschiedenis: 2005