Boek I. - Personen

Titel VII. - Afstamming

Hoofdstuk 1. - Vaststelling van de afstammming van moederszijde.



Art. 314. <W 31-03-1987, art. 38> Bij gebreke van de akte van geboorte, van de vermelding van de naam van de moeder in die akte of wanneer het kind onder valse namen is ingeschreven en niet is erkend, kan de afstamming van moederszijde gerechtelijk worden vastgesteld (onder de bij artikel 332quinquies bepaalde voorwaarden). <W 2006-07-01/75, art. 5, A, 030; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-07-2007>
  De vordering is evenwel niet ontvankelijk indien daaruit blijkt dat tussen de moeder en de vader een huwelijksbeletsel bestaat waarvan de Koning geen ontheffing kan verlenen (tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding). <W 2006-07-01/75, art. 5, B, 030; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-07-2007>
  De eiser moet het bewijs leveren dat het kind hetzelfde is als dat van wie de vermeende moeder is bevallen.
  Hij kan zulks bewijzen door aan te tonen dat het ten aanzien van de vermeende moeder het bezit van staat heeft.
  Bij gebreke van bezit van staat kan het bewijs van de afstamming door alle wettelijke middelen worden geleverd. Het tegenbewijs kan eveneens door alle wettelijke middelen worden geleverd.

Wetsgeschiedenis: 2005 - 2006 - 2007

Hoofdstuk 2. - Vaststelling van de afstamming van vaderszijde