Boek I. - Personen

Titel VII. - Afstamming

Hoofdstuk 1. - Vaststelling van de afstammming van moederszijde.

Hoofdstuk 2. - Vaststelling van de afstamming van vaderszijde
Afdeling 1 - Vermoeden van vaderschap
Afdeling 2. - Erkenning
Afdeling 3. - Onderzoek naar het vaderschap

Hoofdstuk 3. - Gemeenschappelijke bepalingen nopens de wijze waarop de afstamming wordt vastgesteld
Afdeling 1. - Het tijdstip van de verwekking
Afdeling 2. - De erkenning.


Hoofdstuk 4. - Vorderingen met betrekking tot de afstamming

Afdeling 1. - Algemeen.
Afdeling 2. - De vorderingen in het bijzonder

Afdeling 3. - Bekendmaking van de rechterlijke beslissingen in de registers van de burgerlijke stand

  Art. 333. <W 31-03-1987, art. 38> § 1. Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest waarbij een vordering betreffende de afstamming wordt toegewezen, moet in afschrift worden medegedeeld aan het openbaar ministerie.
  § 2. Na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of van voorziening in cassatie of, in voorkomend geval, na de uitspraak van het arrest waarbij de voorziening wordt afgewezen, zendt het openbaar ministerie onverwijld het beschikkende gedeelte van elk vonnis of arrest waarbij een vordering betreffende de afstamming wordt toegewezen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de akte van geboorte van het kind is opgemaakt of overgeschreven.
  Indien de akte van geboorte niet in België is ingeschreven, wordt het beschikkende gedeelte gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de verblijfplaats van het kind in België of, bij gebreke daarvan, aan die van het eerste district van Brussel.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft, binnen een maand, het beschikkende gedeelte over in zijn registers; melding daarvan wordt gemaakt op de kant van de akten betreffende de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen.

Hoofdstuk 5. - Gevolgen van de afstamming

Hoofdstuk 6. - Vordering tot uitkering van levensonderhoud, opvoeding en passende opleiding