De naaste familieleden als voogd |
Art. 393. Indien de ouders geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid die hen in het voorgaande artikel wordt geboden of indien het niet mogelijk was hun keuze te volgen, kiest de vrederechter zodra hij kennis heeft van het ontstaan van de voogdij, een voogd die geschikt is om de minderjarige op te voeden en zijn goederen te beheren, bij voorkeur uit de naaste familieleden. Hij benoemt de voogd nadat hij zich verzekerd heeft van zijn aanvaarding.
Hij moet toezien op de belangen van de minderjarige in de gevallen waarin de belangen van de voogd in strijd zijn met de belangen van de minderjarige.
Art. 397. Mogen geen voogd zijn :
1° personen die niet de vrije beschikking over hun goederen hebben;
2° personen ten aanzien van wie de jeugdrechtbank een van de maatregelen heeft bevolen
die zijn bedoeld in de artikelen 29 tot 32 van de wet van 8 april 1965 betreffende de
jeugdbescherming.
Art. 398. Zijn uitgesloten van de voogdij of kunnen, indien zij de voogdij reeds
uitoefenen, daaruit worden ontzet :
1° personen van kennelijk wangedrag;
2° personen van wie het beheer getuigt van onbekwaamheid of ontrouw;
3° personen die zelf of van wie de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, de feitelijk
samenwonende, een bloedverwant in de opgaande lijn of een bloedverwant in de nederdalende
lijn tegen de minderjarige een rechtsgeding voeren waarbij de staat van de minderjarige,
zijn vermogen of een aanzienlijk deel van zijn goederen zijn betrokken.
Art. 399. Wanneer grond bestaat om de voogd te ontzetten, spreekt de vrederechter op
verzoek van de toeziende voogd, van het openbaar ministerie of zelfs ambtshalve de
ontzetting uit.
Art. 403. De toeziende voogd houdt toezicht op de voogd. Indien hij vaststelt dat de
voogd tekort schiet in de opvoeding van de minderjarige of in het beheer van zijn
goederen, moet hij de vrederechter daarvan onverwijld in kennis stellen.
De voogd dient alle medewerking te verlenen teneinde de toeziende voogd in staat te
stellen dit toezicht uit te oefenen.
Art. 404. De toeziende voogd vertegenwoordigt de minderjarige wanneer de belangen van deze
laatste tegengesteld zijn aan die van de voogd. Indien de belangen van de toeziende voogd
eveneens in strijd zijn met de belangen van de minderjarige, benoemt de vrederechter op
verzoek van iedere belanghebbende of zelfs ambtshalve een voogd ad hoc, en een toeziend
voogd ad hoc.
Bij het openvallen van de voogdij vervangt de toeziende voogd de voogd niet van
rechtswege. In dat geval moet hij op straffe van vergoeding van de schade die daaruit voor
de minderjarige zou kunnen voortvloeien, een nieuwe voogd doen benoemen.
Deze werd afgeschaft. Vroeger bestond bij uit 3 leden van de familie langs vaderlijke kant en 3 leden uit de familie langs moderlijke kant. De Vrederechter was voorzitter. Thans heeft de voogd de machtiging van de Vrederechter nodig voor een aantal handelingen. De famileraad is echter afgeschaft. Naast de voogd is er nog de toeziende voogd. En eventueel een voogd ad hoc.