Boek I. - Personen : Titel VII. - Afstamming

Hoofdstuk VI. - Vordering tot uitkering voor levensonderhoud, opvoeding en passende opleiding

....

Art. 337. § 1. De vordering komt aan het kind persoonlijk toe. Zij moet worden ingesteld binnen drie jaar te rekenen hetzij van de geboorte, hetzij van het staken van de hulp door de verweerder rechtstreeks of onrechtstreeks verleend. Wordt de vordering na die termijn ingesteld, dan kan de rechtbank ze niettemin om gegronde redenen ontvankelijk verklaren.

  § 2. De vordering gaat niet over op de erfgenamen van het kind. Deze kunnen echter de begonnen rechtsvordering voortzetten.

  § 3. Na het overlijden van de persoon die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met de moeder gemeenschap heeft gehad, kan de vordering worden voortgezet maar niet meer ingesteld tegen zijn erfgenamen.

Rechtspraak