De Pauliaanse vordering kan ingesteld worden door schuldeisers tegen personen die met hun schuldenaar gehandeld hebben

Volgens artikel 1167 B.W. kunnen schuldeisers in hun eigen naam opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten. De vordering die de schuldeisers dan instellen wordt de Pauliaanse vordering genoemd. De vordering wordt ingesteld tegen de derde die met de debiteur heeft gecontracteerd. De schuldeiser moet titularis zijn van een schuldvordering van voor de datum waarop de aangevochten handeling werd verricht. Aan dit anterioriteitsvereiste is voldaan als de oorzaak van de schuldvordering dateert van voor de bedrieglijke handeling.

Ingeval van schenking door de schuldenaar richt de Pauliaanse vordering zich tegen diegene die de schenking verkregen heeft

Uit het burgerlijk Wetboek:
AFDELING VI. - GEVOLGEN VAN DE OVEREENKOMSTEN TEN AANZIEN VAN DERDEN.
Art. 1165. Overeenkomsten brengen alleen gevolgen teweeg tussen de contracterende partijen; zij brengen aan derden geen nadeel toe en strekken hun slechts tot voordeel in het geval voorzien bij artikel 1121.
Art. 1166. Niettemin kunnen de schuldeisers alle rechten en vorderingen van hun schuldenaar uitoefenen, met uitzondering van die welke uitsluitend aan de persoon verbonden zijn.
Art. 1167. Zij kunnen ook in hun eigen naam opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten.
Niettemin, wat betreft hun rechten vermeld in de titel Erfenissen en in de titel (Huwelijksvermogensstelsels), moeten zij zich naar de aldaar voorgeschreven regels gedragen.

Het concept van de Pauliaanse vordering ontstond in het Oude Rome

Belgie - Francais