Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten


Hoofdstuk X. - Bewijsmiddelen: Afdeling I. - Algemene bepalingen

Afdeling II : Controleschatting

Artikel 189 Onverminderd de toepassing van de bepalingen betreffende het bewimpelen van prijs, heeft de ontvanger der registratie de bevoegdheid om schatting te vorderen van de goederen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken, ten einde van de ontoereikendheid van de uitgedrukte prijs of van de aangegeven waarde te doen blijken, wanneer het gaat om eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen.

Art 189: Art. 189 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (arrest Arbitragehof nr. 132/99, 07.12.1999 (B.S., 18.03.2000)).

 Artikel 190 De schatting dient gevorderd bij een aanvraag genotificeerd door de ontvanger aan de verkrijgende partij binnen twee jaar te rekenen van de dag van de registratie van de akte of verklaring. In de gevallen bedoeld in artikelen 16 en 17 gaat de termijn slechts in de dag der registratie van de in artikel 31, 2°, voorziene verklaring. De vordering tot schatting houdt aanwijzing van de goederen waarover de schatting gaat, zomede van de som waarop zij door het bestuur geschat werden en van het vermoedelijk wegens recht en boete verschuldigd bedrag.

Art 190: Gewijzigd bij art. 3, 2°, W 22.06.1960 (B.S., 21.07.1960).

Artikel 191 Binnen vijftien dagen na de in artikel 190 voorziene notificatie, kunnen ontvanger en partij overeenkomen dat de waardering door één of door drie door hen gekozen deskundigen zal worden gedaan. In dit geval wordt het akkoord vastgesteld bij een proces-verbaal dat het voorwerp der schatting vermeldt en den of de verkozen deskundigen aanwijst. Dit proces-verbaal is gedagtekend; het wordt door de ontvanger en door de partij ondertekend; indien de partij niet mag of niet kan ondertekenen, dient dit in het proces-verbaal vermeld.

Artikel 192 Bij gemis van het onder artikel 191 voorzien akkoord, richt de ontvanger, aan de vrederechter in wiens ambtsgebied de onroerende goederen gelegen zijn, een verzoekschrift waarin de feiten worden uiteengezet en dat de vordering tot schatting inhoudt. Wanneer de onroerende goederen in het ambstgebied van verschillende vredegerechten gelegen zijn, is de bevoegde rechter hij in wiens ambtsgebied zich het gedeelte der goederen bevindt met het grootste kadastraal inkomen. Het verzoekschrift wordt aan de partij betekend. De rechter beslist binnen vijftien dagen na het verzoek; hij beveelt de schatting en stelt, naar vereis van omstandigheden, één of drie deskundigen aan.

Art 192: Art. 192 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 132/99, 07.12.1999 (B.S., 18.03.2000) en Arbitragehof nr. 79/2000, 21.06.2000 (prejudiciële vraag) (B.S., 19.07.2000)).

Artikel 193 Kunnen niet tot deskundigen gekozen of benoemd worden : 1° ambtenaren van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen; 2° openbare of ministeriële officieren opstellers van de akten of verklaringen; 3° beambten van bedoelde ambtenaren en openbare of ministeriële officieren.

Art 193: Lid 1, 1° gewijzigd bij art. 240, W 22.12.1989 (B.S., 29.12.1989), met ingang van 01.01.1990.

Artikel 194 Het vonnis waarbij de schatting wordt bevolen, wordt ten verzoeke van de ontvanger aan de partij betekend. De ontvanger of de partij, indien ze gegronde redenen hebben om de bevoegdheid, onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de benoemde deskundigen in twijfel te trekken, mogen binnen acht dagen na bedoelde betekening, deszelfs of derzelver wraking bij de rechter vorderen. Deze wraking mag altijd worden gevorderd in de gevallen beoogd door artikel 966 van het Gerechtelijk Wetboek. De vordering tot wraking geschiedt per rekest waarin de oorzaken der wraking nader worden bepaald. De rechter beslist na de belanghebbenden te hebben gehoord. Bij hetzelfde vonnis vervangt hij de gewraakte deskundigen. Deze nieuwe beslissing wordt aan de partij betekend.

Art 194: Gewijzigd bij art. 3 (art. 119), W 10.10.1967 (B.S., 31 oktober 1967).

Artikel 195 De ontvanger notificeert aan de deskundigen de opdracht die hun toevertrouwd wordt. Onmiddellijk na ontvangst van deze notificatie sturen de deskundigen, zowel aan de ontvanger als aan de partij, een schrijven waarbij zij hen verwittigen van dag en uur waarop zij de nodig geachte bezoeken ter plaatse zullen doen en hen in hun gezegden en opmerkingen zullen aanhoren. Ieder aan de deskundigen door een der partijen ter inzage verleend bescheid moet terzelfdertijd in afschrift aan de andere partij bij aangetekende brief worden gezonden.

Art 195: Art. 195 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 79/2000, 21.06.2000 (prejudiciële vraag) (B.S., 19.07.2000)).

Artikel 196 De deskundige of, desvoorkomend, de drie gezamenlijk optredende deskundigen vorsen de staat en de verkoopwaarde na der in de vordering tot schatting aangewezen goederen, op het er in vermeld tijdstip. Zij maken uiterlijk binnen drie maanden te rekenen van bij de eerste alinea van artikel 195 voorziene notificatie, één enkel verslag op, dat gedagtekend en ondertekend wordt, en waarin zij op beredeneerde wijze en met bewijsgronden tot staving, zonder enige beperking noch voorbehoud, hun advies over bedoelde waarde uitbrengen. De handtekening van de deskundige wordt voorafgaan door de eed : "Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk mijn opdracht heb vervuld". of: "Je jure que j'ai rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité". of: "Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfüllt habe". De minuut van het verslag wordt ter griffie van het onder artikel 192 aangeduid vredegerecht neergelegd.

Art 196: Gewijzigd bij art. 7, W 27.05.1974 (B.S., 06.07.1974, err., B.S., 12.07.1974 en 21.12.1974). Art. 196 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 79/2000, 21.06.2000 (prejudiciële vraag) (B.S., 19.07.2000)).


Artikel 197 Het verslag wordt door de meest gerede partij gelicht en aan de andere partij betekend. Naar de door de deskundigen gegeven waardering en, in geval van niet-overeenstemming, naar de waardering van de meerderheid of, bij gemis van meerderheid, naar de tussenwaardering, wordt de verkoopwaarde van het goed ten opzichte van de heffing der belasting bepaald.

Art 197: Art. 197 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 132/99, 07.12.1999 (B.S., 18.03.2000) en Arbitragehof nr. 79/2000, 21.06.2000 (prejudiciële vraag) (B.S., 19.07.2000)). Artikel 198 De krachtens vorenstaande artikelen van deze afdeling te verrichten betekeningen en notificaties mogen bij aangetekend schrijven geschieden. De afgifte van het stuk ter post geldt als notificatie vanaf de daaropvolgende dag.


Artikel 199 Zowel de ontvanger als de partij kunnen de schatting betwisten door inleiding van een rechtsvordering. Deze rechtsvordering dient ingeleid te worden, op straffe van verval, binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag.

Art 199: gewijzigd bij art. 33, W 09.07.2004 (B.S. 15.07.2004) met ingang van 25.07.2004.


Artikel 200 Indien de opgegeven prijs of de aangegeven waarde lager is dan de door de schatting opgeleverde begroting, moet de verkrijger het bijkomend recht betalen, met de moratoire interesten naar de in burgerlijke zaken vastgestelde voet, te rekenen van de bij artikel 190 voorziene notificatie en, desvoorkomend, met de bij artikel 201 opgelegde boete. Hem worden ook de kosten van de procedure opgelegd, indien het vastgestelde tekort het achtste van de uitgedrukte prijs of van de aangegeven waarde bereikt of overtreft. Deze kosten blijven evenwel ten laste van 's Rijks Schatkist zo de belanghebbende, vóór de in artikel 190 voorziene notificatie, heeft aangeboden het bijkomend recht, verhoogd met de boete bepaald in artikel 201 te betalen, op een som welke het bij de schatting uitgewezen tekort bereikt of overtreft. De invordering geschiedt bij dwangschrift, zoals aangewezen in artikel 220.

Art 200: Gewijzigd bij art. 181, W 22.12.1989 (B.S., 29.12.1989), met ingang van 01.01.1990. Art. 200 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 79/2000, 21.06.2000 (prejudiciële vraag) (B.S., 19.07.2000)).

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht