Belgisch Burgerlijk Wetboek

Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen

Art. 893. Men kan op geen andere wijze over zijn goederen om niet beschikken dan bij schenking onder de levenden of bij testament, met inachtneming van de hierna bepaalde vormen.

Art. 894. Een schenking onder de levenden is een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van de geschonken zaak ontdoet, ten voordele van de begiftigde, die ze aanneemt.

Art. 895. Een testament is een akte waarbij de erflater, voor de tijd dat hij niet meer in leven zal zijn, over het geheel of een deel van zijn goederen beschikt, en die hij kan herroepen.

Art. 896. Erfstellingen over de hand zijn verboden.
  Iedere beschikking waarbij de begiftigde, de benoemde erfgenaam of de legataris ermee belast wordt het geschonkene te bewaren en aan een derde uit te keren, is nietig, zelfs ten aanzien van de begiftigde, de benoemde erfgenaam of de legataris.

Art. 897. De eerste twee paragrafen van bet vorige artikel zijn niet van toepassing op de beschikkingen die bij hoofdstuk VI van deze titel aan ouders en aan broeders en zusters zijn geoorloofd.

Art. 898. De beschikking waarbij een derde tot een schenking, een nalatenschap of een legaat geroepen wordt, ingeval de begiftigde, de benoemde erfgenaam of de legataris deze niet zou verkrijgen, wordt niet beschouwd als een erfstelling over de hand, en is geldig.

Art. 899. Hetzelfde geldt voor beschikkingen onder de levenden of bij testament, waarbij het vruchtgebruik aan de ene en de blote eigendom aan de andere gegeven wordt.

Art. 900. In iedere beschikking onder de levenden of bij testament worden de voorwaarden die onmogelijk zijn, of die met de wetten of met de goede zeden strijden, voor niet geschreven gehouden.

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht