Belgisch Burgerlijk Wetboek: Boek III. - Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten

Hoofdstuk IV. - Schenkingen onder de levenden

Afdeling I. - Vorm van de schenkingen onder de levenden

Wetsgeschiedenis anno 2006:
Art. 931. Alle akten houdende schenking onder de levenden worden verleden voor notaris, in de gewone contractvorm : en daarvan wordt, op straffe van nietigheid, een minuut gehouden.

Art. 932. De schenking onder de levenden bindt de schenker niet en heeft generlei gevolg, dan van de dag waarop zij in uitdrukkelijke bewoordingen is aangenomen.
  De aanneming kan geschieden tijdens het leven van de schenker door een latere, authentieke akte, waarvan een minuut gehouden wordt; maar alsdan zal de schenking ten opzichte van de schenker eerst gevolg hebben van de dag waarop de akte van aanneming hem zal zijn betekend.

Art. 933. Indien de begiftigde meerderjarig is, moet de aanneming gedaan worden door hemzelf of, in zijn naam, door een persoon die houder is van een volmacht waarbij hem de bevoegdheid is verleend om de gedane schenking aan te nemen of een algemene bevoegdheid om de schenkingen aan te nemen welke zijn gedaan of nog zullen worden gedaan.
  Deze volmacht moet voor notaris worden verleden; en een uitgifte daarvan moet worden gehecht aan de minuut van de schenking, of aan de minuut van de aanneming, wanneer deze bij afzonderlijke akte geschiedt.

  Art. 934. (Opgeheven) <W 30-04-1958, art. 7>

  Art. 935. Een schenking aan een niet ontvoogde minderjarige of aan een onbekwaamverklaarde gedaan, moet worden aangenomen door zijn voogd, (overeenkomstig artikel 410, § 1). <W 2001-04-29/39, art. 34, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
  Een ontvoogde minderjarige kan met de bistand van zijn curator aannemen.
  Nochtans kunnen de vader en de moeder van de ontvoogde of niet ontvoogde minderjarige, of, zelfs gedurende het leven van de vader en de moeder, de andere bloedverwanten in de opgaande lijn, ook al zijn zij noch voogd noch curator over de minderjarige, de schenking voor hem aannemen.

  Art. 936. <W 2001-04-29/39, art. 35, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001> Een doofstomme die kan schrijven, kan zelf of door een gemachtigde aannemen.
  Indien hij niet kan schrijven, moet de aanneming worden gedaan door een curator die te dien einde wordt benoemd, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aangezocht bij eenzijdig verzoekschrift dat door elke belanghebbende kan worden ingediend.

  Art. 937. Schenkingen gedaan ten voordele (...), van de armen van een gemeente, of van instellingen van openbaar nut, worden aangenomen door de bestuurders van die gemeenten of instellingen, nadat zij daartoe behoorlijk zijn gemachtigd. <W 15-12-1949, art. 22>
  (Schenkingen gedaan ten voordele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn van dat centrum.) <W 05-08-1992, art. 70>

  Art. 938. De behoorlijk aangenomen schenking is voltrokken door de enkele toestemming van de partijen; en de eigendom van de geschonken goederen gaat over op de begiftigde, zonder dat enige andere overgave vereist is.

  Art. 939. In geval van schenking van goederen die met hypotheek kunnen worden bezwaard, moeten de akten die de schenking en de aanneming inhouden, alsook de betekening van de aanneming, indien deze bij afzonderlijke akte gedaan is, overgeschreven worden op het kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen gelegen zijn.

  Art. 940. (Opgeheven) <W 14-07-1976, art. IV, 8>
  <NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregel (zie art. IV, 47, § 1 W. 14 juli 1976) blijft de hierna volgende tekst (zijnde het eerste lid van de vroegere tekst van artikel 940 B.W.) van kracht in de voorziene gevallen.
  Die overschrijvingen geschieden op verzoek van de man, wanneer de goederen aan zijn vrouw geschonken zijn; en indien de man deze formaliteit niet vervult kan de vrouw ze zonder machtiging doen verrichten.>

  Art. 941. Het ontbreken van de overschrijving kan worden ingeroepen door alle belanghebbenden, met uitzondering echter van hen die belast zijn met het doen verrichten van de overschrijving, of hun rechtverkrijgenden en van de schenker.

  Art. 942. <W 14-07-1976, art. IV, 9> Minderjarigen en onbekwaamverklaarden worden niet in hun recht hersteld tegen het ontbreken van de aanneming of van de overschrijving van schenkingen, behoudens hun verhaal op hun voogd, indien daartoe grond bestaat, maar zonder herstel, zelfs ingeval de voogd onvermogend mocht zijn.
  <NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregel (zie art. IV, 47, § 2 W. 14 juli 1976) blijft de navolgende tekst van kracht in de voorziene gevallen.
  Minderjarigen, onbekwaamverklaarden en gehuwde vrouwen worden niet in hun recht hersteld tegen het ontbreken van de aanneming of van de overschrijving van schenkingen; behoudens hun verhaal op hun voogden of echtgenoten, indien daartoe grond bestaat, en zonder dat herstel kan plaats hebben, zelfs ingeval die voogden en echtgenoten onvermogend mochten zijn.

  Art. 943. Een schenking onder de levenden mag alleen de tegenwoordige goederen van de schenker bevatten; indien zij toekomstige goederen bevat, is zij te dien opzichte nietig.

  Art. 944. Een schenking onder de levenden die gedaan is onder voorwaarden waarvan de uitvoering van de enkele wil van de schenker afhangt, is nietig.

  Art. 945. Zij is eveneens nietig, indien zij gedaan is onder voorwaarde om andere schulden of lasten te voldoen dan die welke ten tijde van de schenking bestonden, of welke uitgedrukt mochten zijn, hetzij in de akte van schenking, hetzij in de staat die eraan moet zijn gehecht.

  Art. 946. Ingeval de schenker zich de vrijheid heeft voorbehouden te beschikken over een zaak die in de schenking begrepen is, of over een bepaalde geldsom uit de geschonken goederen, en hij overlijdt zonder daarover te hebben beschikt, behoort die zaak of die geldsom toe aan de erfgenamen van de schenker, niettegenstaande alle daarmee strijdige bedingen en bepalingen.

  Art. 947. De vier vorige artikelen zijn niet van toepassing op de schenkingen waarvan sprake in de hoofdstukken VIII en IX van deze titel.

  Art. 948. Een akte van schenking van roerende goederen is alleen geldig voor de goederen waarvan een staat van schatting, getekend door de schenker en door de begiftigde of degenen die voor deze laatste aannemen, aan de minuut van de schenking gehecht is.

  Art. 949. Het is de schenker geoorloofd zich het genot of het vruchtgebruik van de geschonken roerende of onroerende goederen voor te behouden, of daarover ten voordele van een ander te beschikken.

  Art. 950. Wanneer roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken zijn, moet de begiftigde, bij het eindigen van het vruchtgebruik, de geschonken goederen die in natura aanwezig zijn, nemen in de staat waarin zij zich bevinden; en hij heeft een vordering tegen de schenker of zijn erfgenamen uit hoofde van de niet aanwezige goederen ten belope van de waarde die daaraan in de staat van schatting is toegekend.

  Art. 951. De schenker kan ten aanzien van de geschonken goederen het recht van terugkeer bedingen, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde alleen, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde en zijn afstammelingen. Dit recht kan alleen ten voordele van de schenker worden bedongen.

  Art. 952. Het recht van terugkeer heeft ten gevolge dat alle vervreemdingen van de geschonken goederen worden vernietigd en dat deze goederen tot de schenker terugkeren zuiver en vrij van alle lasten en hypotheken, behoudens echter de hypotheek tot vrijwaring van het huwelijksgoed en de huwelijksvoorwaarden, indien de overige goederen van de begiftigde echtgenoot niet toereikend zijn, en alleen ingeval de schenking hem gedaan is bij hetzelfde huwelijkscontract waaruit die rechten en hypotheken voortvloeien.