Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
4. Vaststelling van de rechten: Afdeling XII : Schenkingen

Onderafdeling II : Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen (voor Vlaanderen)

....
Artikel 140quater

Het in de artikelen 131 tot 140 bepaalde recht, onder aftrek van het reeds betaalde recht, wordt opeisbaar van zodra een in artikel 140ter gestelde voorwaarde niet langer is vervuld. Bovendien is dan over de aanvullende rechten de wettelijke intrest, te rekenen van de datum van de registratie van de schenking en naar de voet in burgerlijke zaken, van rechtswege verschuldigd.

Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het niet langer nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht.

Van het niet langer vervuld zijn van een voorwaarde voor het behoud van het verlaagde recht moet de begiftigde kennis geven aan de ontvanger van het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd binnen vier maanden te rekenen van het tijdstip waarop de voorwaarde niet meer wordt vervuld.

Die kennisgeving moet geschieden bij een in dubbel gestelde en ondertekende verklaring, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Daarin wordt vermeld : het registratierelaas aangebracht op de schenkingsakte, het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opeisbaar worden van de aanvullende rechten met opgave van de datum ervan, in voorkomend geval de opgave van de overmacht uitmakende omstandigheid die het verder vervullen van de voorwaarde verhindert, en al de voor de vereffening van de aanvullende rechten vereiste gegevens.

----------------------
Art. 140 quater: ingevoegd bij art. 68 van W. 22.12.1998 (B.S., 15.01.1999), gewijzigd bij art. 36, D 27.06.2003 (B.S. 12.09.2003), met ingang van 01.07.2003;

derde lid vervangen bij art. 59, D 19.12.2003 (B.S. 31.12.2003) met ingang van 01.01.2004.