Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
4. Vaststelling van de rechten: Afdeling XII : Schenkingen
Onderafdeling II : Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen (voor Vlaanderen)

Wetsgeschiedenis anno 2006:


Artikel 140bis

§ 1. De bij artikel 131 vastgestelde rechten worden verminderd tot 2 % voor :

1° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, of van een onverdeeld deel van minstens de helft van die rechten, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend.

Deze vermindering is niet van toepassing op de overdrachten van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;

2° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van aandelen van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.

De aandelen dienen minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering of van de totaliteit van de aandelen van de vennootschap te vertegenwoordigen.

Onder aandelen worden tevens begrepen :

a) maatschappelijke rechten in dergelijke vennootschappen;

b) de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van aandelen van de betreffende vennootschap, op voorwaarde dat de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

3° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van vorderingen op de vennootschap, waarvan aandelen geschonken worden bij schenking die voldoet aan de in 2° vermelde voorwaarden.

Onder vorderingen worden tevens begrepen de certificaten van vorderingen uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de rechtspersoon de verplichting heeft om de interesten en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder.

§ 2. In de akte of in een verklaring onder aan de akte, dienen de partijen te bevestigen dat de voorwaarden van dit artikel vervuld zijn. In geval de schenking ook andere goederen omvat dan die waarvan sprake in § 1 van dit artikel, dienen de partijen daarbij nader aan te geven welke van de geschonken goederen deel uitmaken van de universaliteit, van de bedrijfstak, of van het aandelenpakket. In geval van een schenking als bedoeld in § 1, 2°, van dit artikel moet bovendien de notaris, in of onder aan de akte, naargelang het geval, bevestigen dat de geschonken aandelen hetzij minstens 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering van de vennootschap vertegenwoordigen, hetzij minstens 10 % van de totaliteit van de aandelen van de vennootschap vertegenwoordigen. Die bevestiging door de notaris kan vervangen worden door een attest van een bedrijfsrevisor of accountant, dat aan de akte wordt gehecht.

----------------------
Art. 140 bis: Ingevoegd bij art. 68, W.22.12.1998
              (B.S., 15.01.1999);
              vervangen bij art. 34, D.27.06.2003
              (B.S., 12.09.2003), met ingang
              van 01.07.2003;
              § 1, enig lid:
              – 2°, lid 1 gewijzigd bij art. 54,
                D.19.12.2003 (B.S., 31.12.2003),
                met ingang van 01.01.2004;
              – 2°, lid 2 vervangen bij art. 55,
                D.19.12.2003 (B.S., 31.12.2003),
                met ingang van 01.01.2004;
              – 2°, lid 3, b) vervangen bij art. 56,
                D.19.12.2003 (B.S., 31.12.2003),
                met ingang van 01.01.2004;
              – 3°:
                - lid 1 gewijzigd bij art. 54,
                  D.19.12.2003 (B.S., 31.12.2003),
                  met ingang van 01.01.2004;
                – lid 2 vervangen bij art. 57,
                  D.19.12.2003 (B.S., 31.12.2003),
                  met ingang van 01.01.2004;
              § 2 gewijzigd bij art. 58, D.19.12.2003
              (B.S., 31.12.2003), met ingang van 01.01.2004.

Artikel 140ter


Het bij artikel 140bis, § 1, 1°, vastgestelde recht wordt alleen behouden :

a) indien de activiteit van de geschonken universaliteit van goederen of van de bedrijfstak zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de akte van schenking;

b) en indien en in de mate dat de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend of bestemd worden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 2°, vastgestelde recht wordt alleen behouden indien :

a) de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

b) en de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 3°, vastgestelde recht wordt alleen behouden :

a) indien en in de mate dat de vordering gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking niet terugbetaald is;

b) en indien de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

c) en indien de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

-------------------
Art. 140ter : ingevoegd bij art. 68 van W.22.12.1998 (B.S., 15.01.1999)
              en gewijzigd bij art. 35, D 27.06.2003 (B.S. 12.09.2003),

met ingang van 01.07.2003.

Artikel 140quater


Het in de artikelen 131 tot 140 bepaalde recht, onder aftrek van het reeds betaalde recht, wordt opeisbaar van zodra een in artikel 140ter gestelde voorwaarde niet langer is vervuld. Bovendien is dan over de aanvullende rechten de wettelijke intrest, te rekenen van de datum van de registratie van de schenking en naar de voet in burgerlijke zaken, van rechtswege verschuldigd.

Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het niet langer nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht.

Van het niet langer vervuld zijn van een voorwaarde voor het behoud van het verlaagde recht moet de begiftigde kennis geven aan de ontvanger van het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd binnen vier maanden te rekenen van het tijdstip waarop de voorwaarde niet meer wordt vervuld.

Die kennisgeving moet geschieden bij een in dubbel gestelde en ondertekende verklaring, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Daarin wordt vermeld : het registratierelaas aangebracht op de schenkingsakte, het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opeisbaar worden van de aanvullende rechten met opgave van de datum ervan, in voorkomend geval de opgave van de overmacht uitmakende omstandigheid die het verder vervullen van de voorwaarde verhindert, en al de voor de vereffening van de aanvullende rechten vereiste gegevens.

----------------------
Art. 140 quater: ingevoegd bij art. 68 van W. 22.12.1998
                 (B.S., 15.01.1999), gewijzigd bij art. 36, D 27.06.2003
                 (B.S. 12.09.2003), met ingang van 01.07.2003;
                 derde lid vervangen bij art. 59, D 19.12.2003
             (B.S. 31.12.2003) met ingang van 01.01.2004.

Artikel 140quinquies


Een begiftigde die het verlaagde recht heeft genoten en die in de loop van de vijf jaar na de datum van de schenking geen kennisgeving heeft gedaan, als bedoeld in het derde lid van artikel 140quater, is gehouden binnen vier maanden na afloop van de vermelde termijn aan de ontvanger van het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven, aan te tonen dat de voorwaarden voor het behoud van het tarief gedurende de vereiste termijn vervuld zijn gebleven.

In geval het vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van het verlaagde recht onvoldoende is aangetoond, worden de in het eerste lid van artikel 140quater bedoelde aanvullende rechten opeisbaar alsmede de wettelijke interesten te rekenen van de datum van de registratie van de schenking.

----------------------
Art. 140 quinquies: ingevoegd bij art. 68 van W.22.12.1998 (B.S.,
                    15.01.1999) en gewijzigd bij art. 37, D 27.06.2003
                    (B.S. 12.09.2003), met ingang van 01.07.2003;
                    tweede lid vervangen bij art. 60, D 19.12.2003
                    (B.S. 31.12.2003)met ingang van 01.01.2004.

Artikel 140sexies


...

----------------------
Art. 140 sexies: ingevoegd bij art. 68 van W. 22.12.1998
                 (B.S., 15.01.1999) en opgeheven bij art. 38,
                 D 27.06.2003 (B.S. 12.09.2003), met ingang
                 van 01.07.2003.

Artikel 140septies


...

----------------------
Art. 140 septies: ingevoegd bij art. 68 van W. 22.12.1998 (B.S.,
                  15.01.1999) en opgeheven bij art. 38, D 27.06.2003
                  (B.S. 12.09.2003), met ingang van 01.07.2003.

Artikel 140octies


...

----------------------
Art. 140 octies: ingevoegd bij art. 68 van W. 22.12.1998
                 (B.S., 15.01.1999) en opgeheven bij art. 38, D 27.06.2003
                 (B.S. 12.09.2003), met ingang van 01.07.2003.