schenking
Wetboek van Successierechten: Hoofdstuk I : Vestiging van de rechten - (Fictiebepalingen)

Artikel 7 :

De goederen, waarover, naar het door het bestuur geleverd bewijs, de afgestorvene kosteloos beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, indien de bevoordeling niet onderworpen werd aan het registratierecht gevestigd voor de schenkingen, behoudens verhaal van de erfgenamen of legatarissen op de begiftigde voor de wegens die goederen gekweten successierechten.
Wanneer er door het bestuur of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling een bepaalde persoon gold, wordt deze voor legataris van de geschonken zaak gehouden.

De periode van 3 jaar voor het overlijden

Titels van roerende zaken gevestigd ten name van de overledene in de periode van 3 jaar voorafgaand aan het overlijden, doen ingevolge artikel 108 een wettelijk vermoeden ontstaan dat deze zaken zich nog in het vermogen van de overledene bevinden.

Ook al zou de begiftigde kunnen bewijzen dan de zaken die zich niet meer in het vermogen van de overledene bevinden, aan hem werden geschonken, toch zal de begiftigde die geen registratierechten heeft betaald op deze schenking, alsnog successierechten moeten betalen krachtens artikel 7.