schenking
Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten
Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen

Art. 894
   Een schenking onder de levenden is een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van de geschonken zaak ontdoet, ten voordele van de begiftigde, die ze aanneemt.

In de regel zijn schenkingen onherroepelijk. Hierop bestaan echter enkele uitzonderingen:

- Een schenking kan worden herroepen wegens het niet-vervullen van de voorwaarden waaronder ze is gedaan  (art. 953 BW)

- Een schenking kan worden herroepen wegens ondankbaarheid (art. 953 BW). Onder ondankbaarheid wordt verstaan:  mishandelingen, misdrijven, grove beledigingen, weigering onderhoud te verschaffen aan de schenker of een aanslag op zijn leven hebben gepleegd (art. 955 BW)

- Schenkingen tussen echtgenoten kunnen wel worden herroepen (art. 1096 BW)

Dat een schenking in principe onherroepelijk is, wordt ook verwoord aloude addagium 'Donner et retenir ne vaut' dat we terugvinden in het Burgerlijk Wetboek:
- Men kan alleen tegenwoordige goederen schenken (art. 943 BW), geen toekomstige.
- Men kan niet schenken onder potestatieve voorwaarden in hoofde van de schenker (art. 944 BW)
- Men kan niet schenken onder voorwaarde toekomstige schulden van de schenker te betalen (art. 945 BW).
- De schenker kan zich het recht niet voorbehouden nog over de geschonken zaak te kunnen beschikken (art. 946 BW).