Schenking bij notariėle akte |
AFDELING I. - VORM VAN DE SCHENKINGEN ONDER DE LEVENDEN.
Art. 931. Alle akten houdende schenking onder de levenden worden verleden voor notaris,
in de gewone contractvorm : en daarvan wordt, op straffe van nietigheid, een minuut
gehouden.
Art. 932. De schenking onder de levenden bindt de schenker niet en heeft generlei
gevolg, dan van de dag waarop zij in uitdrukkelijke bewoordingen is aangenomen.
De aanneming kan geschieden tijdens het leven van de schenker door een latere, authentieke
akte, waarvan een minuut gehouden wordt; maar alsdan zal de schenking ten opzichte van de
schenker eerst gevolg hebben van de dag waarop de akte van aanneming hem zal zijn
betekend.
Art. 933. Indien de begiftigde meerderjarig is, moet de aanneming gedaan worden door
hemzelf of, in zijn naam, door een persoon die houder is van een volmacht waarbij hem de
bevoegdheid is verleend om de gedane schenking aan te nemen of een algemene bevoegdheid om
de schenkingen aan te nemen welke zijn gedaan of nog zullen worden gedaan.
Deze volmacht moet voor notaris worden verleden; en een uitgifte daarvan moet worden
gehecht aan de minuut van de schenking, of aan de minuut van de aanneming, wanneer deze
bij afzonderlijke akte geschiedt.
Art. 935. Een schenking aan een niet ontvoogde minderjarige of aan een onbekwaamverklaarde
gedaan, moet worden aangenomen door zijn voogd, (overeenkomstig artikel 410, § 1). <W
2001-04-29/39, art. 34, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
Een ontvoogde minderjarige kan met de bistand van zijn curator aannemen.
Nochtans kunnen de vader en de moeder van de ontvoogde of niet ontvoogde minderjarige, of,
zelfs gedurende het leven van de vader en de moeder, de andere bloedverwanten in de
opgaande lijn, ook al zijn zij noch voogd noch curator over de minderjarige, de schenking
voor hem aannemen.
Art. 936. <W 2001-04-29/39, art. 35, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001> Een
doofstomme die kan schrijven, kan zelf of door een gemachtigde aannemen.
Indien hij niet kan schrijven, moet de aanneming worden gedaan door een curator die te
dien einde wordt benoemd, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aangezocht
bij eenzijdig verzoekschrift dat door elke belanghebbende kan worden ingediend.
Art. 937. Schenkingen gedaan ten voordele (...), van de armen van een gemeente, of van
instellingen van openbaar nut, worden aangenomen door de bestuurders van die gemeenten of
instellingen, nadat zij daartoe behoorlijk zijn gemachtigd. <W 15-12-1949, art. 22>
(Schenkingen gedaan ten voordele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn
worden aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn van dat centrum.) <W
05-08-1992, art. 70>
Art. 938. De behoorlijk aangenomen schenking is voltrokken door de enkele toestemming van
de partijen; en de eigendom van de geschonken goederen gaat over op de begiftigde, zonder
dat enige andere overgave vereist is.
Art. 939. In geval van schenking van goederen die met hypotheek kunnen worden bezwaard,
moeten de akten die de schenking en de aanneming inhouden, alsook de betekening van de
aanneming, indien deze bij afzonderlijke akte gedaan is, overgeschreven worden op het
kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen gelegen zijn.
Art. 940. (Opgeheven) <W 14-07-1976, art. IV, 8>
<NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregel (zie art. IV, 47, § 1 W. 14 juli 1976) blijft
de hierna volgende tekst (zijnde het eerste lid van de vroegere tekst van artikel 940
B.W.) van kracht in de voorziene gevallen.
Die overschrijvingen geschieden op verzoek van de man, wanneer de goederen aan zijn vrouw
geschonken zijn; en indien de man deze formaliteit niet vervult kan de vrouw ze zonder
machtiging doen verrichten.>
Art. 941. Het ontbreken van de overschrijving kan worden ingeroepen door alle
belanghebbenden, met uitzondering echter van hen die belast zijn met het doen verrichten
van de overschrijving, of hun rechtverkrijgenden en van de schenker.
Art. 942. <W 14-07-1976, art. IV, 9> Minderjarigen en onbekwaamverklaarden worden
niet in hun recht hersteld tegen het ontbreken van de aanneming of van de overschrijving
van schenkingen, behoudens hun verhaal op hun voogd, indien daartoe grond bestaat, maar
zonder herstel, zelfs ingeval de voogd onvermogend mocht zijn.
<NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregel (zie art. IV, 47, § 2 W. 14 juli 1976) blijft
de navolgende tekst van kracht in de voorziene gevallen.
Minderjarigen, onbekwaamverklaarden en gehuwde vrouwen worden niet in hun recht hersteld
tegen het ontbreken van de aanneming of van de overschrijving van schenkingen; behoudens
hun verhaal op hun voogden of echtgenoten, indien daartoe grond bestaat, en zonder dat
herstel kan plaats hebben, zelfs ingeval die voogden en echtgenoten onvermogend mochten
zijn.
Art. 943. Een schenking onder de levenden mag alleen de tegenwoordige goederen van de
schenker bevatten; indien zij toekomstige goederen bevat, is zij te dien opzichte nietig.
Art. 944. Een schenking onder de levenden die gedaan is onder voorwaarden waarvan de
uitvoering van de enkele wil van de schenker afhangt, is nietig.
Art. 945. Zij is eveneens nietig, indien zij gedaan is onder voorwaarde om andere schulden
of lasten te voldoen dan die welke ten tijde van de schenking bestonden, of welke
uitgedrukt mochten zijn, hetzij in de akte van schenking, hetzij in de staat die eraan
moet zijn gehecht.
Art. 946. Ingeval de schenker zich de vrijheid heeft voorbehouden te beschikken over een
zaak die in de schenking begrepen is, of over een bepaalde geldsom uit de geschonken
goederen, en hij overlijdt zonder daarover te hebben beschikt, behoort die zaak of die
geldsom toe aan de erfgenamen van de schenker, niettegenstaande alle daarmee strijdige
bedingen en bepalingen.
Art. 947. De vier vorige artikelen zijn niet van toepassing op de schenkingen waarvan
sprake in de hoofdstukken VIII en IX van deze titel.
Art. 948. Een akte van schenking van roerende goederen is alleen geldig voor de goederen
waarvan een staat van schatting, getekend door de schenker en door de begiftigde of
degenen die voor deze laatste aannemen, aan de minuut van de schenking gehecht is.
Art. 949. Het is de schenker geoorloofd zich het genot of het vruchtgebruik van de
geschonken roerende of onroerende goederen voor te behouden, of daarover ten voordele van
een ander te beschikken.
Art. 950. Wanneer roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken zijn, moet
de begiftigde, bij het eindigen van het vruchtgebruik, de geschonken goederen die in
natura aanwezig zijn, nemen in de staat waarin zij zich bevinden; en hij heeft een
vordering tegen de schenker of zijn erfgenamen uit hoofde van de niet aanwezige goederen
ten belope van de waarde die daaraan in de staat van schatting is toegekend.
Art. 951. De schenker kan ten aanzien van de geschonken goederen het recht van terugkeer
bedingen, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde alleen, hetzij voor
het geval van vooroverlijden van de begiftigde en zijn afstammelingen. Dit recht kan
alleen ten voordele van de schenker worden bedongen.
Art. 952. Het recht van terugkeer heeft ten gevolge dat alle vervreemdingen van de
geschonken goederen worden vernietigd en dat deze goederen tot de schenker terugkeren
zuiver en vrij van alle lasten en hypotheken, behoudens echter de hypotheek tot vrijwaring
van het huwelijksgoed en de huwelijksvoorwaarden, indien de overige goederen van de
begiftigde echtgenoot niet toereikend zijn, en alleen ingeval de schenking hem gedaan is
bij hetzelfde huwelijkscontract waaruit die rechten en hypotheken voortvloeien.
AFDELING II. - UITZONDERINGEN OP DE REGEL VAN DE ONHERROEPELIJKHEID DER SCHENKINGEN ONDER
DE LEVENDEN.