Belgische Hof van Cassatie 16 mei 2002

Overwegende dat, krachtens artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek, de waarde in volle eigendom van de goederen die aan een van de erfgerechtigden in de rechte lijn zijn vervreemd, met voorbehoud van het vruchtgebruik, wordt toegerekend op het beschikbaar gedeelte, en het overschot, indien er een is, wordt ingekort;

  Dat de wet van 4 januari 1960 tot interpretatie van dat artikel 918 bepaalt dat de uitdrukking "goederen die (...) vervreemd zijn" toepasselijk is op elke vervreemding, hetzij om niet of onder bezwarende titel;

  Dat artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek aldus voor de schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik aan erfgerechtigden in de rechte lijn een dubbel vermoeden instelt, eensdeels, in het voordeel van de reservataire erfgenamen en ter bescherming van hun voorbehouden deel, dat die schenking de waarde in volle eigendom van het geschonken goed betreft en, anderdeels, in het voordeel van de begiftigde reservataire erfgenaam, dat die schenking met vrijstelling van inbreng is gedaan en moet worden toegerekend op het beschikbaar gedeelte;

  Dat dit laatste vermoeden niet strekt tot bescherming van het voorbehouden erfdeel en aan de schenker geen verplichting oplegt ongelijkheid tussen de toekomstige reservataire erfgenamen tot stand te brengen; dat aldus een schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik kan geschieden, geheel of gedeeltelijk, als voorschot op nalatenschap;

  Dat dergelijke schenking zal dienen te worden aangerekend op de reserve van de erfgenamen en niet op het beschikbaar gedeelte;

  Overwegende dat het voormelde artikel 918 verder bepaalt dat de toerekening op het beschikbaar gedeelte en de inkorting niet kunnen worden gevorderd door de erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent en die in deze vervreemdingen hebben toegestemd;

  Dat dit enkel het geval is in zoverre de schenking met toepassing van de eerste regel van artikel 918 moet worden aangerekend op het beschikbaar gedeelte en niet in zoverre de schenking moet worden aangerekend op de reserve van de erfgenamen wegens een uitdrukkelijk beding in de schenkingsakte dat de schenking geschiedt als voorschot op de nalatenschap;
  Dat het middel faalt naar recht;

Volledige tekst van het arrest van 16 mei 2002 - Samenvatting