Belgisch Burgerlijk Wetboek
Boek III - Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten
Hoofdstuk III. Beschikbaar gedeelte der goederen en inkorting
Eerste afdeling. Beschikbaar gedeelte der goederen

Art. 915 BW anno 2006:

De giften bij akten onder de levenden of bij testament mogen de helft van de goederen niet overschrijden, indien de overledene, bij gebreke van kinderen, in de vaderlijke en in de moederlijke lijn een of meer bloedverwanten van de opgaande lijn achterlaat; en drie vierden, indien hij slechts in één lijn bloedverwanten van de opgaande lijn achterlaat.

De giften aan de langstlevende echtgenoot mogen evenwel de gehele nalatenschap omvatten.

De bloedverwanten van de opgaande lijn verkrijgen de aldus te hunnen voordele voorbehouden goederen, volgens de orde waarin de wet hen tot de erfenis roept; zij alleen hebben recht op dit voorbehouden erfdeel, in alle gevallen waarin een verdeling met bloedverwanten van de zijlijn hun het gedeelte der goederen dat het voorbehouden erfdeel uitmaakt, niet zou verschaffen.

Wetsgeschiedenis: Het tweede lid van dit artikel werd in 2007 gewijzigd.