Bodemsaneringsdecreet: de overdracht van gronden anno 1998

Wat moet verstaan worden onder de overdracht van gronden vinder we terug in artikel 2 van het Bodemsaneringsdecreet.

Het begrip overdracht werd dus specifiek omschreven in het bodemsaneringsdecreet. Het volgt niet wat normaal in het recht moet verstaan worden onder overdracht.

Ook schenkingen zijn een overdracht. Ook inzake verhuring is sprake van overdracht of bij het opstellen van de statuten van een gebouw.

 

2747.com / law / gift / soil / Vlaanderen

contact

18° Overdracht van gronden:
    a) de overdracht onder levenden van het eigendomsrecht op een grond;
    b) het vestigen onder levenden van een recht van vruchtgebruik, van een recht van gebruik en bewoning, van een erfpacht en van een opstalrecht op een grond, alsmede het onder de levenden beëindigen van deze op voormelde wijze gevestigde rechten;
    c) het aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op een grond voor een gecumuleerde duur van meer dan 9 jaar;
    d) het aangaan of beëindigen van een huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie voor een gecumuleerde duur van meer dan 1 jaar, op een grond waarop een inrichting gevestigd is of was of een activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    e) het aangaan van een onroerende leasing met betrekking tot een grond en de beëindiging van de onroerende leasing met of zonder lichting van de aankoopoptie;
    f) het overdragen onder de levenden van een recht bedoeld in b) tot en met e);
    g) de fusie van rechtspersonen, waarvan minstens één eigenaar is van grond, of de splitsing van een rechtspersoon die eigenaar is van grond;
    h) de inbreng van een algemeenheid of een bedrijfstak, voorzover daartoe een grond behoort;
    i) het opstellen van de statuten van het gebouw als bedoeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
In afwijking van de voorgaande bepalingen worden niet beschouwd als een overdracht van grond:
    a) de inbreng van een in het eerste lid a) tot en met e) bedoeld recht in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen;
    b) het aangaan, overdragen of beëindigen van een huur op een grond, voorzover deze huur door haar aard beheerst wordt bij de wet van 20 februari 1991 houdende wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake huishuur en voorzover op deze grond geen inrichting gevestigd is of was of geen activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    c) het aangaan of beëindigen van een huur op een grond, voorzover deze huur door haar aard geregeld wordt door het besluit van de Vlaamse regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd, in toepassing van artikel 80ter van de huisvestingscode en voorzover op deze grond geen inrichting gevestigd is of was of geen activiteit uitgeoefend wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet;
    d) de verlenging van huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op een grond, waardoor de gecumuleerde duur de negen jaar overschrijdt, voorzover een bodemattest werd aangevraagd bij het aangaan van de huur, handelshuur, pacht, bruikleen of concessie op de grond.
    18°bis Overeenkomsten betreffende de overdracht van gronden: alle overeenkomsten die een overdracht van grond in de zin van artikel 2, 18° tot voorwerp hebben, evenals
    a) de inbreng in éénhoofdige rechtspersoon van een in artikel 2, 18°, eerste lid a) tot en met e) bedoeld recht;
    b) het voorstel tot fusie van rechtspersonen, waarvan minstens één eigenaar is van grond of het voorstel tot splitsing van een rechtspersoon die eigenaar is van grond;
    c) het voorstel van inbreng van algemeenheid of van inbreng van een bedrijfstak;
    d) het opstellen van de statuten van het gebouw als bedoeld in artikel 577-4 , van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577–3 , eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting.