BW Boek 3 - Titel I : Erfenissen - Hoofdstuk V. - Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen

Afdeling III. - Voorrecht van boedelbeschrijving, zijn gevolgen, en verplichtingen van de erfgenaam die onder voorrecht aanvaardt.


Wetsgeschiedenis (wettekst anno 2007):

Art. 793. <W 10-10-1967, art. 95> De verklaring waarbij een erfgenaam te kennen geeft dat hij deze hoedanigheid slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, moet worden afgelegd op de griffie van de rechtbank van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen; zij moet worden ingeschreven in het register waarin de akten van verwerping worden opgenomen.
  Bij vrijwillige aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving moet die verklaring binnen de volgende vijftien dagen door de zorg van de griffier en op kosten van de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam worden bekendgemaakt (in het Belgisch Staatsblad), met verzoek aan de schuldeisers en de legatarissen, bij aangetekend bericht, hun rechten te doen kennen binnen drie maanden te rekenen van de datum van de opneming in het Belgisch Staatsblad. <W 03-01-1983, art. 1>
  (Bij aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wegens onbekwaamheid van de erfgenaam, worden dezelfde vormen in acht genomen door de zorg van de vader en de moeder of door degene van hen die het ouderlijk gezag uitoefent, door de ontvoogde minderjarige of door de voogd. De vrederechter ziet toe op de inachtneming van deze vormen. In geval van belangentegenstelling tussen de onbekwame en zijn wettelijke vertegenwoordiger, wordt door de vrederechter, hetzij op verzoek van iedere belanghebbende, hetzij ambtshalve, een voogd ad hoc aangewezen. <W 2001-04-29/39, art. 30, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
  Behoudens later bewijs van de werkelijkheid van hun schuldvorderingen, maken de schuldeisers en legatarissen zich bekend bij gewone aangetekende brief, gericht aan de woonplaats die de erfgenaam gekozen heeft en die in de opgenomen verklaring is vermeld.

  Art. 794. <W 10-10-1967, art. 95> De verklaring waarbij een erfgenaam aanvaardt onder voorrecht van boedelbeschrijving, heeft slechts kracht voor zover zij is voorafgegaan of gevolgd door een getrouwe en nauwkeurige inventaris van de goederen der nalatenschap, in de vorm door het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven en binnen de termijnen bepaald in de artikelen 795 en 798 van dit wetboek.

  Art. 795. De erfgenaam heeft voor het opmaken van de boedelbeschrijving drie maanden, te rekenen van de dag waarop de erfenis is opengevallen.
  Bovendien heeft hij, om zich omtrent de aanvaarding of de verwerping te beraden, een termijn van veertig dagen, te rekenen van de dag dat de voor het opmaken van de boedelbeschrijving verleende drie maanden verstreken zijn, of van de dag van het sluiten van de boedelbeschrijving, indien deze voor het verstrijken van de drie maanden is beëindigd.

  Art. 796. Indien echter in de nalatenschap zaken aanwezig zijn die kunnen bederven, of waarvan de bewaring grote kosten vergt, kan de erfgenaam, in zijn hoedanigheid van gerechtigde tot de erfenis en zonder dat men daaruit een aanvaarding van zijn zijde mag afleiden, zich door de rechter doen machtigen om die zaken te verkopen.
  De verkoop geschiedt door een openbaar ambtenaar, na de aanplakkingen en bekendmakingen die door de wetten op de rechtspleging zijn voorgeschreven.

  Art. 797. Gedurende de termijnen van boedelbeschrijving en van beraad, kan de erfgenaam niet worden genoodzaakt de hoedanigheid van erfgenaam aan te nemen, en kan tegen hem geen veroordeling worden verkregen; indien hij de nalatenschap verwerpt, nadat de termijnen verstreken zijn of vroeger, komen de kosten, door hem tot dan toe wettig gemaakt, ten laste van de nalatenschap.

  Art. 798. Na verloop van de hierboven bepaalde termijnen, kan de erfgenaam, indien tegen hem een vervolging wordt ingesteld, een nieuwe termijn aanvragen, die door de rechtbank waarvoor het geschil aanhangig is, naar gelang van de omstandigheden wordt toegestaan of geweigerd.

  Art. 799. De kosten van de vervolging, in het geval van het vorige artikel, komen ten laste van de nalatenschap, indien de erfgenaam bewijst dat hij van het overlijden geen kennis heeft gedragen, of dat de termijnen onvoldoende zijn geweest, hetzij wegens de ligging der goederen, hetzij wegens de gerezen geschillen; indien hij daarvan het bewijs niet levert, blijven de kosten te zijnen laste.
  (De kosten van opneming en andere waarschuwingen blijven ten laste van de nalatenschap als gerechtskosten.) <W 10-10-1967, art. 95>

  Art. 800. Na verloop van de bij artikel 795 verleende, en zelfs van de door de rechter overeenkomstig artikel 798 toegestane termijnen, behoudt de erfgenaam niettemin het recht om de boedelbeschrijving alsnog te doen opmaken en te aanvaarden onder voorrecht, behalve wanneer hij reeds een daad van erfgenaam verricht heeft, of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.

  Art. 801. Het voorrecht van boedelbeschrijving vervalt voor de erfgenaam die goederen heeft verborgen gehouden, of die, wetens en willens en te kwader trouw, verzuimd heeft goederen van de nalatenschap in de boedelbeschrijving te doen opnemen.

  Art. 802. <W 10-10-1967, art. 95> Ingevolge het voorrecht van boedelbeschrijving wordt de vermenging van de boedels verhinderd ten aanzien van de erfgenaam zowel als ten aanzien van de schuldenaars en de legatarissen.
  De erfgenaam behoudt tegen de nalatenschap de rechten die hij had tegen de overledene. Hij is tot de betaling van de schulden en lasten der nalatenschap slechts gehouden tot het bedrag van de waarde der goederen die hij verkrijgt. De schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen worden uit die goederen betaald bij voorkeur boven de persoonlijke schuldeisers van de erfgenaam.

  Art. 803. <W 10-10-1967, art. 95> De erfgenaam die onder voorrecht heeft aanvaard, is belast met het beheer en de vereffening van de goederen der nalatenschap. Hij moet van zijn beheer rekening en verantwoording doen aan de schuldeisers en de legatarissen.
  Hij kan geen dading treffen, geen compromis ingaan, noch de goederen met hypotheken of andere zakelijke lasten bezwaren, zonder machtiging van de rechter.
  Hij kan in zijn persoonlijke goederen niet verder worden aangesproken dan tot het bedrag dat hij als overschot schuldig blijft.

  Art. 803bis. <Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 95> De erfgenaam die onder voorrecht aanvaardt, kan zich ontheffen van de zorg om de nalatenschap te beheren en te vereffenen. Hij moet vooraf, onder indiening van een verzoekschrift, bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank, een beheerder doen benoemen, aan wie hij alle goederen van de nalatenschap overgeeft onder verplichting om ze met inachtneming van de hierna bepaalde regels te vereffenen.

  Art. 804. <W 10-10-1967, art. 95> Ingeval de belangen van de schuldeisers der nalatenschap of van de legatarissen in het gedrang kunnen komen wegens nalatigheid van de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam of wegens diens vermogentoestand, kan iedere belanghebbende vorderen dat deze wordt vervangen door een beheerder die de nalatenschap moet vereffenen.
  Die beheerder wordt benoemd bij een beschikking in kortgeding, de erfgenaam gehoord of vooraf opgeroepen.

  Art. 805. <W 10-10-1967, art. 95> De beschikking, gegeven overeenkomstig de artikelen 803bis en 804, wordt door de zorg van de beheerder binnen vijftien dagen bij uittreksel bekendgemaakt op de wijze zoals in artikel 793, tweede lid, voorgeschreven.

  Art. 806. <W 10-10-1967, art. 95> De verkoop van de roerende of onroerende goederen geschiedt in de vorm, door het Gerechtelijk Wetboek bepaald.
  Indien de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam deze goederen in natura oplevert, is hij slechts verantwoordelijk voor de waardevermindering of de beschadiging door zijn nalatigheid veroorzaakt.

  Art. 807. <W 10-10-1967, art. 95> Hij is verplicht, indien de schuldeisers of andere belanghebbenden het vorderen, een deugdelijke en gegoede borg te stellen voor de waarde van de in de boedelbeschrijving begrepen roerende goederen en voor het gedeelte van de prijs der onroerende goederen dat niet aan de hypothecaire schuldeisers is overgewezen, onverminderd de toepassing van artikel 804.
  Indien hij in gebreke blijft een zodanige borg te stellen, worden de roerende goederen verkocht en wordt de prijs daarvan, evenals het niet overgewezen gedeelte van de prijs der onroerende goederen, in bewaring gesteld, om tot voldoening van de lasten der nalatenschap te dienen.

  Art. 808. <W 10-10-1967, art. 95> Bij vrijwillige aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, mag de erfgenaam geen niet-bevoorrechte schuldeiser of legataris betalen voor het verstrijken van de termijn, gesteld in artikel 793, tweede lid.
  Hij mag evenwel de schuldvorderingen, vermeld in artikel 19 van de wet van 16 december 1851, betalen volgens hun rang.
  Na het verstrijken van die termijn kan de betaling, indien niet alle bekende schuldeisers het eens zijn om een minnelijke schikking te treffen, alleen geschieden in de volgorde en op de wijze, door de rechter bepaald.

  Art. 809. <W 10-10-1967, art. 95> Schuldeisers die ten tijde van een eerste betaling niet bekend waren maar zich achteraf aanmelden, hebben verhaal op de betaalde legatarissen gedurende een termijn van drie jaar te rekenen van de dag dat de rekening is aangezuiverd en het overschot betaald. Zij hebben geen verhaal tegen de reeds betaalde schuldeisers, maar zijn gerechtigd van het nog niet verdeelde actief het uit te keren bedrag af te nemen dat bij de eerste verdelingen aan hun schuldvorderingen toekwam.
  De beheerder, benoemd ingevolge de artikelen 803bis en 804, heeft dezelfde macht als die waarover de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam zelf beschikte.
  Hij heeft dezelfde verplichtingen als de erfgenaam; hij is ontslagen van borgstelling.

  Art. 810. De kosten van de verzegeling, indien zegels zijn gelegd, van de boedelbeschrijving en van het opmaken der rekening, komen ten laste van de nalatenschap.

  Art. 810bis. <Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 95> Aanvaarden sommige erfgenamen de nalatenschap zuiver en andere onder voorrecht van boedelbeschrijving, dan gelden de regelen inzake voorrecht van boedelbeschrijving die op de vorm van vereffening of op het vervolgingsrecht van de schuldeisers betrekking hebben voor de gehele nalatenschap tot bij de verdeling.
  In dat geval kan de rechtbank de vereffening van de gehele nalatenschap opdragen aan een erfgenaam naar haar keuze, onder verplichting, voor deze erfgenaam, die in bet vonnis bepaalde zekerheid te stellen.
  Tijdens de vereffening kan geen erfgenaam in zijn persoonlijke goederen aangesproken worden. Na de verdeling blijven de gevolgen van de aanvaarding onder voorrecht alleen bestaan ten aanzien van de erfgenamen die in deze vorm hebben aanvaard.