Burgerlijk Wetboek

Titel I : Erfenissen - Hoofdstuk V. - Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen

Afdeling I. - Aanvaarding

.....
Art. 778 BW: De aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden : zij geschiedt uitdrukkelijk, wanneer men in een authentieke of een onderhandse akte de titel of de hoedanigheid van erfgenaam aanneemt; zij geschiedt stilzwijgend, wanneer de erfgenaam een daad verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.

Stilzwijgende aanvaarding van een nalatenschap

Voorwaarden:
a. Het stellen van een daad die noodzakelijk de bedoeling tot aanvaarden insluit
Er is steeds een optreden of een positieve wilsuiting van de erfgerechtigde zelf vereist.

b. De daad kan slechts worden verricht in de hoedanigheid van erfgenaam
De daad moet betrekking hebben op de nalatenschap.
Er is geen stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap wanneer de erfgerechtigde een eigen recht uitoefent. Bijvoorbeeld: de erfgerechtigde kan het genot verder zetten van een goed dat onverdeeld toebehoort aan hemzelf en de decuius.

De beoordeling of een daad van de erfgerechtigde een stilzwijgende aanvaarding uitmaakt, kan gebeuren via een objectief of een subjectief criterium.
Objectief criterium
De daad van inmenging in de nalatenschap brengt de stilzwijgende aanvaarding met zich mee, ongeacht de wil van diegene die ze stelt. Bijvoorbeeld: het instellen van een vordering tot verdeling of inkorting van giften. (art. 780 BW)
Subjectief criterium
Wanneer de erfgerechtigde op het ogenblik van het stellen van een daad van inmenging in de nalatenschap de bedoeling had ze te aanvaarden, is er volgens het subjectief criterium sprake van stilzwijgende aanvaarding. Het aannemen van de titel van erfgenaam kan gevolgen hebben (art. 779 BW)

De zuivere aanvaarding is aan geen enkele bijzondere vormvereiste onderworpen
De aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wel.

Overzicht:
a. Daden van beschikking
Het vervreemden van een goed van de nalatenschap, zelfs al heeft dit goed een geringe waarde, wordt als een stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap beschouwd.
Om over het goed te beschikken moet men er eigenaar van zijn geworden. De erfgerechtigde moet dus eigenaar zijn geworden om over het goed te beschikken. Een erfgerechtigde die de goederen van de nalatenschap bezit, kan er eigenaar van worden door de verkrijgende verjaring. Maar de erfgerechigde die een goed van de nalatenschap verkoopt zonder het verkregen te hebben, zal geacht worden de nalatenschap stilzwijgende te hebben aanvaard.

b. Daden van gewoon beheer
Het opzeggen van de huur van het door de decuius betrokken woonhuis wordt als een stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap beschouwd.

c. Daden van voorlopig beheer
Deze daden kunnen de toekomst niet binden. Ze brengen geen rechtsgevolgen over lange termijn mee. Zij brengen geen stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap met zich mee (art. 779 BW).
Het onderscheid met daden van gewoon beheer is niet eenvoudig. Een goed economisch beheer is niet steeds mogelijk wanneer men beperkt is tot daden van voorlopig beheer.
Het verhuren van een goed van de nalatenschap is een daad van gewoon beheer en brengt dus de stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap met zich mee.

d. Organiseren en betalen van de begrafenis
Deze daden kunnen ook gesteld worden los van de hoedanigheid van erfgenaam. Men kan in persoonlijke naam uit respect voor de overledene een begrafenis voor hem  bestellen.

e. Aangifte van nalatenschap (successierechten)
Het indienen van een aangifte van nalatenschap en de betaling van successierechten zijn verplichtingen de de fiscale wet oplegt.
De feitenrechter zal op zoek moeten gaan naar elementen die een stilzwijgende aanvaarding inhouden.
De erfgerechtigden kunnen de aangifte van nalatenschap indienen onder voorbehoud van alle burgerlijke rechten. Normaal gezien zullen zij dan de nalatenschap niet stilzwijgend aanvaard hebben. Toch zal een inkorting van giften die vermeld wordt in de nalatenschap, zelfs ingeval van voorbehoud van alle burgerlijke rechten, een stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap met zich meebrengen. De fiscale wet legt immers niet op om de inkorting van giften te vermelden in de aangifte van nalatenschap.
De betaling van de successierechten mag niet gedaan worden met gelden van de nalatenschap, indien de erfgenaam niet wenst stilzwijgend de nalatenschap te aanvaarden.