erfgenaam
Belgisch Burgerlijk Wetboek - Boek III - Eerste titel. Erfenissen

Hoofdstuk III. Onderscheiden orden in de erfopvolging

Afdeling V. - Erfopvolging in de opgaande lijn

Art. 746. Wanneer de overledene geen nakomelingen heeft achtergelaten en ook geen broeder of zuster, of afstammelingen van dezen, wordt de nalatenschap in twee helften verdeeld tussen de bloedverwanten in de vaderlijke opgaande lijn en de bloedverwanten in de moederlijke opgaande lijn.
  De naaste in graad van de opgaande lijn bekomt, met uitsluiting van alle anderen, de aan zijn lijn toekomende helft.
  Bloedverwanten van de opgaande lijn, in gelijke graad, erven bij hoofden.

Art. 747. De bloedverwanten in de opgaande lijn erven, met uitsluiting van alle anderen, de zaken door hen geschonken aan hun kinderen of afstammelingen die zonder nakomelingschap zijn gestorven, wanneer de geschonken zaken nog in natura aanwezig zijn in de nalatenschap.
  Indien de zaken zijn vervreemd, bekomen de bloedverwanten in de opgaande lijn de prijs die daarvoor nog verschuldigd mocht zijn. Zij erven ook de rechtsvordering tot terugneming die de begiftigde mocht hebben.

Art. 748. Wanneer de ouders van een persoon die zonder nakomelingschap gestorven is, hem hebben overleefd, wordt, indien hij broeders, zusters of afstammelingen van dezen achtergelaten heeft, de nalatenschap in twee helften verdeeld, waarvan slechts ene toekomt aan de ouders, die deze onder elkaar gelijkelijk verdelen.
  De andere helft behoort aan de broeders en zusters of aan hun afstammelingen, zoals in afdeling VI van dit hoofdstuk wordt bepaald.

Art. 749. Ingeval de persoon die zonder nakomelingschap gestorven is, broeders, zusters of afstammelingen van dezen achterlaat en de vader of de moeder vooroverleden is, wordt het gedeelte dat hem of haar, overeenkomstig het vorige artikel, zou zijn te beurt gevallen, gevoegd bij de helft die toekomt aan de broeders en zusters, of aan hen die hun plaats vervullen, zoals in afdeling VI van dit hoofdstuk wordt bepaald.

Wetsgeschiedenis