erfgenaam
Belgisch Burgerlijk Wetboek - Boek III - Eerste titel. Erfenissen

Hoofdstuk III. Onderscheiden orden in de erfopvolging

Afdeling VI. - Erfopvolging in de zijlijn

Wettekst anno 2006:

Art. 750. Bij vooroverlijden van vader en moeder van een persoon die zonder nakomelingschap gestorven is, worden zijn broeders en zusters of hun afstammelingen tot de nalatenschap geroepen, met uitsluiting van de bloedverwanten in de opgaande lijn en van de overige bloedverwanten in de zijlijn.
  Zij erven ofwel uit eigen hoofde, ofwel bij plaatsvervulling, overeenkomstig hetgeen in afdeling II van dit hoofdstuk is bepaald.

Art. 751. Indien vader en moeder van de persoon die zonder nakomelingschap gestorven is, hem hebben overleefd, worden zijn broeders en zusters of zij die hun plaats vervullen, slechts tot de helft van de nalatenschap geroepen. Zij worden tot drie vierden geroepen, indien alleen de vader of de moeder hem heeft overleefd.

Art. 752. De verdeling van de helft of van drie vierden, die volgens het vorige artikel aan de broeders of zusters te beurt vallen, geschiedt onder hen in gelijke delen, (indien zij allen dezelfde ouders hebben; indien zij niet dezelfde ouders hebben), wordt hetgeen zij erven in twee gelijke delen verdeeld tussen de vaderlijke en de moederlijke lijn van de overledene; volle broeders en zusters erven in beide lijnen, halve broeders en zusters van moederszijde en die van vaderszijde, ieder slechts in hun lijn; zijn er enkel broeders of zusters van één zijde, dan erven dezen alles, met uitsluiting van alle andere bloedverwanten van de andere lijn. <W 31-03-1987, art. 71>

Art. 753. Bij gebreke van broeders of zusters of afstammelingen van dezen, en bij gebreke, in een van beide lijnen, van bloedverwanten van de opgaande lijn, komt de nalatenschap voor de ene helft toe aan de overlevende bloedverwanten van de opgaande lijn; en voor de andere helft aan de naaste bloedverwanten van de andere lijn.
  (Indien bloedverwanten van de zijlijn, in gelijke graad, samen opkomen, delen zij bij hoofden, behalve indien zij bij plaatsvervulling geroepen worden, zoals in afdeling II van dit hoofdstuk is bepaald.) <W 11-10-1919, art. 47>

Art. 754. In het geval van het vorige artikel heeft de overlevende vader of moeder het vruchtgebruik van het derde gedeelte van de goederen die hij of zij niet in eigendom erft.

Art. 755. (Bloedverwanten van verder dan de vierde graad erven niet, behalve indien zij bij plaatsvervulling geroepen worden.) <W 11-10-1919, art. 47>
  Zijn er in de ene lijn geen bloedverwanten in erfelijke graad, dan erven de bloedverwanten van de andere lijn de gehele nalatenschap.