Wetgeving over het erfrecht van de langstlevende echtgenoot |
(AFDELING IV. - ERFOPVOLGING VAN DE LANGSTLEVENDE ECHTGENOOT.
Art. 745bis. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. (Wanneer de overledene afstammelingen,
geadopteerde kinderen of afstammelingen van deze achterlaat, verkrijgt de langstlevende
echtgenoot het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap.) <W 31-03-1987, art. 69>
Wanneer de overledene andere erfgerechtigden achterlaat, verkrijgt de langstlevende
echtgenoot de volle eigendom van het deel van de eerststervende in het gemeenschappelijk
vermogen en het vruchtgebruik van diens eigen vermogen.
Wanneer de overledene geen erfgerechtigden achterlaat, verkrijgt de langstlevende
echtgenoot de volle eigendom van de gehele nalatenschap.
§ 2. De langstlevende echtgenoot heeft bovendien het vruchtgebruik van de goederen
onderworpen aan het recht van wettelijke terugkeer waarin de artikelen 366, § 1, eerste
en tweede lid. 747 en 766 voorzien, tenzij in de akte van schenking of in het testament
anders is bepaald.
Art. 745ter. <W 14-05-1981, art. 8> Niettegenstaande enig andersluidend beding kan
ieder die de blote eigendom verkrijgt, eisen dat voor alle met vruchtgebruik belaste
goederen een boedelbeschrijving van de roerende en een staat van de onroerende worden
opgemaakt, dat de geldsommen worden belegd en dat de effecten aan toonder, naar keuze van
de langstlevende echtgenoot, worden omgezet in inschrijvingen op naam of gedeponeerd op
een gemeenschappelijke bankrekening.
Art. 745quater. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. (Wanneer de blote eigendom behoort aan
de afstammelingen van de vooroverleden echtgenoot, aan zijn geadopteerde kinderen of aan
de afstammelingen van dezen, kan de langstlevende echtgenoot of een van de blote eigenaars
vorderen dat het vruchtgebruik geheel of ten dele wordt omgezet, hetzij in de volle
eigendom van met vruchtgebruik belaste goederen, hetzij in een geldsom, hetzij in een
gewaarborgde en geindexeerde rente.
Het kind dat tijdens het huwelijk verwekt is door de overledene en een andere persoon dan
de langstlevende echtgenoot, kan niet om de omzetting van het vruchtgebruik verzoeken.
<W 31-03-1987, art. 70>
§ 2. Wanneer de blote eigendom behoort aan andere personen dan die bedoeld in § 1, kan
de langstlevende echtgenoot die omzetting eisen binnen vijf jaar na het openvallen van de
nalatenschap.
In hetzelfde geval kan hij te allen tijde eisen dat de blote eigendom van de goederen
bedoeld in § 4 hem tegen geld wordt overgedragen.
De rechtbank kan de omzetting van het vruchtgebruik en de toewijzing van de volle eigendom
weigeren, wanneer zulks de belangen van een onderneming of van een beroepsarbeid ernstig
zou schaden.
Indien de rechtbank het billijk acht wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, kan
zij een vordering tot omzetting toewijzen, die is ingesteld door een andere blote eigenaar
dan die bedoeld in § 1 of, na de termijn van vijf jaar, door de langstlevende echtgenoot.
§ 3. De omzetting van het vruchtgebruik van de goederen onderworpen aan het recht van
wettelijke terugkeer kan, alleen worden gevorderd door degene die dat recht bezit.
§ 4. Het vruchtgebruik van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap
het gezin tot voornaamste woning diende, en van het daarin aanwezige huisraad, kan niet
worden omgezet dan met instemming van de langstlevende echtgenoot.
Art. 745quinquies. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. Het recht om de omzetting van het
vruchtgebruik of de toewijzing in volle eigendom van de goederen bedoeld in artikel
745quater, § 4, te vorderen, geldt voor elk vruchtgebruik van de langstlevende
echtgenoot, onverschillig of het verkregen is krachtens de wet of bij testament, dan wel
ingevolge huwelijkscontract of contractuele erfstelling.
Dit recht is persoonlijk en niet vatbaar voor overdracht. Het kan niet worden uitgeoefend
door de schuldeisers van de rechthebbende.
§ 2. Het recht om de omzetting te vorderen kan niet worden ontnomen aan de afstammelingen
uit een vorig huwelijk van de vooroverleden echtgenoot.
Aan de langstlevende echtgenoot kan niet het recht worden ontnomen om de omzetting van het
vruchtgebruik of de toewijzing in volle eigendom van de goederen bedoeld in artikel
745quater, § 4, te vorderen.
§ 3. Ingeval de langstlevende echtgenoot tot de nalatenschap komt met afstammelingen uit
een vorig huwelijk en de omzetting wordt gevorderd door een van de partijen, wordt de
langstlevende echtgenoot geacht ten minste twintig jaar ouder te zijn dan de oudste
afstammeling uit een vorig huwelijk.
Art. 745sexies. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. Indien alle blote eigenaars en de
langstlevende echtgenoot meerderjarig en handelingsbekwaam zijn, kunnen zij in iedere
stand van de zaak, in onderlinge overeenstemming en op de wijze die zij hebben
vastgesteld, overgaan tot de omzetting of tot de overdracht van de blote eigendom van de
goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4.
Indien een van hen minderjarig of anderszins onbekwaam is, wordt gehandeld overeenkomstig
artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 2. Bij gebreke van overeenstemming wordt de zaak bij de rechtbank aanhangig gemaakt op
verzoekschrift; alle rechtverkrijgenden worden in het geding geroepen bij gerechtsbrief.
Wanneer de rechtbank de eis geheel of ten dele toewijst, bepaalt zij de wijze van
omzetting of de prijs die moet worden betaald voor de overdracht van de blote eigendom van
de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4. In voorkomend geval gelast zij de verkoop
van de volle eigendom van het geheel of van een deel der goederen die met vruchtgebruik
belast zijn, dan wel de verdeling van die goederen, zelfs indien ter zake van dat recht
geen onverdeeldheid bestaat, tenzij zij verkiest de partijen naar een notaris te verwijzen
om de omzetting te laten plaatshebben volgens de procedure omschreven in de artikelen 1207
tot 1225 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Het vruchtgebruik wordt berekend volgens de waarde op de dag van de omzetting. Bij
die waardering wordt onder meer en naar gelang van de omstandigheden rekening gehouden met
de waarde en de opbrengst van de goederen, de eraan verbonden schulden en lasten en de
vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker.
§ 4. De omzetting van het vruchtgebruik heeft geen terugwerkende kracht, evenmin als de
toewijzing van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4.
Art. 745septies. <W 14-05-1981, art. 8> (§ 1. De langstlevende echtgenoot kan van
zijn erfrecht geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten of daarvan vervallen worden
verklaard indien hij geheel of gedeeltelijk is ontzet uit het ouderlijk gezag over de
kinderen geboren uit zijn huwelijk met de overledene.
§ 2. De rechtsvordering wordt door de afstammelingen ingesteld binnen een jaar te rekenen
hetzij van het openvallen van de nalatenschap, hetzij van de ontzetting uit het ouderlijk
gezag.
Het vonnis heeft gevolg met ingang van de datum waarop de vordering is ingesteld.) <W
2001-04-29/39, art. 28, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
§ 3. Bij omzetting van het vruchtgebruik in de volle eigendom van een goed of in een
geldsom, of bij overdracht van de blote eigendom van de goederen bedoeld in artikel
745quater, § 4, levert de uitsluiting of de vervallenverklaring grond op tot vergoeding.
Die vergoeding wordt vastgesteld door de rechtbank en stemt overeen met de waarde van het
vruchtgebruik, mede gelet op de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker bij het
instellen van de rechtsvordering.
Is het vruchtgebruik omgezet in een lijfrente, dan werkt het vonnis terug tot hetzelfde
tijdstip.
| rechtinbelgie@2747.com |