erfgenaam
Belgisch Burgerlijk Wetboek Boek 3 - Titel I. - Erfenissen - Hoofdstuk VI. - Verdeling en inbreng

Afdeling II. - Inbreng

Artikel 858bis anno 2007:

De erfgerechtigde aan wie een gift is gedaan vatbaar is voor inbreng door mindere ontvangst, bevrijdt zich tegenover de langstlevende echtgenoot die een recht van vruchtgebruik bezit op de geschonken of de gelegateerde goederen, door hem een geïndexeerde rente te betalen op de waarde welke die goederen hebben op de dag van het overlijden, tegen een rentevoet te bepalen door de vrederechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt bij verzoekschrift, of door de rechtbank waarvoor de vereffening van de nalatenschap hangende is.

  Een schenking met toestemming van de langstlevende echtgenoot gedaan, wordt te zijnen opzichte geacht te zijn gedaan met vrijstelling van inbreng, voor zover niet anders is bepaald.

  De langstlevende echtgenoot die een gift heeft gekregen vatbaar voor inbreng door mindere ontvangst, en die een recht van vruchtgebruik bezit op de geschonken of gelegateerde goederen, behoudt het vruchtgebruik van de in te brengen goederen zonder borg te hoeven stellen en brengt de blote eigendom van die goederen in, naar keuze hetzij in natura, hetzij in tegenwaarde.
  Deze rente kan worden gekapitaliseerd of dat vruchtgebruik omgezet overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 745quater tot 745sexies.

Rechtsleer - Wetsgeschiedenis