Inbreng en het erfrecht in vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot |
Art. 858. Inbreng geschiedt in nature ofwel door mindere ontvangst.
Art. 858bis. <Ingevoegd bij W 14-05-1981, art. 22> De erfgerechtigde aan wie een
gift is gedaan vatbaar is voor inbreng door mindere ontvangst, bevrijdt zich tegenover de
langstlevende echtgenoot die een recht van vruchtgebruik bezit op de geschonken of de
gelegateerde goederen, door hem een geïndexeerde rente te betalen op de waarde welke die
goederen hebben op de dag van het overlijden, tegen een rentevoet te bepalen door de
vrederechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt bij verzoekschrift, of door de rechtbank
waarvoor de vereffening van de nalatenschap hangende is.
Een schenking met toestemming van de langstlevende echtgenoot gedaan, wordt te zijnen
opzichte geacht te zijn gedaan met vrijstelling van inbreng, voor zover niet anders is
bepaald.
De langstlevende echtgenoot die een gift heeft gekregen vatbaar voor inbreng door mindere
ontvangst, en die een recht van vruchtgebruik bezit op de geschonken of gelegateerde
goederen, behoudt het vruchtgebruik van de in te brengen goederen zonder borg te hoeven
stellen en brengt de blote eigendom van die goederen in, naar keuze hetzij in natura,
hetzij in tegenwaarde.
Deze rente kan worden gekapitaliseerd of dat vruchtgebruik omgezet overeenkomstig de
bepalingen van de artikelen 745quater tot 745sexies.
>> volgende bladzijde >>