Wetboek der successierechten

Hoofdstuk VII : Vrijstellingen en verminderingen

Artikel 60bis november 2007 voor het Brusselse Hoofdstelijk Gewest:

§ 1. In afwijking van de artikelen 48 en 48/2, wordt het recht van successie vastgesteld op 3 % op het netto-erfdeel in een kleine of middelgrote onderneming, voor zover de nalatenschap of de ontbinding van het huwelijksvermogenstelsel tengevolge van het overlijden:

1° het geheel der goederen omvat die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds vormen waarmee de erflater of zijn echtgenote, op de dag van het overlijden, een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf, een vrij beroep, een ambt of een post uitoefende;

2° de volle eigendom bevat van aandelen van een vennootschap waarvan de zetel van werkelijke leiding gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en die een nijverheis-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit of een vrij beroep exploiteert.

Het geheel van de overgedragen aandelen moet minstens 25 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigen.

Indien het geheel van de overgedragen aandelen minder dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt, moet tevens een aandeelhoudersovereenkomst worden gesloten die betrekking heeft op minstens 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. In deze aandeelhoudersovereenkomst verbinden de partijen zich ertoe de voorwaarden bedoeld in paragraaf 5 na te leven.

§ 2. Onder kleine of middelgrote onderneming moet worden begrepen, een onderneming:

    * met minder dan 250 werknemers;
    * waarvan ofwel de jaaromzet 40 miljoen euro niet overschrijdt, ofwel het jaarlijks balanstotaal 27 miljoen euro niet overschrijdt;
    * die het zelfstandigheidscriterium in acht neemt, volgens hetwelk een grote onderneming niet 25 % of meer van het kapitaal van de kleine of middelgrote onderneming in handen mag hebben.

§ 3. ...

§ 4. Onder aandelen moet worden begrepen:

    * aandelen of de maatschappelijke rechten in vennootschappen;
    * de certificaten van aandelen of van maatschappelijke rechten, uitgereikt door rechtspersonen met zetel in een lidstaat van de Europese Unie, ter vertegenwoordiging van aandelen of van maatschappelijke rechten in vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, op voorwaarde dat:
    * aan elk aandeel of maatschappelijk recht één certificaat beantwoordt;
    * de rechtspersoon de verplichting heeft om dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en uiterlijk binnen een maand na de beslissing tot betaalbaarstelling door te storten aan de certificaathouder;
    * de rechtspersoon de aandelen of de maatschappelijke rechten niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder.

§ 5. De bepaling in § 1 is van toepassing op voorwaarde dat:

1° de hoofdactiviteit van de onderneming gedurende minstens vijf jaar na het overlijden wordt voortgezet in België;

2° het aantal werknemers tewerkgesteld in de onderneming, uitgedrukt in voltijdse eenheden, de eerste vijf jaar na het overlijden jaar na jaar voor minstens 75 % behouden blijft;

3° de activa belegd in een bedrijf of een vrij beroep, een ambt of een post bedoeld in § 1, 1°, of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen in de eerste vijf jaar na het overlijden.

De activa die belegd werden in de laatste drie jaar vóór het overlijden, komen voor de vermindering niet in aanmerking, tenzij de belegging van deze activa beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften.

Het kapitaal dat in de laatste drie jaar vóór het overlijden werd gestort, komt voor het verlaagd tarief niet in aanmerking, tenzij het beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften;

4° de erfopvolgers aan de bevoegde Ontvanger bij de aangifte van de nalatenschap een door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering uitgereikt attest overzenden dat bevestigt dat voldaan is aan de gestelde voorwaarden. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt de modaliteiten waaronder dit attest aangevraagd, gecontroleerd en verstrekt wordt.

Bovendien moeten de erfopvolgers die de vermindering hebben genoten als bedoeld in dit artikel in de periode van vijf jaar na het overlijden jaarlijks het bewijs leveren dat er blijvend voldaan is aan de gestelde voorwaarden om het verminderde tarief te genieten. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt de modaliteiten van dit jaarlijks bewijs.

-----------------
Art. 60bis : inwerkingtreding 01.01.1999;
             §3 geschrapt bij art. 10, Ordonnantie 20.12.2002
             (B.S. 31.12.2002), met ingang van 01.01.2003.