Wetboek der successierechten

Hoofdstuk VII : Vrijstellingen en verminderingen

Artikel 60bis november 2007 voor het Waalse Gewest:

§ 1. In afwijking van artikel 48 wordt het successierecht en het recht van overgang bij overlijden verlaagd tot 0 % voor het verkrijgen van een netto-aandeel in een onderneming, indien de erfopvolging of de vereffening van het huwelijksvermogenstelsel ten gevolge van het overlijden :

    1° een zakelijk recht bevat op goederen die een universaliteit van goederen of een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee de de cujus alleen of samen met andere personen op de dag van het overlijden een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post uitoefende.

    Het in artikel 48 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van het overlijden. Het in artikel 48 vastgestelde recht blijft eveneens toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van het overlijden, in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed;

    2° een zakelijk recht bevat op :

    a) effecten van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en die zelf of samen met haar dochtervennootschappen als hoofdberoep een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent, op geconsolideerde basis voor de vennootschap en haar dochtervennootschappen, voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk der beide laatste boekjaren van de vennootschap, afgesloten op het ogenblik van het overlijden van de de cujus;

    b) schuldvorderingen op een in voorgaande a) bedoelde vennootschap.

    § 1bis. De vermindering van het recht, vastgesteld bij § 1, wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van gezamenlijke volgende voorwaarden :

    1° het dient een onderneming te betreffen :

    - die personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt;

    - ofwel waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige in Wallonië tewerkgestelde werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, op datum van de authentieke schenkingsakte;

    2° indien het effecten en schuldvorderingen bedoeld in § 1, 2°, betreft :

    - Het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen.

    - Als het geheel van de overgedragen effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst gesloten worden voor een minimumperiode van vijf jaar te rekenen van de datum van het overlijden en betrekking hebben op minstens 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst verplichten de partijen zich ertoe de in § 3, bedoelde voorwaarden in acht te nemen;

    3° de erfgenamen, legatarissen en begiftigden die om de toepassing van het verlaagde recht verzoeken, dienen de bevoegde ontvanger uiterlijk terzelfder tijd als de successieaangifte een attest afgeleverd door de Regering van het Waalse Gewest over te maken waarin bevestigd wordt dat de vereiste voorwaarden voor de daarin vermelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden vervuld zijn.

    Voor de toepassing van dit artikel worden die erfgenamen, legatarissen en begiftigden die om de toepassing van het verlaagde recht verzoeken en die houder van dat attest zijn, "opvolgers" genoemd.

    De wijze waarop dat attest wordt aangevraagd en afgeleverd, evenals de stukken die erbij gevoegd dienen te worden, worden door de Regering van het Waalse Gewest bepaald.

    § 1ter. Onder "effecten" wordt verstaan :

    a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en winstbewijzen van een vennootschap;

    b. de certificaten die betrekking hebben op effecten bedoeld onder a.

    - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben;

    - wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent;

    - en wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen.

    § 1quater. Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elke geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de overledene aan een vennootschap waarvan hij aandelen of effecten bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen.

    De bovenvermelde schuldvorderingen worden evenwel uitgesloten voorzover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de overledene op de datum van diens overlijden. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal.

    § 2. Onder netto-aandeel dient de waarde te worden verstaan van het geheel van de zakelijke rechten op de goederen bedoeld in § 1, 1°, of de waarde van de zakelijke rechten op de effecten of schuldvorderingen bedoeld in § 1, 2°, verminderd met de schulden en de begrafeniskosten verstaan, met uitsluiting van :

    - de schulden die in het bijzonder betrekking hebben op andere goederen dan die welke zijn overgedragen met toepassing van het verlaagde recht;

    - de schulden die in het bijzonder betrekking hebben op een onroerend goed dat gedeeltelijk is overgedragen met toepassing van het verlaagde recht, gezien de gedeeltelijke bestemming ervan als woning, in dezelfde verhouding als die, welke bestaat tussen het aandeel in dat deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt bestemd en de totale verkoopwaarde van het onroerend goed.

    § 3. Het verlaagde recht van § 1 wordt enkel behouden op voorwaarde dat :

    1° de onderneming verder actief blijft tijdens minstens vijf jaar te rekenen van de datum van het overlijden van de de cujus, ofwel als onderneming zoals bedoeld in § 1, 1°, ofwel als onderneming zelf of als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in artikel § 1, 2°, a) ;

    2° het totaalaantal werknemers in de onderneming in Wallonië en het totaal aantal zelfstandigen die voldoen aan de voorwaarden van § 1bis, 1°, waarbij dat totaalaantal uitgedrukt wordt in voltijdse eenheden en waarbij dat aantal minstens één moet bedragen, tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van het overlijden van de de cujus in jaargemiddelden op minstens 75 pct. van zijn bestand behouden blijft, ofwel als onderneming zelf als bedoeld in § 1, 1°, of als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in § 1, 2°, a).

    Als het verkregen totaalaantal één eenheid overschrijdt zonder een geheel getal te zijn, wordt het naar de lagere of hogere eenheid afgerond al naargelang de eerste decimaal al dan niet gelijk is aan of hoger is dan 5;

    3° het tegoed dat in een activiteit, een vrij beroep of een ambt of post zoals bedoeld in § 1, 1°, geïnvesteerd wordt of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, niet afnemen ten gevolge van vooruitnemingen of verdelingen tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte;

    4° de opvolgers die niet aangeboden hebben om het verschuldigde recht zoals bedoeld in § 5 te betalen, na afloop van de periode van vijf jaar na het overlijden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven, een ondertekend attest verstrekken waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven en in lid 2 verder nageleefd worden. De wijze waarop dat attest wordt opgemaakt, wordt door de Regering van het Waalse Gewest bepaald;

    5° bij elke vordering door de personeelsleden aangewezen door de Waalse Regering tijdens de periode van vijf jaar na het overlijden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven, delen de opvolgers die niet aangeboden hebben om het verschuldigde recht te betalen zoals bedoeld in § 5 schriftelijk binnen de maand na de datum waarop de aanvraag is verstuurd, waarbij die termijn om gegronde redenen verlengd kan worden, de bestanddelen aan de hand waarvan vastgesteld kan worden dat de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het verlengde recht verder nageleefd worden indien uit aanwijzingen kan blijken dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven of in lid 2, niet meer vervuld zouden zijn.

    In de aanvraag worden de aanwijzingen waaruit kan blijken dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven of in lid 2, niet meer vervuld zouden zijn, nader bepaald.

    Wat betreft de zakelijke rechten op onroerende goederen die met het voordeel van het verlaagde recht zoals bedoeld in artikel § 1, 1°, worden overgedragen, wordt dat verlaagde recht enkel behouden op voorwaarden dat die onroerende goederen niet bestemd worden voor bewoning, noch geheel noch gedeeltelijk, tijdens een ononderbroken duur van vijf jaar te rekenen van de datum van het overlijden van de de cujus. Indien de bewoning van het onroerende goed dat met het voordeel van het verlaagde recht gedeeltelijk overgedragen wordt, een nieuwe bestemming krijgt, wordt het verlaagde recht enkel ingetrokken in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat de nieuwe bestemming als bewoning kreeg, in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed dat is overgedragen met het voordeel van het verlaagde recht.

    § 4. Behalve in geval van overmacht wordt het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde recht ten laste van de opvolgers eisbaar vanaf het ogenblik waarop de voorwaarden van § 3 niet meer vervuld zijn, behalve voor de opvolgers die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om voor te stellen om het bij § 5, leden 1 en 2, bepaalde verschuldigde recht, vóór dat ogenblik te betalen.

    Indien het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde recht eisbaar wordt overeenkomstig vorig lid, moeten de opvolgers bij het kantoor waar het verschuldigde recht geheven is, een nieuwe aangifte in de zin van artikel 37 indienen binnen de termijn van artikel 40 te rekenen van het verstrijken van het jaar waarin één van de oorzaken van de verschuldigdheid van dat recht opgetreden is.

    § 5. Elke opvolger die in aanmerking is gekomen voor de verlaging van het recht kan voorstellen om het verschuldigde recht te betalen overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 vóór verstrijken van de termijn van vijf jaar waarin de voorwaarden van § 3 in stand gehouden moeten worden en vóór aanbreken van het ogenblik vermeld in § 4, lid 1.

    In dit geval moet de opvolger die in aanmerking is gekomen voor de verlaging van het recht bij het kantoor waar het verschuldigde recht geheven is, een nieuwe aangifte in de zin van artikel 37 indienen waarmee de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 wenst te betalen, bepaald wordt.

    § 6. De verklaringen bepaald bij de §§ 4 en 5, ondertekend door de betrokken opvolger(s), worden in twee exemplaren opgemaakt, waarvan één in het registratiekantoor blijft en het andere, voorzien door het registratiekantoor van een bericht van ontvangst van die nieuwe verklaring, door de betrokken opvolger(s) verstuurd wordt naar de dienst van de Waalse Regering die het attest bedoeld in § 1bis, 3°, afgeleverd heeft.

    In die verklaringen worden naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum en laatste woonplaats van de de cujus vermeld, evenals het nieuwe feit waardoor de verschuldigdheid van het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde recht en alle bestanddelen die noodzakelijk zijn voor de vereffening van de belasting, bepaald wordt.

-------------------
Art. 60bis : - Ingevoegd bij art. 2, Decreet van 17.12.1997.
             - Gewijzigd bij art. 1 en 2, Programmadecreet 16.12.1998; Inwerkingtreding 1 januari 1999.
             - Gewijzigd bij art. 28, Programmadecreet dd. 03.02.2005 (B.S. 01.03.2005), met ingang van 01.01.2005.
             - Gewijzigd bij art. 29, D 15.12.2005 (B.S. 23.12.2005), met ingang van 01.01.2006 - Erratum B.S. 30.01.2006.