BW - Boek III. - ErfenissenVerdeling en inbreng

Afdeling III. - Betaling van de schulden

Art. 870. De medeërfgenamen dragen onderling bij in de betaling van de schulden en lasten van de nalatenschap, ieder naar evenredigheid van wat hij daaruit ontvangt.

Art. 871. De legataris onder algemene titel draagt samen met de erfgenamen daarin bij, naar evenredigheid van hetgeen hij geniet; doch de bijzondere legataris is niet gehouden tot betaling van de schulden en lasten, onverminderd echter de hypothecaire vordering op het vermaakte onroerend goed.

Art. 872. Wanneer onroerende goederen van een nalatenschap bezwaard zijn met renten onder bijzonder hypothecair verband, kan ieder medeërfgenaam eisen dat, voor het samenstellen van de kavels, de renten terugbetaald en de onroerende goederen vrijgemaakt worden. Indien de medeërfgenamen de nalatenschap verdelen in de staat waarin zij zich bevindt, moet het bezwaarde onroerend goed geschat worden op dezelfde voet als de overige onroerende goederen; het kapitaal van de rente wordt van de totale prijs afgetrokken; alleen de erfgenaam in wiens kavel dat onroerend goed valt, blijft belast met de uitkering van de rente, en hij moet zijn medeërfgenamen daarvoor vrijwaren.

Art. 873. De erfgenamen zijn, persoonlijk naar evenredigheid van hun aandeel per hoofd, en hypothecair voor het geheel, gehouden tot betaling van de schulden en lasten van de nalatenschap, onverminderd hun verhaal, hetzij op hun medeërfgenamen, hetzij op de algemene legatarissen, voor het aandeel waarvoor dezen daarin moeten bijdragen.

Art. 874. De bijzondere legataris die de schuld heeft gekweten waarmee het vermaakte onroerend goed bezwaard was, treedt, tegenover de erfgenamen en opvolgers onder algemene titel, in de rechten van de schuldeiser.

Art. 875. De medeërfgenaam of opvolger onder algemene titel, die, ten gevolge van de hypotheek, meer dan zijn aandeel in de gemeenschappelijke schuld betaalde, heeft op de overige medeërfgenamen en opvolgers onder algemene titel geen verder verhaal dan voor het aandeel dat ieder van hen persoonlijk in de schuld moet dragen, zelfs wanneer de medeërfgenaam die de schuld betaalde, zich in de rechten van de schuldeisers heeft doen stellen, onverminderd nochtans de rechten van de medeërfgenaam die, ten gevolge van het voorrecht van boedelbeschrijving, het vermogen mocht hebben behouden om, gelijk ieder andere schuldeiser, betaling van zijn persoonlijke schuldvordering te eisen.

Art. 876. In geval van onvermogen van een der medeërfgenamen of opvolgers onder algemene titel, wordt zijn aandeel in de hypothecaire schuld over alle anderen naar evenredigheid omgeslagen.

Art. 877. De titels die tegen de overledene uitvoerbaar waren, zijn ook tegen de erfgenaam persoonlijk uitvoerbaar; en niettemin kunnen de schuldeisers de tenuitvoerlegging daarvan eerst vervolgen acht dagen na de betekening van die titels aan de persoon of aan de woonplaats van de erfgenaam.

Art. 878. Zij kunnen in elk geval en tegen elke schuldeiser vorderen dat de boedel van de overledene wordt afgescheiden van de boedel van de erfgenaam.

Art. 879. Dit recht kan echter niet meer worden uitgeoefend, wanneer er schuldvernieuwing in de schuldvordering tegen de overledene heeft plaatsgehad door de erfgenaam als schuldenaar aan te nemen.

Art. 880. Dit recht verjaart ten aanzien van roerende goederen door verloop van drie jaren.
  Ten aanzien van onroerende goederen kan de vordering ingesteld worden zolang deze goederen zich in handen van de erfgenaam bevinden.

Art. 881. Schuldeisers van de erfgenaam zijn niet bevoegd om tegen de schuldeisers van de nalatenschap de afscheiding van de boedels te vorderen.

Art. 882. Schuldeisers van een deelgenoot kunnen, om te beletten dat de verdeling met bedrieglijke benadeling van hun rechten geschiedt, zich ertegen verzetten dat zij buiten hun aanwezigheid gedaan wordt; zij hebben het recht op eigen kosten in de verdeling tussen te komen; tegen een voltrokken verdeling echter kunnen zij niet opkomen, behalve wanneer deze heeft plaatsgehad buiten hen om en met miskenning van een door hen gedaan verzet.