Schulden van de nalatenschap

 

Artikel 33 Wetboek van Successierechten

Worden niet aangenomen, de schulden aangegaan door de overledene ten behoeve
van een zijner erfgenamen, legatarissen of begiftigden of van tussenpersonen. Deze bepaling is van toepassing op de schulden door de overledene aangegaan :
a) ten behoeve van erfgenamen die hij bij uiterste wilsbeschikking of bij contractuele beschikking uit zijn erfenis heeft gesloten;
b) ten behoeve van erfgenamen, legatarissen of begiftigden die de nalatenschap ofwel de uiterste wilsbeschikking of de contractuele beschikking, te hunne voordele gemaakt, hebben verworpen.
Als tussenpersonen worden beschouwd, de in de artikelen 911, laatste alinea, en 1100 van het Burgerlijk Wetboek vermelde personen.
Evenwel, worden bedoelde schulden aangenomen :
1° indien het bewijs van hun echtheid door de aangevende partijen wordt ingebracht; dit bewijs kan door alle middelen van gemeen recht, ook door getuigen en vermoedens, met uitsluiting van de eed, geleverd worden;
2° indien zij tot onmiddellijke en rechtstreekse oorzaak hebben de verkrijging, de verbetering, het behoud of de terugbekoming van een goed, dat op de dag van het afsterven van de overledene tot dezes boedel behoorde.

2747.com / law / inheritance / debt / Belgie

contact

Successierechten

 

Familiaal vermogensrecht

Examenvraag vergelijkende proef om kandidaat-notaris te worden in 2005:

Pierre WATEENKET, Rijksinwoner en ongehuwd, is ab intestato overleden te Parijs op 20 juni 2004, op de leeftijd van 60 jaar. De aangifte van nalatenschap werd bij de bevoegde instantie op 15 november 2004 neergelegd. Deze verklaring, volledig conform aan de voorgeschreven vormen, vermeldt het volgende :
a) De wettelijke erfgenamen zijn de gebroeders Albert en Bernard, evenals de nichten Emilie en Danielle, dochters van zijn zuster Louise, overleden op 10 augustus 1997. Albert heeft op 14 augustus 2004 regelmatig aan de nalatenschap verzaakt.
b) Het actief dat Pierre nalaat–onder voorbehoud van wat hierna volgt – omvat een terrein gelegen te Bergen (100.000 EUR) en een bankrekening (175.000 EUR).
c) Het passief van de nalatenschap omvat, naast de begrafeniskosten ten belope van 12.500 euro (factuur bij aangifte gevoegd), een schuld aangegaan op 30 april 2000 door de overledene tegen Albert en zijn echtgenote Marie (gehuwd zonder huwelijkscontract op 25 juli 1992), en tegen Joseph, de vader van Marie. Deze schuld komt voor uit een renteloze lening van 25.000 EUR door Pierre toegestaan voor de helft aan Albert en Marie en voor de andere helft aan Joseph. De leningsakte werd verleden voor een notaris in Antwerpen (een uitgifte is bij de aangifte gevoegd) op 30 april 2000.
d) De aangevers vermelden dat Pierre sinds 30 april 2001 geen enkele terugbetaling aan zijn schuldeisers heeft gedaan.
e) Bij notariële akte van 15 december 1980 heeft Pierre, samen met Danielle, een onroerend goed, gelegen te Oostende verkregen (Pierre in vruchtgebruik en Danielle in blote eigendom), voor de prijs van 15.000 EUR. Op de dag van het overlijden vertegenwoordigt dit goed een verkoopwaarde van 80.000 EUR.
f) Op 11 september 2002, heeft Pierre, bij handgifte, aan zijn vriendin Léontine verschillende effecten aan toonder geschonken. Deze effecten zijn niet beursgenoteerd. Op 11 september 2002 waren ze 25.000 EUR waard ; op de datum van de aangifte 30.000 EUR. De verwezenlijking van deze schenking wordt aangetoond met bankdocumenten die zijn gevoegd bij de aangifte van nalatenschap.