law : inheritance : declaration

Wetboek Successierechten : Aangifte van nalatenschap 

Afdeling III : Aangiftetermijn

Artikel 40

De termijn voor het inleveren van de aangifte van nalatenschap is vijf maand, te rekenen van de datum van het overlijden, wanneer dit zich in het Rijk heeft voorgedaan; zes maand, wanneer het overlijden in een ander land van Europa, en zeven maand, indien het overlijden buiten Europa heeft plaats gehad.

In geval van afwezigheid, gaat de termijn in met de datum van het vonnis van inbezitstelling of van de eerste akte die van de inbezitneming laat blijken.

Gaat het om een aan een rechtspersoon gedaan legaat, zo loopt de voor de nieuwe aangifte in artikel 37, 1°, voorziene termijn te rekenen van de datum der machtiging of goedkeuring.

In geval van intreden van voorvallen voorzien in artikel 37, 2° tot 4°, loopt de termijn, indien het gaat om een betwist recht, te rekenen van de datum van het vonnis niettegenstaande verzet of beroep, of van de dading en, in de andere gevallen, te rekenen van de gebeurtenis.

In geval van ophouding van vruchtgebruik, loopt de termijn te rekenen van de datum van de onder artikel 37, 5°, bedoelde vermenging.

In geval van fideïcommis, loopt de termijn te rekenen van de datum der door het overlijden van de bezwaarde of anders teweeggebrachte devolutie. Zo de devolutie krachtens een contract bij vervroeging geschiedt, worden datum en plaats van het contract met datum en plaats van het overlijden gelijkgesteld.

Artikel 41 :

De voor de inlevering der aangifte gestelde termijn, kan door de directeur-generaal van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen worden verlengd.

De aangifte ingeleverd binnen de bij de wet bepaalde of door de directeur-generaal verlengde termijn kan worden gewijzigd zolang deze termijn niet verstreken is, tenzij de belanghebbenden uitdrukkelijk in een in de wettelijke vorm ingeleverde aangifte aan dit vermogen hebben verzaakt.