Belgisch Burgerlijk Wetboek
Boek 3 - Eerste titel. Erfenissen - Hoofdstuk VI. - Verdeling en inbreng:

Afdeling 5. - Vernietiging van de verdeling

Art. 887. Verdelingen kunnen worden vernietigd wegens geweld of bedrog.
  Eveneens bestaat grond tot vernietiging, wanneer een medeërfgenaam bewijst dat hij voor meer dan een vierde benadeeld is. Het enkel overslaan van een tot de nalatenschap behorend voorwerp geeft niet het recht om de vordering tot vernietiging in te stellen, doch alleen het recht om een aanvullende verdeling te vorderen.

  Art. 888. De vordering tot vernietiging is toegelaten tegen elke handeling die ten doel heeft de onverdeeldheid onder medeërfgenamen te doen ophouden, zelfs al mocht die handeling koop, ruil en dading of anders genoemd zijn.
  Na de verdeling of de daarmee gelijkstaande handeling wordt evenwel de vordering tot vernietiging niet meer toegelaten tegen een dading aangegaan over werkelijk bestaande zwarigheden, door de eerste handeling opgeleverd, zelfs wanneer daaromtrent geen rechtsgeding mocht zijn begonnen.

  Art. 889. De vordering is niet toegelaten tegen een verkoop van erfrecht, zonder bedrog aan een medeërfgenaam, op diens risico gedaan door zijn overige medeërfgenamen of door een van hen.

  Art. 890. Om te beoordelen of er benadeling geweest is, schat men de goederen op hun waarde ten tijde van de verdeling.

  Art. 891. Hij tegen wie een vordering tot vernietiging is ingesteld, kan die tegenhouden en een herverdeling beletten, door aan de eiser, hetzij in geld, hetzij in natura, aan te bieden en te verschaffen hetgeen aan diens erfdeel ontbreekt.

  Art. 892. De medeërfgenaam die zijn kavel geheel of ten dele vervreemd heeft, is niet meer ontvankelijk tot het instellen van de vordering tot vernietiging wegens bedrog of geweld, indien hij de vervreemding gedaan heeft na het ontdekken van het bedrog of het ophouden van het geweld.