verdeling
Belgisch Burgerlijk Wetboek : Boek 3 - Titel I. - Erfenissen
Hoofdstuk VI. - Verdeling en inbreng:
Afdeling I. - De rechtsvordering tot verdeling en haar vorm

Samenvatting art. 815 ev BW:

Niemand kan worden genoodzaakt in onverdeeldheid te blijven (Art. 815)

Minderjarige of onbekwaamverklaarde medeërfgenamen (Art. 817)

Verzegeling (Art. 819)

Vordering van zijn aandeel in natura (Art. 826)

Indien de goederen niet gevoeglijk verdeeld kunnen woorden (Art. 827)

De erfgenamen wier van banden van verwantschap met de overledene niet zijn vastgesteld (Art. 828)

Overspelige kinderen (Art. 837)

Onbekwamen (Art. 838)

De opkoper van een aandeel in een nalatenschap (Art. 841)

Wettekst BW anno 2006:

  Art. 816. Verdeling kan gevorderd worden, zelfs wanneer een van de medeërfgenamen het afzonderlijk genot mocht hebben gehad van een gedeelte van de goederen der nalatenschap, tenzij er een akte van verdeling is geweest of een tot het verkrijgen van de verjaring voldoende bezit.

  Art. 817. De vordering tot verdeling kan, wat minderjarige of onbekwaamverklaarde medeërfgenamen betreft, worden ingesteld door hun voogden, daartoe door de vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen bijzonder gemachtigd.
  Wat afwezige medeërfgenamen betreft, behoort de vordering aan de in het bezit gestelde bloedverwanten.

 Art. 819. Wanneer alle erfgenamen aanwezig zijn en meerderjarig, is geen verzegeling van de goederen der nalatenschap nodig, en kan de verdeling geschieden in zodanige vorm en bij zodanige akte als de belanghebbende partijen dienstig oordelen.
  Wanneer niet alle erfgenamen aanwezig zijn, er zich onder hen minderjarigen of onbekwaamverklaarden bevinden, moet binnen de kortst mogelijke tijd verzegeling plaatshebben, hetzij op vordering van de procureur des Konings, hetzij ambtshalve door de vrederechter binnen wiens kanton de erfenis is opengevallen, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1154 van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 820. Ook de schuldeisers kunnen verzegeling vorderen, krachtens een uitvoerbare titel of een verlof van de rechter.

  Art. 821. Wanneer verzegeling heeft plaatsgehad, kunnen alle schuldeisers tegen de ontzegeling verzet doen binnen de perken, gesteld in het vierde deel, boek IV, hoofdstuk I van het Gerechtelijk Wetboek.
  De formaliteiten van de ontzegeling en van de boedelbeschrijving worden in het genoemde hoofdstuk geregeld.

 Art. 826. Onverminderd de rechten van de langstlevende echtgenoot bepaald in artikel 745quater, § 2, en het voorkeurrecht bepaald in artikel 4 van de wet van 16 mei 1900 tot wijziging van het erfstelsel voor de kleine nalatenschappen en het recht van overname zoals bepaald in de wet op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit, kan ieder van de medeërfgenamen zijn deel van de roerende en de onroerende goederen der nalatenschap in natura vorderen , met uitzondering van de goederen bedoeld bij artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
  Evenwel, indien het gereed geld, de bankrekeningen en de beleggingswaarden aan toonder, behorend tot de massa, niet voldoende lijken om het passief aan te zuiveren, kan iedere deelgenoot die tot betaling van de schulden en lasten der nalatenschap gehouden is, voor enige verdeling in natura, de verkoop van de onverdeelde, ter voldoening van de schulden en lasten noodzakelijke goederen vorderen, tenzij de medebelanghebbenden hem een voldoende zekerheid tegen enig verhaal verschaffen. Behoudens andersluidende beslissing van de rechtbank, worden de onverdeelde goederen besteed ter voldoening van het passief, in de onderstaande volgorde :
  1° het geld en de bankrekeningen;
  2° de openbare fondsen, genoteerd op een beurs van het Rijk;
  3° de lichamelijke roerende goederen;
  4° de effecten op naam, de schuldvorderingen en andere onlichamelijke roerende goederen;
  5° de onroerende goederen.

  Art. 827.  Indien de goederen niet gevoeglijk verdeeld kunnen woorden, kan iedere deelgenoot de openbare verkoping ervan vorderen.
  Indien echter alle partijen meerderjarig zijn, kunnen zij overeenkomen dat de veiling gedaan wordt voor een notaris, die zij met onderling goedvinden aanwijzen.

  Art. 828. De erfgenamen wier van banden van verwantschap met de overledene niet zijn vastgesteld en die hun rechten niet hebben opgeëist binnen zes maanden na het openvallen van de nalatenschap, kunnen de geldigheid van de handelingen die later te goeder trouw zijn verricht door de andere erfgenamen of legatarissen, niet meer betwisten noch hun aandeel in natura opvorderen van de goederen die door deze laatsten na die termijn zijn vervreemd of verdeeld.
  De erfgenaam die niet bij de verdeling werd betrokken, behoudt het recht om de tegenwaarde van zijn aandeel te vorderen.

  Art. 829. Ieder medeërfgenaam doet, volgens de hierna te bepalen regels, in de massa inbreng van de giften die hem gedaan zijn en van de sommen die hij schuldig is.

  Art. 830. Indien de inbreng niet in natura geschiedt, nemen de medeërfgenamen aan wie de inbreng verschuldigd is, een gelijk deel vooraf uit de massa van de nalatenschap.
  De vooruitnemingen geschieden, zoveel mogelijk, in goederen van gelijke aard, gelijke hoedanigheid en gelijke deugdelijkheid als de niet in natura ingebrachte goederen.

  Art. 831. Na deze vooruitnemingen worden uit hetgeen in de massa overblijft, zoveel gelijke kavels samengesteld als er deelhebbende erfgenamen of deelhebbende staken zijn.

  Art. 832. Bij het vormen en samenstellen van de kavels, moet men het verbrokkelen van erven en het splitsen van bedrijven zoveel mogelijk vermijden; en men dient, zo mogelijk, in elke kavel, een gelijke hoeveelheid roerende goederen, onroerende goederen, rechten of schuldvorderingen van gelijke aard en gelijke waarde op te nemen.

  Art. 833. Het verschil van de kavels in natura wordt vergoed door een uitkering hetzij in rente, hetzij in geld.

 Art. 836. De regels bepaald voor de verdeling van de te verkavelen massa's, gelden eveneens voor de onderverdeling binnen de deelhebbende staken.

  Art. 837. De echtgenoot en de afstammelingen uit zijn huwelijk met de overledene kunnen de kinderen die tijdens dat huwelijk met een andere persoon dan genoemde echtgenoot verwekt zijn, van de verdeling in natura uitsluiten, tenzij die kinderen in de gemeenschappelijke woning zijn opgevoed.
  De aldus van de verdeling in natura uitgesloten kinderen ontvangen de tegenwaarde van hun deel die zo nodig door een deskundige geraamd zal worden. Wat die erfgenamen krachtens de artikelen 843 en 844 verplicht zijn in te brengen wordt van die tegenwaarde afgetrokken.
  De mogelijkheid om hen van de verdeling in natura uit te sluiten bestaat evenwel niet voor afstammelingen die uit het huwelijk gesproten zijn indien dit laatste voor het openvallen van de nalatenschap is ontbonden.

  Art. 838. Wanneer niet alle medeërfgenamen aanwezig of door een lasthebber van hun keuze vertegenwoordigd zijn of wanneer zich onder hen onbekwaamverklaarden bevinden, personen aan wie krachtens de artikelen 488bis, a) tot k), een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, of minderjarigen, zelfs al zijn deze ontvoogd, of indien de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, moet de verdeling geschieden in de vorm bepaald in artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 839. Indien, in het geval van het vorige artikel, een veiling moet plaatshebben, kan deze niet anders geschieden dan gerechtelijk, met inachtneming van de vormen voorgeschreven ten aanzien van de vervreemding van goederen van minderjarigen. Vreemde personen worden altijd tot de veiling toegelaten.

  Art. 840. Verdelingen, overeenkomstig de hierboven voorgeschreven regels gedaan, hetzij door voogden met machtiging van de vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen, hetzij door ontvoogde minderjarigen met bijstand van hun curator, hetzij namens afwezigen of niet aanwezigen, zijn definitief; zij zijn slechts provisioneel, indien de voorgeschreven regels niet zijn nagekomen.

  Art. 841. Ieder die, ook al is hij bloedverwant van de overledene, niet zijn erfgerechtigde is, en aan wie een medeërfgenaam zijn recht op de nalatenschap heeft overgedragen, kan uit de verdeling worden geweerd, hetzij door alle medeërfgenamen, hetzij door een enkele, mits de prijs van de overdracht hem wordt terugbetaald.

  Art. 842. Na de verdeling moeten aan iedere deelgenoot de titels worden ter hand gesteld, die bij de hem toebedeelde goederen behoren.
  De titels van een verdeeld eigendom blijven in handen van hem die het grootste gedeelte heeft, onder verplichting om deze, desgevorderd, ten dienste te stellen van zijn deelgenoten die er belang bij hebben.
  De titels die aan de gehele nalatenschap gemeen zijn, worden ter hand gesteld aan hem die door alle erfgenamen tot bewaarder ervan wordt aangewezen, onder verplichting om ze, op iedere vordering, ten dienste te stellen van zijn deelgenoten. Levert die keus moeilijkheden op, dan wordt zij door de rechter geregeld.

Wetsgeschiedenis art. 815 ev BW